De inspecteur heeft in de bezwaarfase ten onrechte belanghebbende niet gehoord. Inspecteur en gemachtigde van belanghebbende komen in de beroepsfase overeen dat belanghebbende alsnog wordt gehoord en dat hij zijn beroep bij de rechtbank zal intrekken. Na het hoorgesprek doet de i
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:7 Awb
Genoemd in 517 uitspraken · Officiële wettekst
517 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Het hoger beroep is ontvankelijk; binnen de termijn ingediend en voorzien van gronden. De bezwaren tegen de aanslag IB/PVV 2003 en WAZ 2003 zijn niet-ontvankelijk. Voor de jaren 2004 en 2005 zijn de vereiste aangiften niet gedaan en is niet voldaan aan de administratieplicht. Omk
Verweerder heeft het bestreden besluit op 28 september 2007 per aangetekende post aan eiseres verzonden. Ingevolge artikel 6:8 Awb is de bezwaartermijn gaan lopen op 29 september 2007 en ingevolge artikel 69, eerste lid, Vw verstreken op 29 oktober 2007. Het bezwaarschrift van 2
Vordering AFM. AFM is een bestuursorgaan waarop de Awb van toepassing is. De door AFM aan gedaagden toegezonden facturen moeten als een besluit in de zin van de Awb te worden opgevat, waartegen op grond van artikel 6:7 Awb bezwaar kon worden aangetekend binnen een termijn van zes
Regeling superheffing en melkpremie 2004 vervallen verklaren fabrieksquotum, niet-ontvankelijk bezwaar, overmacht
In geding is de ontvankelijkheid van het beroepschrift in eerste aanleg. Het Hof oordeelt dat de te late indiening van het beroepschrift bij de rechtbank door de gemachtigde voor rekening en risico van de belanghebbende komt. Er is geen sprake van een verschoonbaar verzuim.
Weigering terug te komen van besluit inhoudende WIA-uitkering. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.
Eiser meent dat zijn verzoek om intrekking van zijn aanvraag om een vergunning uit hoofde van de Wet financiële dienstverlening (Wfd) tevens als een bezwaarschrift tegen een heffing uit hoofde van de Wfd moet worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat eerst zes maanden la
Belanghebbende wraakt tijdens de eerste mondelinge behandeling de rechters, het wrakingsverzoek wordt afgewezen en enige maanden later vindt de voortzetting plaats. Belanghebbende is n.o. in bezwaar verklaard door de inspecteur omdat hij onverschoonbaar zijn bezwaarschrift één da
Vennootschapsbelasting. Art. 13, lid 1, Wet vpb 1969, art. 43 en 56 EG. Deelnemingskosten in verband met verkoop meerderheidsdeelnemingen gevestigd in niet tot de EG behorende landen.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 09/01703
Verzoek tot handhavend optreden tegen aanwezigheid van tandartsenpraktijk in appartement. Vrijstelling is verleend o.g.v. art. 19 lid 2 WRO. Dit kan in rechte stand houden. Gebruik van het appartement als tandartsenpraktijk is gelegaliseerd.
Telecommunicatiewet Verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 6A
art. 8:55 Awb, verzet, art. 6:4, lid 3, Awb, art. 6:9, lid 1, Awb, bewijs indiening beroepschrift.
Verweerder heeft het primaire besluit op de juiste wijze aan eiser bekend gemaakt. Het bezwaarschrift is daarom buiten de termijn van vier weken, en derhalve niet tijdig, ingediend. In afwijking van artikel 6:7 Awb is in artikel 69, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) bepaald
Inkomstenbelasting. Inkomen uit sparen en beleggen. Waardering van een vordering op een frauderende beleggingsadviseur.
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep is het volgende van belang. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling, dient, ingeval van niet aangetekende verzending van besluiten of andere rechtens van belang zijnde documenten, het bestuursorgaan aannemelijk te maken dat
Afwijzing aanvraag voor vergoeding van dieetkosten. Appellant heeft bij de indiening van zijn bezwaar de bezwaartermijn als bedoeld in artikel 6:7 Awb met meer dan 14 dagen heeft overschreden. Naar het oordeel van de Raad heeft verweerster in hetgeen appellant heeft aangevoerd te
Regeling dierlijke EG-premies
Overdrachtsbelasting. Op de eerste verkrijging is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel a, Wet Brv ten onrechte toegepast, zodat bij die verkrijging wel overdrachtsbelasting verschuldigd was. Nu de tweede verkrijging heeft plaatsgevonden binnen 6 maanden na de eer
Elektriciteitswet 1998 en Gaswet
inkomensafhankelijke bijdrage. Voorwerp van geschil is het percentage van de premie van de door eiseres genoten prepensioenuitkering in 2006. Eiseres had, als gerechtigde van een prepensioenuitkering die vóór 1 januari 2006 in is gegaan, recht op een vergoeding door het pensioen
Spoorwegwet
Verweerder eiser in bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser het bezwaarschrift niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ingediend.
Inkomstenbelasting. Op grond van meerwaardeclausule aan broers betaald bedrag komt ten dele in mindering op de door belanghebbende met de verkoop van een melkquotum behaalde boekwinst.