Dit is de tweede conclusie in de zogenoemde tipgeverszaak. Het gaat hier om het cassatieberoep van de getuigen tegen de (eind)uitspraak van het Hof. De Inspecteur heeft aan erflater onder meer navorderingsaanslagen in de IB/PVV over de jaren 1997 en 1999 t/m 2007 en vergrijpboet
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:4 Awb
Genoemd in 470 uitspraken · Officiële wettekst
470 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
WOZ-waarde en verplichting stukken te verstrekken (art. 40 Wet WOZ). Hanteren van vaste aanpassingspercentages bij verschil in KOLDU (KOUDV) factoren is niet noodzakelijk. Wet van afnemend grensnut niet universeel geldend, toepasselijkheid in dit geval niet onderbouwd.
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Belanghebbenden hebben een woning op erfpacht en verzoeken in 2017 (in verband met de zgn. erfpacht-overstapregeling) om een ‘tweede’ WOZ-beschikking voor het jaar 2015/2016. De Wet WOZ biedt hiervoor evenwel geen mogelijkheid. Omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen (art.
Art. 14 EVRM; 1 EP EVRM; 3:4, lid 2 Awb. Verzoek uitstel zitting afgewezen door Rechtbank. Wet WOZ en OZB niet in strijd met het recht op ongestoord eigendom, noch met het verbod van discriminatie, noch met het evenredigheidsbeginsel. Berekeningswijze WOZ-waarde niet geheim gehou
Aanslag watersysteemheffing. Belanghebbende heeft geen procesbelang bij stelling over strijd met artikel 131 Waterschapswet, omdat WOZ-beschikking inmiddels onherroepelijk is. De heffingsambtenaar heeft voldoende inzicht gegeven in de geraamde lasten en baten. De opbrengstlimiet
Douanerechten; antidumpingrechten; art. 7:4 Awb; het Unierechtelijke beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging; inspecteur schendt de verplichting tijdens de bezwaarfase op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te verstrekken; aan die schending eventuee
De Staat heeft een overeenkomst gesloten met een tipgever die informatie heeft over Nederlands ingezetenen met buitenlandse bankrekeningen, met name bij een Luxemburgse vestiging van een Nederlandse bank. De Staat betaalt de tipgever een tipgeld dat oploopt met het belastingbedra
Naar het voorlopige oordeel van de Voorzieningenrechter heeft de Ontvanger feiten noch omstandigheden aannemelijk gemaakt, die zijn beroep op artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de WOB, zoals verstaan als is weergegeven onder 6.51, schragen. Evenmin heeft de Ontvanger naar h
Art. 22 Wet WOZ, art. 40, lid 2, Wet WOZ. WOZ woning. Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar gevraagd uiterlijk in de uitspraak op bezwaar de grondstaffel en KOUDV-factoren op te nemen. Heeft de heffingsambtenaar art. 40, lid 2, Wet WOZ geschonden door deze pas bij het verweer
Fiscaal procesrecht: reikwijdte art. 7:4 (4) Awb en art. 40 (2) Wet WOZ juncto art. 6:17 Awb. WOZ: de waarde van de woning wordt in goede justitie vastgesteld.
WOZ-waarde woning. De woning is vergeleken met identieke panden, met een identieke ligging. In de bezwaarfase is om de grondstaffel en de taxatiekaart met daarop vermeld de KOUDV- en liggingsfactoren verzocht. De grondstaffel is (pas) in de beroepsfase door de heffingsambtenaar o
Art. 7, lid 4, Awb. Uitnodiging voor hoorzitting op relatief korte termijn. Gemachtigde van belangh. verschijnt niet omdat hij vindt dat de uitnodiging niet aan de eisen voldoet. Geen valabele reden om niet te verschijnen. Daaraan doet niet af dat hij een geldelijk belang heeft o
De heffingsambtenaar heeft niet in strijd met artikel 131 Waterschapswet gehandeld. De uitspraak op bezwaar met betrekking de aanslag watersysteemheffing staat in hetzelfde geschrift als de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de WOZ-beschikking.
Gemeenschappelijk bijlage bij de conclusies: 16/04237 (ECLI:NL:PHR:2017:977) 16/04325 (ECLI:NL:PHR:2017:1001) 16/04497 (ECLI:NL:PHR:2017:1008) 16/05120 (ECLI:NL:PHR:2017:1016) 17/00879 (ECLI:NL:PHR:2017:1040) 17/01448 (ECLI:NL:PHR:2017:1051) 17/02730 (ECLI:NL:PHR:2017:1036)
WOZ. Waarde woning. Toekenning vergoeding van immateriële schade en proceskosten. Verstrekken gegevens door de heffingsambtenaar. Griffierecht.
WOZ dijkwoning vrijstelling voor waterverdedigingswerken erfpacht
Art. 8:115, lid 1, letter b, Awb; art. 8:42 Awb; geruisloze doorschuiving ex art. 3.63 Wet IB 2001; verzuimboete (art. 67a AWR); integrale proceskostenvergoeding (art. 2, lid 3, Bpb)? Geen terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank. Belanghebbende en zijn echtgenote kunnen eenzi
Art. 8:115, lid 1, letter b, Awb; art. 8:42 Awb; geruisloze doorschuiving ex art. 3.63 Wet IB 2001; verzuimboete (art. 67a AWR); integrale proceskostenvergoeding (art. 2, lid 3, Bpb)? Geen terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank. Belanghebbende en haar echtgenoot kunnen eenzi
Proceskostenvergoeding; de Rechtbank is ten onrechte uitgegaan van een wegingsfactor 0,5 (licht). Het Hof ziet geen aanleiding om het bedrag van de proceskostenvergoeding op grond van artikel 2, lid 2, Bbp te verminderen. Het hoger beroep is gegrond.
Aanslagen IB/PVV 2018. Naar het oordeel van het hof is de inspecteur terecht uitgegaan van het door belanghebbende ontvangen bedrag volgens de jaaropgave en heeft belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het inkomen onjuist zou zijn vastgesteld. Het hof acht artikel 8:42
WOZ woning; kostenvergoeding.
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Parkeerbelasting. De in beroepsfase overgelegde stukken vormen geen 'op de zaak betrekking hebbende stukken' in de zin van 7:4 lid 2 Awb. Heffingsambtenaar heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast om aannemelijk te maken dat aan belanghebbende voldoende kenbaar is gemaakt
Prejudiciële vragen omtrent de uitleg artikel 4 Richtlijn 2003/4/EG (informatie over emissies in het milieu) en artikel 14 Richtlijn 91/414/EG (tijdstip beslissing op verzoek om vertrouwelijkheid)