Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Algemene wet bestuursrecht
Art. 1:1 Awb
Genoemd in 108 uitspraken · Officiële wettekst
108 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Omzetbelasting; tactisch beheer DSO-LV; artikel 24, aanhef en onder a, Aanbestedingswet 2012; uitsluitend recht; artikel 7 Wet OB; economische activiteit; optreden op een markt; handelen als overheid; specifiek juridisch regime; overheidsprerogatieven.
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing
Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden
Woo-verzoek aan curator. Beroep niet tijdig beslissen dan wel beroep tegen fictieve weigering. Bestuursrechter verklaart zich onbevoegd omdat de curator geen bestuursorgaan is in de zin van artikel 1:1 van de Awb.
overheidsaansprakelijheid, niet-ontvankelijk, 8:75 lid 1 Awb
IB/PVV. Omzetting Bbz-lening in gift. Belast?
Externe klachtprocedure (art. 13a RO). Klacht van advocaat tegen president rechtbank en gerechtsbestuur, in verband met doen van melding aan deken over gedraging advocaat. Bevoegdheid Hoge Raad. Is het doen van die melding een gedraging van een rechter in de uitoefening van zijn
Is een schriftelijke aanwijzing van een gecertificeerde instelling, genomen op de voet van art. 1:263 BW, een besluit genomen door een bestuursorgaan? Maatstaf en toetsingskader door kinderrechter. Vervallenverklaring sorteert geen effect door eigen regeling kinderrechter.
Faillissementsrecht. Pluraliteit van schuldeisers. Zijn de Staat enerzijds en organen en onderdelen van de Staat anderzijds voor toepassing Faillissementswet te onderscheiden schuldeisers? Steunvordering. Belastingschuld.
Onrechtmatige overheidsdaad. Jeugdrecht. Heeft de Raad voor de kinderbescherming jegens de moeder onrechtmatig gehandeld door de wijze waarop hij, in het kader van een beslissing over het gezag over het kind, onderzoek heeft gedaan naar het strafrechtelijke verleden van de vader?