Conclusie Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:23 Awb
Genoemd in 19 uitspraken · Officiële wettekst
19 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 7:12, lid 2 en 4, art. 6:11 en 6:23 Awb. Onduidelijk welk document de uitspraak op bezwaar is. Ontbreken rechtsmiddelverwijzing.
Artikel 8:55 Awb. Rechtbank treedt buiten rechtsstrijd door te oordelen dat artikel 6:11 Awb van toepassing is ten gevolge van het ontbreken van rechtsmiddelverwijzing bij de uitspraak op bezwaar, terwijl dat niet is gesteld.
Vastgoedbelasting; Belastingwet BES; Bezit en eigendom
Op de zaak betrekking hebbende stukken, geen (vereiste) aangiften gedaan, omkering en verzwaring van de bewijslast, redelijke schatting, vergrijpboetes. Art. 6 EVRM. Vermelding door belastingrechters van de datum waarop hun uitspraak ter beschikking van partijen wordt gesteld.
Op de zaak betrekking hebbende stukken, geen (vereiste) aangiften gedaan, omkering en verzwaring van de bewijslast, redelijke schatting, vergrijpboetes. Art. 6 EVRM. Vermelding door belastingrechters van de datum waarop hun uitspraak ter beschikking van partijen wordt gesteld.
Belanghebbende werkt bij het Europees Octrooi Bureau te Rijswijk (EOB). Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland. Belanghebbende valt op basis van zijn rang onder de categorie EOB-personeel van artikel 10, lid 1, van de Zetelovereenkomst, maar geniet vanwege z
Belanghebbende heeft zijn onderneming verkocht en een deel van de verkoopsom gestort op een depot bij de notaris. Belanghebbende heeft onder meer over de fiscale afwikkeling van het depot een vaststellingsovereenkomst gesloten met de inspecteur. De rechtbank houdt belanghebbende
Belanghebbende exploiteerde samen met zijn echtgenote een assurantiebedrijf in de vorm van een vof. Belanghebbende heeft zijn onderneming vervolgens ingebracht in een BV. Bij gelegenheid van deze inbreng heeft belanghebbende de FOR opgeheven. De voorlopige teruggaaf inkomstenbela
De Rechtbank verklaart voor recht dat NAKT en de Staat onrechtmatig gehandeld hebben jegens eiseres door een onjuist voorstel tot wijziging van de B-lijst en niet aanvrager maar instandhouder hiervan op de hoogte te stellen. De rechtbank veroordeelt NAKT en de Staat hoofdelijk om
-
-
Ongewenstverklaring / artikel 8 EVRM. Eiseres is ongewenst verklaard en heeft een aanvraag ingediend om verlening van een vergunning tot verblijf wegens klemmende redenen van humanitaire aard en verblijf bij kinderen. Eiseres voldoet niet aan de voorwaarden voor opheffing van de
-
-
Het geschil betreft de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989 met dagtekening 31 december 1994. De inspecteur maakt aannemelijk dat belanghebbende in 1989 in Nederland belastingplichtig was. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat belanghebbende strafrechtelijk veroordeeld i
-
Indien verblijfplaats wijzigt na bekendmaking van besluit is betrokkene zelf verantwoordelijk voor indienen beroepschrift bij bevoegde Rb. Besluit tot beëindiging verstrekkingen in het kader van de Rva. Bij de Rb. ’s-Hertogenbosch ingesteld beroep is doorgezonden naar de Rb. Roer
Vaste heffing eiproduktenfabrikanten