Motorrijtuigenbelasting. Belanghebbende maakt tijdens de schorsing van de tenaamstelling van de auto toch gebruik van de openbare weg met de auto. De inspecteur legt een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en verzuimboete op. Deze boete is nog in geschil. Geen beroep op het
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:2 Awb
Genoemd in 393 uitspraken · Officiële wettekst
393 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Er is geen samenvatting bij deze uitspraak
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
ZW
Aanslag leges is naar het juiste tarief, voor de vaststelling van een bestemmingsplan, opgelegd. Beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Kostenvergoeding bezwaarfase. Kosten hoorgesprek in redelijkheid gemaakt? Vergoeding immateriële schade.
WOZ. Eigen aankoopcijfer. Verweerder maakt aannemelijk dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel faalt.
Vergoeding kosten gemaakt in de bezwaarfase. Het Hof oordeelt dat belanghebbende ook recht heeft op een kostenvergoeding in de bezwaarfase, nu blijkt dat de WOZ-waarde onjuist is vastgesteld door de heffingsambtenaar.
BPM. Gemachtigde geweigerd wegens beledigend taalgebruik. Geen recht op teruggaaf bij export auto.
BPM. Gemachtigde geweigerd wegens beledigend taalgebruik. Diverse klachten op formeelrechtelijk terrein falen.
BPM. Gemachtigde geweigerd wegens beledigend taalgebruik. Diverse klachten op formeelrechtelijk terrein falen.
Het betreft een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf-nareis; eiser woont bij zijn vader en is geen alleenstaande minderjarige vreemdeling als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder f, van de Gezinsherenigingsrichtlijn; Het beroep is ongegrond.
Ingebrekestelling, handelwijze gemachtigde, dwangsom, hoorgesprek, door een derde verleende rechtsbijstand, vergoeding van proceskosten, processuele bijkomstigheden, volmacht, machtiging, recht van substitutie
Bpm; toepassing Unierecht; ontvankelijkheid bezwaar; procedurele grieven; rentevergoeding; griffierecht; proceskostenvergoeding
Omgevingsvergunning verleend voor omvormen 7,6 ha bosperceel tot duingrasland. Beroep ongegrond en verzoek vovo afgewezen. Verweerder heeft mogen afgaan op het uitgebrachte advies.
visum kort verblijf - niet is gebleken van voldoende sociale en economische binding met Marokko - ongegrond
Eiser heeft recht op kostenvergoeding bezwaar met een wegingsfactor 1, ook al betreft het een bezwaar tegen de vervolgingskosten. Verweerder heeft ten onrechte wegingsfactor 0,25 toegepast.
De hoorplicht is niet geschonden nu verweerder in bezwaar volledig aan het materiële geschilpunt tegemoet is gekomen. Het verzoek om uitstel van betaling is na het verstrijken van de betalingstermijn ontvangen. De vervolgingskosten zijn daarom terecht in rekening gebracht. De ree
De hoorplicht is niet geschonden nu in bezwaar volledig aan het materiele geschilpunt is tegemoetgekomen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij om uitstel van betaling heeft verzocht. Dus de aanmaning en het dwangbevel zijn terecht uitgevaardigd.
De hoorplicht is niet geschonden nu verweerder in bezwaar geheel aan het materiële geschilpunt tegemoet is gekomen. Niet is aannemelijk geworden dat de vervolgingskosten terecht in rekening zijn gebracht. Er is dus sprake van onrechtmatigheid aan de zijde van verweerder en eiser
Naheffingsaanslag BPM. In geschil is (met veelal een beroep op Unierecht) in willekeurige volgorde: opleggen naheffingsaanslag na belastbaar feit, heffing griffierecht, rente over griffierecht, Irimie-rente, beslissing (im)materiële schadevergoeding door andere rechters, vergoed
Eiser is gedetineerd en vordert de Staat te gelasten hem te transporteren naar een hoorzitting. De vordering is afgewezen. Artikel 26 lid 4 van de Penitentiaire beginselenwet omschrijft wanneer de directeur van een penitentiaire inrichting verplicht is om een gedetineerde de inri
Wegingsfactor pkv. In een zaak waarin uitsluitend geschilpunten van formele aard aan de orde zijn en waarin geen beoordeling van het materiële geschil heeft plaatsgevonden heeft de rechtbank in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat sprake is van een lichte zaak.