Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2021:10691
2021-11-18
Strafrecht
Wahv 200.277.262/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vooraankondigingsborden bij geslotenverklaring. Weggebruikers kunnen zich beroepen op voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om een geslotenverklaring digitaal te mogen handhaven, waaronder de voorwaarde dat een 'fuik' moet worden voorkomen door vooraankondigingsborden. Van een fuik is geen sprake wanneer vóór de geslotenverklaring nog eenvoudig kan worden gekeerd.
Citeert (3)
- ECLI:NL:GHARL:2020:2636 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:3336 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-04-2020
- ECLI:NL:GHARL:2021:1786 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-04-2021
Geciteerd door (70)
- ECLI:NL:RBNHO:2026:6200 Rechtbank Noord-Holland 27-05-2026
- ECLI:NL:RBNNE:2025:4510 Rechtbank Noord-Nederland 25-09-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5293 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5261 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5266 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5268 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5269 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5267 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5270 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5272 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5273 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5274 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5275 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5276 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5289 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5290 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5291 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5292 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5232 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5236 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5237 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5238 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5244 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5239 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5294 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5295 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5296 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5297 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5298 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5299 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5300 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5301 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5302 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5303 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5304 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5305 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5306 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5307 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5308 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5309 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5310 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5311 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5252 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5254 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5253 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5255 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5256 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5257 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5258 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5260 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5262 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5263 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5264 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5265 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5259 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-06-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3379 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3416 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-04-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3382 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-04-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2023:9584 Rechtbank Noord-Holland 02-08-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:2062 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28-03-2023
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.253 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.277.262/01
CJIB-nummer
: 221460045
Uitspraak d.d.
: 18 november 2021
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 14 februari 2020, betreffende
[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Het bezwaar in hoger beroep betreft de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen (bord C1).” Deze gedraging zou zijn verricht op 6 oktober 2018 om 13:28 uur op de Heul in Alkmaar met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in combinatie met het Beleidskader geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, de verplichting besloten ligt tot het plaatsen van een kenbare vooraankondiging van de geslotenverklaring ter voorkoming van een fuik. Aan de Bagijnenstraat richting de Heul is een bord geplaatst met daarop de afbeelding van een camera, met daaronder het woord “controle” en een onderbordje “100 meter”. Dit is geen vooraankondiging van een geslotenverklaring, nu het bord C1 daarop ontbreekt. De gemiddelde weggebruiker zal het daar aanwezige bord ook niet als een voor hem en zijn voertuig bedoelde vooraankondiging voor een geslotenverklaring aanmerken. De geslotenverklaring zelf is niet geplaatst op een kruispunt waar men eventueel rechts- of linksaf zou kunnen slaan, zodat per definitie sprake is van een fuik. De sanctie is daarom ten onrechte opgelegd. De gemachtigde heeft ter onderbouwing een foto met daarop de vooraankondiging van een geslotenverklaring aan De Binding in Zaandam bijgevoegd. Daarop staat een bord C1, met twee onderborden met daarop venstertijden en “200m”.
3. De advocaat-generaal concludeert tot bevestiging van de beslissing van de kantonrechter. Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 noch enige andere rechtsregel verplicht in dit geval tot het plaatsen van een vooraankondigingsbord. Het Beleidskader geslotenverklaringen en voetgangersgebieden richt zich niet tot de individuele weggebruiker, maar tot gemeenten en andere opsporingsinstanties (vgl. ECLI:NL:GHARL:2020:2636). De plaatsing van vooraankondigingsborden is in de onderhavige zaak dan ook niet relevant, aldus de advocaat-generaal.
4. Het door de gemachtigde genoemde Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, versie augustus 2018, (hierna: het Beleidskader) is gepubliceerd op de site van het openbaar ministerie. In het Beleidskader staat dat het tot doel heeft de uniformiteit en de kwaliteit van de handhaving te waarborgen. Dit houdt onder meer in dat het openbaar ministerie een aanvraag van een gemeente om een geslotenverklaring met camera’s te handhaven slechts toewijst indien aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het Beleidskader is voldaan. Het Beleidskader houdt onder het kopje Randvoorwaarden en uitgangspunten voor zover hier van belang in: “Voorkomen moet worden dat bestuurders een fuik inrijden en daardoor bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren. Om dit te vermijden, moet in dergelijke gevallen een vooraankondiging van de geslotenverklaring worden geplaatst. Bij deze aankondiging heeft een bestuurder de mogelijkheid te keren. (…).”
5. Deze voorwaarde richt zich niet tot de individuele weggebruiker, maar dit neemt niet weg dat het openbaar ministerie digitale handhaving van een geslotenverklaring slechts toestaat indien aan deze voorwaarde is voldaan en derhalve bij de beoordeling van administratieve beroepen tegen sancties die voortvloeien uit digitale handhaving van de geslotenverklaring ervan uitgaat dat aan deze voorwaarde is voldaan. In zoverre betreft het hier een voorwaarde waaraan ook voor de individuele weggebruiker rechtens betekenis toekomt en waarop hij, op de voet van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv een beroep kan doen. Er is aldus sprake van een beleidsregel met betrekking tot een door de officier van justitie uitgeoefende bevoegdheid als bedoeld in artikel 4:81, eerste lid, van de Awb. Artikel 4:84 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel handelt tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De opvatting van de advocaat-generaal dat de plaatsing van vooraankondigingsborden in deze zaak niet relevant is vindt geen steun in het recht.
6. Het hof stelt vast dat het in het dossier aanwezige proces-verbaal van bevindingen inhoudt dat de Heul in de binnenstad van Alkmaar ligt en dat de aldaar geldende C1-zone sinds februari 2017 wordt gehandhaafd met een vaste camera.
7. Uit de door de gemachtigde overgelegde foto van de Bagijnenstraat leidt het hof af dat dit ter plaatse een straat voor verkeer in beide richtingen is. Aan weerszijden van de weg is een bushalte en fietsers rijden in beide richtingen. Het door de gemachtigde genoemde bord met daarop "controle 100 meter" op de Bagijnenstraat betreft geen vooraankondigingsbord. Er wordt geen geslotenverklaring aangekondigd.
8. De in het dossier aanwezige processen-verbaal van bevindingen van verkeersbordenschouw vermelden dat de verkeersborden van de geslotenverklaring staan op de hoek Heul /Scheteldoekshaven.
9. Op de bij de processen-verbaal van bevindingen van verkeersbordenschouw gevoegde zwart-wit foto’s van 27 september 2018 en 12 oktober 2018 is te zien dat voor weggebruikers die aanrijden via de Bagijnenstraat aan de rechterzijde van de Heul, vóór de zijstraat naar rechts (kennelijk de Scheteldoekshaven), duidelijk waarneembaar de volgende borden zijn geplaatst: het zone-bord C1 met onderborden voor de uitzonderingen en daaronder een donker vierkant bord met daarop afgebeeld een driehoek met daarin een camera en onder de driehoek de tekst “controle”. Op de foto’s is te zien dat afslaan alleen nog kan voorbij deze borden, dus na aanvang van de geslotenverklaring.
10. De processen-verbaal geven geen inzicht waar vooraankondigingsborden zijn geplaatst. Foto's van vooraankondigingsborden zijn niet bijgevoegd. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat ter plaatse een vooraankondigingsbord is geplaatst dat de betrokkene gepasseerd moet zijn.
11. De vraag waarvoor het hof zich ziet gesteld is of hier sprake is van een fuik in de zin van het Beleidskader. Daarvan is sprake als bestuurders bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren. Dat, zoals de gemachtigde heeft gesteld, het bord met de geslotenverklaring zelf niet is geplaatst op een kruispunt waar men eventueel nog rechts- of linksaf zou kunnen slaan, maakt op zichzelf niet dat sprake is van een fuik in de zin van het beleidskader. Dat hier bestuurders bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren, heeft de gemachtigde niet gesteld. Het hof heeft hiervoor ook geen aanknopingspunten kunnen vinden. Kennisneming van algemeen toegankelijke informatie op Google Streetview leert dat de rijbaan ter plaatse, vanaf het moment dat het bord geslotenverklaring zichtbaar is, breed genoeg is om zonder steken op de weg
(de Bagijnenstraat) te keren, eventueel met behulp van de ruimte in en bij de aldaar -aan de linkerzijde van de Bagijnenstraat- aanwezige parkeergarage. Van een fuik waardoor bestuurders bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren, is geen sprake.
12. Dat niet kan worden vastgesteld dat ter plaatse een vooraankondigingsbord is geplaatst betekent derhalve niet dat sprake is van strijd met het Beleidskader. Artikel 4:84 Awb is niet geschonden. Het verweer faalt.
13. Gelet op de arresten van het hof van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336) en 1 april 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:1786), is er in dit geval geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarom hoeft het bezwaar tegen de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om proceskostenvergoeding geen bespreking.
14. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding in hoger beroep afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.277.262/01
CJIB-nummer
: 221460045
Uitspraak d.d.
: 18 november 2021
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 14 februari 2020, betreffende
[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Het bezwaar in hoger beroep betreft de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen (bord C1).” Deze gedraging zou zijn verricht op 6 oktober 2018 om 13:28 uur op de Heul in Alkmaar met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in combinatie met het Beleidskader geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, de verplichting besloten ligt tot het plaatsen van een kenbare vooraankondiging van de geslotenverklaring ter voorkoming van een fuik. Aan de Bagijnenstraat richting de Heul is een bord geplaatst met daarop de afbeelding van een camera, met daaronder het woord “controle” en een onderbordje “100 meter”. Dit is geen vooraankondiging van een geslotenverklaring, nu het bord C1 daarop ontbreekt. De gemiddelde weggebruiker zal het daar aanwezige bord ook niet als een voor hem en zijn voertuig bedoelde vooraankondiging voor een geslotenverklaring aanmerken. De geslotenverklaring zelf is niet geplaatst op een kruispunt waar men eventueel rechts- of linksaf zou kunnen slaan, zodat per definitie sprake is van een fuik. De sanctie is daarom ten onrechte opgelegd. De gemachtigde heeft ter onderbouwing een foto met daarop de vooraankondiging van een geslotenverklaring aan De Binding in Zaandam bijgevoegd. Daarop staat een bord C1, met twee onderborden met daarop venstertijden en “200m”.
3. De advocaat-generaal concludeert tot bevestiging van de beslissing van de kantonrechter. Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 noch enige andere rechtsregel verplicht in dit geval tot het plaatsen van een vooraankondigingsbord. Het Beleidskader geslotenverklaringen en voetgangersgebieden richt zich niet tot de individuele weggebruiker, maar tot gemeenten en andere opsporingsinstanties (vgl. ECLI:NL:GHARL:2020:2636). De plaatsing van vooraankondigingsborden is in de onderhavige zaak dan ook niet relevant, aldus de advocaat-generaal.
4. Het door de gemachtigde genoemde Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, versie augustus 2018, (hierna: het Beleidskader) is gepubliceerd op de site van het openbaar ministerie. In het Beleidskader staat dat het tot doel heeft de uniformiteit en de kwaliteit van de handhaving te waarborgen. Dit houdt onder meer in dat het openbaar ministerie een aanvraag van een gemeente om een geslotenverklaring met camera’s te handhaven slechts toewijst indien aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het Beleidskader is voldaan. Het Beleidskader houdt onder het kopje Randvoorwaarden en uitgangspunten voor zover hier van belang in: “Voorkomen moet worden dat bestuurders een fuik inrijden en daardoor bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren. Om dit te vermijden, moet in dergelijke gevallen een vooraankondiging van de geslotenverklaring worden geplaatst. Bij deze aankondiging heeft een bestuurder de mogelijkheid te keren. (…).”
5. Deze voorwaarde richt zich niet tot de individuele weggebruiker, maar dit neemt niet weg dat het openbaar ministerie digitale handhaving van een geslotenverklaring slechts toestaat indien aan deze voorwaarde is voldaan en derhalve bij de beoordeling van administratieve beroepen tegen sancties die voortvloeien uit digitale handhaving van de geslotenverklaring ervan uitgaat dat aan deze voorwaarde is voldaan. In zoverre betreft het hier een voorwaarde waaraan ook voor de individuele weggebruiker rechtens betekenis toekomt en waarop hij, op de voet van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv een beroep kan doen. Er is aldus sprake van een beleidsregel met betrekking tot een door de officier van justitie uitgeoefende bevoegdheid als bedoeld in artikel 4:81, eerste lid, van de Awb. Artikel 4:84 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel handelt tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De opvatting van de advocaat-generaal dat de plaatsing van vooraankondigingsborden in deze zaak niet relevant is vindt geen steun in het recht.
6. Het hof stelt vast dat het in het dossier aanwezige proces-verbaal van bevindingen inhoudt dat de Heul in de binnenstad van Alkmaar ligt en dat de aldaar geldende C1-zone sinds februari 2017 wordt gehandhaafd met een vaste camera.
7. Uit de door de gemachtigde overgelegde foto van de Bagijnenstraat leidt het hof af dat dit ter plaatse een straat voor verkeer in beide richtingen is. Aan weerszijden van de weg is een bushalte en fietsers rijden in beide richtingen. Het door de gemachtigde genoemde bord met daarop "controle 100 meter" op de Bagijnenstraat betreft geen vooraankondigingsbord. Er wordt geen geslotenverklaring aangekondigd.
8. De in het dossier aanwezige processen-verbaal van bevindingen van verkeersbordenschouw vermelden dat de verkeersborden van de geslotenverklaring staan op de hoek Heul /Scheteldoekshaven.
9. Op de bij de processen-verbaal van bevindingen van verkeersbordenschouw gevoegde zwart-wit foto’s van 27 september 2018 en 12 oktober 2018 is te zien dat voor weggebruikers die aanrijden via de Bagijnenstraat aan de rechterzijde van de Heul, vóór de zijstraat naar rechts (kennelijk de Scheteldoekshaven), duidelijk waarneembaar de volgende borden zijn geplaatst: het zone-bord C1 met onderborden voor de uitzonderingen en daaronder een donker vierkant bord met daarop afgebeeld een driehoek met daarin een camera en onder de driehoek de tekst “controle”. Op de foto’s is te zien dat afslaan alleen nog kan voorbij deze borden, dus na aanvang van de geslotenverklaring.
10. De processen-verbaal geven geen inzicht waar vooraankondigingsborden zijn geplaatst. Foto's van vooraankondigingsborden zijn niet bijgevoegd. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat ter plaatse een vooraankondigingsbord is geplaatst dat de betrokkene gepasseerd moet zijn.
11. De vraag waarvoor het hof zich ziet gesteld is of hier sprake is van een fuik in de zin van het Beleidskader. Daarvan is sprake als bestuurders bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren. Dat, zoals de gemachtigde heeft gesteld, het bord met de geslotenverklaring zelf niet is geplaatst op een kruispunt waar men eventueel nog rechts- of linksaf zou kunnen slaan, maakt op zichzelf niet dat sprake is van een fuik in de zin van het beleidskader. Dat hier bestuurders bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren, heeft de gemachtigde niet gesteld. Het hof heeft hiervoor ook geen aanknopingspunten kunnen vinden. Kennisneming van algemeen toegankelijke informatie op Google Streetview leert dat de rijbaan ter plaatse, vanaf het moment dat het bord geslotenverklaring zichtbaar is, breed genoeg is om zonder steken op de weg
(de Bagijnenstraat) te keren, eventueel met behulp van de ruimte in en bij de aldaar -aan de linkerzijde van de Bagijnenstraat- aanwezige parkeergarage. Van een fuik waardoor bestuurders bijna gedwongen worden de geslotenverklaring te negeren, is geen sprake.
12. Dat niet kan worden vastgesteld dat ter plaatse een vooraankondigingsbord is geplaatst betekent derhalve niet dat sprake is van strijd met het Beleidskader. Artikel 4:84 Awb is niet geschonden. Het verweer faalt.
13. Gelet op de arresten van het hof van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336) en 1 april 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:1786), is er in dit geval geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarom hoeft het bezwaar tegen de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om proceskostenvergoeding geen bespreking.
14. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding in hoger beroep afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.