Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Algemene wet bestuursrecht

Art. 1:1 Awb

Genoemd in 108 uitspraken · Officiële wettekst

108 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live

ECLI:NL:PHR:2019:106 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 25-01-2019 · Civiel recht

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht, medezeggenschap. Art. 27 WOR. Is aankondiging werkgever (gemeente) dat praktijk van afwijkende registratie van pauzetijden wordt beëindigd een besluit waarvoor instemming ondernemingsraad is vereist? Ontvankelijkheid ondernemingsraad; procesbe

ECLI:NL:PHR:2018:469 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 26-04-2018 · Bestuursrecht; Belastingrecht

A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van de beroepen in cassatie, over en weer, van [X] Beheer BV, belanghebbende, en de Staatssecretaris van Financiën, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2017. Met dagtekening 15 maart 2014 is aan

ECLI:NL:RBNHO:2017:4831 1 × geciteerd
Rechtbank Noord-Holland · 14-06-2017 · Civiel recht

TUI is niet-ontvankelijk in haar vordering om SACN te verbieden nachtslots op een discriminatoire wijze toe te delen door ten aanzien van Corendon een andere wijze van toedeling van nachtslots te hanteren dan ten aanzien van andere aanvragers. De beslissing van SACN over toedelin

ECLI:NL:PHR:2014:1772 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 05-09-2014 · Civiel recht

Arbeidsrecht. CAO. Mogelijkheid om in een algemeen verbindend verklaarde CAO de bevoegdheid tot het instellen van vorderingen wegens niet-naleving van die CAO te delegeren aan een privaatrechtelijke rechtspersoon, art. 3 Wet AVV en art. 15 Wet CAO. Verhouding tot bevoegdheid mini

ECLI:NL:PHR:2012:BW1956 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 28-09-2012 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na onjuiste objectafbakening.

ECLI:NL:PHR:2009:BH3192 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 24-04-2009 · Civiel recht

Beroepsaansprakelijkheid deurwaarder. Procesrecht, geen herstel van (processuele gevolgen van) fout van een deurwaarder die appeldagvaarding eerst na afloop van appeltermijn heeft betekend; geen toerekening aan de Staat nu deurwaarder geen orgaan of vertegenwoordiger van de Staat

ECLI:NL:CBB:2009:BI0337 1 × geciteerd
College van Beroep voor het bedrijfsleven · 31-03-2009 · Bestuursrecht

Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie

ECLI:NL:CBB:2008:BG4020 1 × geciteerd
College van Beroep voor het bedrijfsleven · 06-11-2008 · Bestuursrecht

Wet op de Accountants-Administratieconsulenten

ECLI:NL:CBB:2006:AX8793 1 × geciteerd
College van Beroep voor het bedrijfsleven · 13-06-2006 · Bestuursrecht

Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds

ECLI:NL:CBB:2005:AS6707 1 × geciteerd
College van Beroep voor het bedrijfsleven · 09-02-2005 · Bestuursrecht

Telecommunicatiewet

ECLI:NL:PHR:2003:AN7550 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 19-12-2003 · Civiel recht

19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/113HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later. 1. Het geding in feitelijke instantie...

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D