Bouwfraude. Noord Holland Acht. Einduitspraak na tussenuitspraak (LJN BV 9426). Ter uitvoering tussenuitspraak opnieuw vastgestelde boete overeenkomstig systematiek Boetebekendmaking GWW. Redelijke termijn.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:24 Awb
Genoemd in 518 uitspraken · Officiële wettekst
518 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de vraag welke gevolgen een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan hebben. Het gaat dan specifiek om gevallen waarin het bestuursorgaan ondanks het gewekte vertrouwen aan andere, zwaarder wegende belangen voorrang g
Spoorwegwet Belanghebbende
Art. 1 SW; art. 7:186 BW. Leidt het verstrekken van een onzakelijke lening ‘opzij’ in een familierelatie tot een schenking (onder opschortende voorwaarde)? Een vennootschap waarvan de vader van belanghebbende de aandeelhouder is heeft in 2007 en 2008 leningen verstrekt aan een ve
Mededingingswet
Art. 6:17 Awb; is de uitspraak van de CRvB op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt als deze alleen aan de belanghebbende is verzonden en niet aan degene die hem vertegenwoordigde in beroep? Art. 53(1) AOW; kan de beperkte bevoegdheid van de Hoge Raad om uitspraken van de CRvB te
A-G Niessen heeft op 28 maart 2017 conclusie genomen in de zaak met nummer 16/03548. In deze zaak had de Hoge Raad aan de procureur-generaal medegedeeld toepassing van artikel 80a Wet RO te overwegen. In cassatie is in geschil of belanghebbendes herzieningsverzoek moet worden toe
Deze conclusie van staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer gaat over de toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht bij opvolgende besluiten over ruimtelijke plannen. De zaak waarin deze conclusie wordt gevraagd gaat over één beroep tegen het besluit van 27 janua
Verzoek om wraking van raadsheren van de belastingkamer en rolraadsheer. Opmerkingen ten overvloede met betrekking tot de figuur van een pro-formaberoepschrift, enkele bijzonderheden met betrekking tot de werkwijze na ontvangst van een beroepschrift in cassatie en nadere bijzonde
De belastingdienst is in 2009 van een tipgever te weten gekomen dat een aantal Nederlandse belastingplichtigen, waaronder belanghebbende, bankrekeningen aanhield in Luxemburg welke zijn verzwegen voor de belastingdienst. Belanghebbende heeft desgevraagd geen (volledige) openheid
Wta-vergunning verleend op last van de rechtbank. Vergunning met een beperking in de tijd. Inschrijving in het register 'accountantsorganisaties'. Verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de beperking toegewezen. Finale geschilbeslechting.
-
Verzetrechter weigert scheldende gemachtigde wegens ernstige bezwaren (art. 8:25 Awb); Is cassatieberoep tegen (alleen) die weigering een cassatieberoep bedoeld in art. 28(2) AWR? Klachten over schending van art. 47 EU-Handvest, art. 267 VwEU en het vrije dienstenverkeer; schelde
-
Renteschade, wettelijke rente, ingangsdatum, bruto of netto, verrekening.
Besluit tot anticumulatie en terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering van appellant in verband met genoten inkomsten uit arbeid. Geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De Raad komt tot de conclusie dat het door het Uwv nader genomen besluit op b
Wet WOZ. Pro-forma hoger beroep. Ontvankelijkheid. Geen concrete gronden geformuleerd. Waarde woning. Schending art. 40, lid 2, Wet WOZ? De overig verzochte gegevens betreft enkel informatie over de cijfermatige invloed van verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten
Uitspraak op verzet. Het hof heeft de indiener van het verzet verzocht om een recente machtiging ten tijde van het indienen van het verzet over te leggen. De indiener heeft geen op zijn naam gestelde recente machtiging ingediend. Het hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Belanghebbende betaalt per vergissing - via Parkline - de parkeerbelasting aan Rotterdam in plaats van Amsterdam. Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd.
Verzoek terug te komen van rechtens onaantastbaar besluit op klacht inzake kartelvorming in Haagse kinderopvang. Geen nova.
Bezwaar tegen de aanslag moet tevens worden opgevat als een bezwaar tegen de beschikking heffingsrente.
-
Belasting van personenauto's en motorrijwielen; formeel recht; artt. 19 en 20 AWR; art. 8:75 Awb; artt. 1, 2, 4, lid 3, en 19 VEU; art. 110 VWEU; art. 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; EVRM; Besluit proceskosten bestuursrecht; naheffing bpm ter zake va
Vastgoedbelasting; Belastingwet BES; Bezit en eigendom
Art. 6:5, lid 1, aanhef en onderdeel d, Awb; art. 6:24 Awb; art. 6:6 Awb. Motiveringseis. De enkele mededeling dat pro forma hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank, onder vermelding van het zaaknummer en overlegging van de uitspraak van de Rechtbank, kan