art. 8:57, lid 1, Awb. In bezwaarfase buiten art. 7:4, lid 4, Awb geen verplichting tot toezending van de stukken.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:4 Awb
Genoemd in 470 uitspraken · Officiële wettekst
470 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
WOZ; restwaarde; verdeling bewijslast; Taxatiewijzer. De zaak gaat over het gebruik van Taxatiewijzers als bewijsmiddel bij de waardering voor de Wet WOZ van incourante objecten. Dergelijke objecten worden gewaardeerd volgens de methode van de gecorrigeerde vervangingswaarde. De
In deze WOZ-zaak werd in de bezwaarfase een taxatieverslag aan belanghebbende verstrekt, waarin ‘kwaliteit’, ‘onderhoud’ en ‘doelmatigheid’ van de woning en de referentieobjecten waren vermeld. Ook waren de grondstaffel en de ligging daarin opgenomen. In beroep heeft belanghebben
Uit de artikelen 7:4 Awb en 40 Wet WOZ vloeit geen verplichting voor de Heffingsambtenaar voort om de stukken waar belanghebbende om heeft verzocht tijdens de bezwaarfase, voorafgaand aan het hoorgesprek aan belanghebbende toe te zenden.
Artikel 6:17 en 7:4 Awb. Artikel 17 en 40 Wet WOZ. Hoorplicht. Toezendplicht. Heroverweging primair besluit. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Afwijzing verzoek om matrix ter zitting nog in te zien. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van de won
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Formeel recht; art. 7:4, tweede lid, van de Awb; ter inzage legging stukken, voorafgaand aan hoorzitting. In de bezwaarfase geldt ter zake van de op de zaak betrekking hebbende stukken enkel een (passief) inzagerecht, dit in tegenstelling tot de beroepsfase, waarin het bestuursor
In deze WOZ-zaak waren in de bezwaarfase werkafspraken tussen het kantoor van de gemachtigde en de heffingsambtenaar gemaakt ter voorkoming van ‘onnodige’ beroepszaken. Door de heffingsambtenaar werd in de bezwaarfase het taxatieverslag verstrekt, maar niet de gevraagde KOUDV- en
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of een belanghebbende in de bezwaarfase recht heeft op toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Eisen te stellen aan een verzoek om te worden gehoord. Het gaat om het beroep in cassatie van belanghebbende tegen d
WOZ-waarde woning. De Heffingsambtenaar mag die vergelijkingsverkopen kiezen die het beste voldoen aan het criterium van de beste verkoop tegen de beste prijs. Geen toezendplicht grondstaffel en matrix in bezwaarfase. Wel inzage bieden voorafgaand aan het horen. Hetgeen belangheb
Omzetbelasting; artt. 9 en 10 BTW-richtlijn 2006; art. 7, lid 1, Wet OB 1968; art. 7:13 Awb; ondernemerschap; vergoeding voor voorzitter en/of leden van een bezwarenadviescommissie; vereiste van zelfstandigheid.
Mededingingswet
Strafrechtelijk onrechtmatig verkregen document; wel bruikbaar voor informatievordering en informatiebeschikking? ‘Zozeer indruist’-criterium voor bewijsuitsluiting; spanning met EU-recht (HvJ WebMindLicenses)? ‘Zonder wettelijke belemmering kennis kunnen nemen’; Reikwijdte art.
Artikel 6:17 en 7:4 Awb. Artikel 17 en 40 Wet WOZ. Hoorplicht. Toezendplicht. Heroverweging primair besluit. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Hetgeen belanghebbende
Artikel 6:17 en 7:4 Awb. Artikel 17 en 40 Wet WOZ. Hoorplicht. Toezendplicht. Heroverweging primair besluit. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Heffingsambtenaar heeft aan de hand van het eigen verkoopcijfer van de woning aannemelijk gemaakt dat de waarde van de wonin
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende bij fax en brief uitgenodigd voor een hoorzitting maar belanghebbende is daar zonder bericht niet verschenen. De heffingsambtenaar is niet gehouden – ook niet op grond van HR 15 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI3751, BNB 2009/169 – belanghebbe
Kort geding; Belastingdienst niet verplicht tot verstrekking gegevens Luxemburgse tipgever. Infomatieplicht belastingplichtige: samenloop sancties; art 6 EVRM.
Artikel 8:29 en 8:42 Awb. Op de zaak betrekking hebbende stukken. KB-Lux rekening? Aanhouding.
Wet WOZ. Drie woningen. Beroep gegrond t.a.v. één object i.v.m. compromis. Beroep voor het overige ongegrond. Overschrijding redelijke termijn. Termijn bekort i.v.m. procesgedrag van eiser(s gemachtigde). Geen matiging van schadevergoeding naar € 50 (zoals in ECLI:NL:RBMNE:2023:4
Wet Woz. Waardevaststelling woning. Rioolheffing. Opbrengstlimiet.
WOZ-waarde woning. Overlegging op de zaak betrekking hebbende stukken. De heffingsambtenaar maakt aannemelijk dat de beschikte waarde niet tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
Artikel 17, lid 2, Wet WOZ. Toezendplicht bezwaarfase, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, eigen verkoopcijfer, erfpachtcorrectie. De Heffingsambtenaar heeft, niettegenstaande hetgeen belanghebbende hiertegen heeft aangevoerd, aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woni
WOZ. De heffingsambtenaar verstrekt het taxatieverslag in de bezwaarfase. Het Hof verwerpt de grief van belanghebbende dat de heffingsambtenaar zijn verplichtingen ingevolge artikel 6:17 Awb, artikel 7:4 Awb en artikel 40, lid 2, Wet WOZ niet is nagekomen. Verwijzing naar ECLI:NL
Eiser is in beroep gekomen wegens het niet toesturen van stukken in de bezwaarfase en een volgens hem te hoge WOZ-waarde. Verweerder stelt (op grond van werkafspraken) dat dit niet nodig was. De rechtbank oordeelt aan de hand van artikel 40 wet WOZ en artikel 7:4 Awb dat verweerd
Parkeerbelasting; van belanghebbende die zich erop beroept dat sprake is geweest van in- en uitstappen, kan op zijn minst worden gevergd dat hij nader concretiseert wat de redengevende feiten en omstandigheden waren die tot deze conclusie nopen. Nu hij dit niet heeft gedaan moet