Conclusie over de evenredigheidstoets door de bestuursrechter die de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven hebben genomen op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De conclusie gaat in op de vraag hoe indringend de best
Algemene wet bestuursrecht
Art. 4:84 Awb
Genoemd in 694 uitspraken · Officiële wettekst
694 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vooraankondigingsborden bij geslotenverklaring. Weggebruikers kunnen zich beroepen op voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om een geslotenverklaring digitaal te mogen handhaven, waaronder de voorwaarde dat een 'fuik' moet worden voorkomen door vooraankondigingsborden. Van een fu
Een bestuurlijke waarschuwing is een besluit waartegen men bij de bestuursrechter in beroep kan komen, als die waarschuwing is gebaseerd op een wettelijk voorschrift en zij een voorwaarde is om bij een volgende overtreding een sanctie of maatregel te kunnen opleggen. Zij is dan e
Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over buitenwettelijk beleid. De Beleidsregels schorsing, intrekking en herziening uitkeringen 2006 van het Uwv zijn volgens raadsheer advocaat-generaal De Bock geen buitenwettelijke, maar binnenwettelijke beleidsregels. De Beleids
CONCLUSIE: Op woensdag 25 mei 2016 neemt staatsraad advocaat-generaal Widdershoven een conclusie over schaarse vergunningen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraad advocaat-generaal gevraagd te onderzoeken of er een rechtsnorm is op grond waarvan het bestuur bij het
Bij besluit van 20 april 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen het verzoek van [appellant] om vergoeding wegens waardedaling van zijn woning afgewezen omdat het Instituut onbevoegd is om op de aanvraag te beslissen. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het Instituut va
Bij besluit van 27 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellant] niet met
Mededingingswet
WOZ, Artikel 17 lid 3 Wet WOZ, Gecorrigeerde vervangingswaarde (Waardebepaling), Bewijslastverdeling, Richtsnoeren in taxatiewijzers.
Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Toetsingsmogelijkheden belastingrechter: kan de belastingrechter bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het kos
Feiten en geschil: De belanghebbende genoot in 2016 en 2017 een AOW-uitkering. Over die jaren had zij een box 1 inkomen ad € 14.444 respectievelijk € 14.754. Zij heeft in 2016 € 1.499 spaarrente genoten en € 262 groene-beleggingenopbrengst. In 2017 ontving zij € 667 rente en € 57
Bij besluit van 28 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen gem
Bij besluit van 24 maart 2016 heeft de burgemeester onder aanzegging van bestuursdwang gelast de [locatie 1] te Oss (hierna: het perceel) en alle daarop aanwezige opstallen voor de duur van twaalf maanden te sluiten en afgesloten te houden. Bij dit besluit heeft de burgemeester d
Deze conclusie betreft de betekenis van het evenredigheidsbeginsel ‘nieuwe stijl’ voor de toepassing van een begunstigende beleidsregel, namelijk de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. Aanvragen op grond van de regeling worden beoordeeld ‘in de context van het ge
Veroordeling ex art. 197 Sr: verblijf in NL na ongewenstverklaring. Verwerping van ttz. gevoerd verweer dat die ongewenstverklaring in strijd is met destijds geldende wet- en regelgeving. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2854 m.b.t. de taakverdeling tus
Bij besluit van 14 februari 2017 heeft de staatssecretaris het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen.
Woningsluiting op basis van artikel 13b, eerste lid, Opiumwet. De rechtbank hanteert vanaf heden de volgende lijn. Ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuurs¬dwang indien uit de feiten volgt dat aannemel
Overheidsprivaatrecht. Vervolg Didamzaak. Wanneer is overheid bij de verkoop van onroerende zaak verplicht om mededingingsruimte te bieden? Mogelijkheid om een uitzondering te maken op die plicht. Grondpositie projectontwikkelaar grond voor uitzondering op die plicht? Sanctie op
De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellante] niet met zekerheid kan vaststellen. In een verklaring van onderzoek van 19 december 2018 en een aanvullende e-mail van 1 april 2020 heeft het Bureau Documenten namelijk geco
Motorrijtuigenbelasting; art. 72, lid 1, letter n, Wet MRB 1994; art. 27, leden 1 en 5, Uitv.besl. MRB 1994; artt. 3:4 en 4:20b en 4:84 Awb; vrijstelling voor taxivoertuigen; terugwerkende kracht; evenredigheidsbeginsel.
Bij besluit van 8 december 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van een woning afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] te Groningen. Bij brief van 7 oktober 2020 heeft hij bij het I
Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd aan belanghebbende.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vaststelling van niet gepubliceerd begunstigend beleid bij de berekening van belastingrente en de eventuele intrekking daarvan in antwoord op Kamervragen. Het gaat om het beroep in cassatie van de Staatssecretaris tegen de uitspraak va
Bij besluit van 20 januari 2017 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna aangeduid als: de staatssecretaris) [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 72.000,00 wegens overtreding van artikel 7.4, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hie
De minister van Infrastructuur en Waterstaat mocht op basis van een ‘Tijdelijke beleidsregel’ de looptijd van een vergunning voor een laadstation voor elektrische voertuigen in dit geval beperken van 15 jaar tot 5,5 jaar, eindigend in 2028.