Bevoegdheidskwestie. Hof rekent te traag handelen door het college van B&W aan de Heffingsambtenaar toe. De Heffingsambtenaar dient de verschuldigde dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een beschikking op aanvraag aan belanghebbende te vergoeden. Het hoger beroep is gegrond.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 4:17 Awb
Genoemd in 348 uitspraken · Officiële wettekst
348 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Het Hof is van oordeel dat belanghebbende de ontvanger onredelijk laat in gebreke heeft gesteld. Belanghebbende heeft geen recht op een dwangsom.
Aanvraag beschermd wonen afgewezen. Beroep is gegrond. Het standpunt van verweerder dat in de VBL medisch noodzakelijke zorg beschikbaar is, is niet zonder meer voldoende voor de conclusie dat het onderdak in de VBL daarmee voor eiser ook een adequate vorm van opvang is. Eiser he
Mvv-nareis, beroep gegrond, motiveringsgebrek en hoorplicht geschonden. Eiseres was ten tijde van de aanvraag en ten tijde van het vertrek van haar moeder uit het land van verblijf meerderjarig. De rechtbank stelt echter vast dat verweerder ter onderbouwing van zijn standpunt dat
Besluitaansprakelijkheid gemeente. Onrechtmatige daad. Causaal verband. Verwijzing naar de schadestaatprocedure.
BPM; Naheffingsaanslag en dwangsombeschikking. Geen schending hoorplicht nu inspecteur volledig aan het bezwaar van belanghebbende tegemoet is gekomen. Beroep ziet mede op nadien genomen dwangsombeschikking. Geen schending hoorplicht ten aanzien van de dwangsombeschikking. De dwa
In geschil is of het beroepschrift ontvankelijk is, en zo ja, of de heffingsambtenaar een dwangsom met wettelijke rente verbeurt wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar. Het geschil spitst zich toe op de vraag of sprake is van het niet tijdig nemen van een
Betreft een verzoek om tegemoetkoming in planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Bergen, Dorpskern Zuid’
In geschil is of de Inspecteur terecht niet bij voor bezwaar vatbare beschikking op het verzoek van 25 augustus 2016 heeft beslist. Daarnaast is in geschil of de Inspecteur het verzoek om toekenning van een dwangsom terecht heeft afgewezen.
AAN-laag 2009
Eiseressen hebben verweerder verzocht een besluit te nemen op grond van artikel 17, zesde lid, van de Wpo. Naar het oordeel van de rechtbank is het verzochte besluit een publiekrechtelijke rechtshandeling op rechtsgevolg gericht. De bestuursrechter is echter op grond van artikel
De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat de verlenging van rechtswege van de beslistermijn op asielaanvraag op grond van het WBV 2016/3 zich niet uitstrekte tot asielaanvragen van vóór 11 februari 2016, zoals die van eiser. De beslistermijn voor de aanvraag van eiser bedroe
Waterschapsbelasting. Invordering aanmaningskosten. De uitspraak op bezwaar is door de toezending op de juiste wijze bekendgemaakt. Het beroepschrift van belanghebbende is te laat ingediend.
Naheffingsaanslag MRB. De naheffingsaanslag is tijdig en op de voorgeschreven wijze aan belanghebbende bekend is gemaakt. Belanghebbende heeft niet tijdig bezwaar gemaakt. Geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Belanghebbende is terecht kennelijk niet-ontvankeli
Beroep tegen het niet tijdig beslissen op een verzoek om schadevergoeding. De wettelijke beslistermijn van artikel 4:13 Awb en de dwangsombepaling van artikel 4:17 Awb zijn niet van toepassing op een verzoek om schadevergoeding, als bedoeld in artikel 8:90, tweede lid, Awb. Artik
HR: 81.1 RO.
BPM – taxatie m.i.v. 1 januari 2015 Vast staat dat sprake is van een schadeauto. Belanghebbende heeft bij het doen van aangifte BPM een taxatierapport ingebracht waarbij de handelsinkoopwaarde van de schadeauto is bepaald op basis van de koerslijstwaarde minus schade. Inspecteur
De door belanghebbende aangevoerde grieven tegen de aan hem opgelegde aanslag IB/PVV 2010 en de rechtsgang bij de Rechtbank worden door het Hof verworpen.
De door belanghebbende aangevoerde grieven tegen de aan hem opgelegde aanslag IB/PVV 2009 en de rechtsgang bij de Rechtbank worden door het Hof verworpen. Het hoger beroep van belanghebbende is desondanks gegrond, omdat ter zitting is gebleken dat de hoogte van de aanslag onjuist
Welke brief is de uitspraak op bezwaar? Niet-ontvankelijkheid. Toerekenen handelen gemachtigde. Het Hof merkt de brief van 22 december 2014 aan als de uitspraak op bezwaar. Het Hof leidt uit de verklaring van de gemachtigde ter zitting af dat hij heeft beseft dat met de brief va
Belanghebbende heeft de Inspecteur in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig beslissen op de bezwaren tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2004 en 2005. Ten tijde van de ingebrekestellingen was de beslistermijn echter nog niet verstreken. De Inspecteur heeft een i
De heffingsambtenaar heeft voldoende gedaan om een hoorgesprek tot stand te brengen. Dat dat niet lukte, kwam door overmacht bij belanghebbende. Terecht is na de ingebrekestelling uitspraak op bezwaar gedaan zonder belanghebbende te horen. De rechtbank verbindt geen gevolgen aan
In geschil is of de stukken met betrekking tot het tussen de gemachtigde van belanghebbende en de Belastingdienst bestaande geschil inzake de toepassing van de Becon-regeling dienen te worden aangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de
Watersysteemheffing. Dwangsom. Niet tijdig beslissen op bezwaar. Vormt email ingebrekestelling?
Dwangsom. Doorbreking appelverbod. Proceskosten. De betrokkene heeft zelf beroep bij de officier van justitie en kantonrechter ingesteld. Hangende de procedure bij de kantonrechter heeft de gemachtigde zich namens de betrokkene in het geding gevoe