Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening en het beroep tegen een opgelegde last onder dwangsom waarin de gemeente verzoekster (een tennisvereniging) hebben verboden om na 20.00 uur padel te spelen op de drie padelbanen vanwege overschrijding van de wettelijke maxima
Algemene wet bestuursrecht
Art. 10:3 Awb
Genoemd in 151 uitspraken · Officiële wettekst
151 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
De inspecteur heeft aan belanghebbende, belastingadviseur, een informatiebeschikking gegeven, omdat hij weigert zijn privé-agenda ter inzage te geven. Het hof is van oordeel dat de inspecteur zich in dit geval in redelijkheid op het standpunt mocht stellen dat de privé agenda van
VPB 2008. Art. 10d (oud) Wet VPB 1969. Belanghebbende is er niet in geslaagd het vermoeden te ontzenuwen dat de vennootschappen waaraan zij rente is verschuldigd verbonden lichamen zijn als bedoeld in artikel 10d, derde lid, van de Wet in samenhang met artikel 10a, vierde lid, va
Naheffingsaanslag omzetbelasting. Geen schending van verdedigingsbeginsel. Geen schending van artikel 6 EVRM. Het hof verbindt geen consequenties aan handelwijze die niet in lijn is met de letter van artikel 55 AWR. Geen schending van artikel 10:3, lid 3, Awb. Naheffingsaanslag i
Naheffingsaanslag loonheffingen. Geen strijd met artikel 6 EVRM en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hof verbindt geen consequenties aan handelwijze die niet in lijn is met de letter van artikel 55 AWR. Geen schending van artikel 10:3, lid 3, Awb. Naheffingsaanslag
Naheffingsaanslag loonheffingen. Geen strijd met artikel 6 EVRM en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Geen schending van artikel 10:3, lid 3, Awb. Naheffingsaanslag is niet te hoog vastgesteld. De vereiste aangifte is niet gedaan. Toepassing van omkering en verzwaring va
Tussen partijen is in geschil of de aanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Meer in het bijzonder is tussen partijen in geschil of: sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt (2002 tot en met 2006); bij het opleggen van de navorderingsaanslagen
De gemeente Leiden heft binnenhavengeld van, onder meer, de eigenaar van een in het havengebied gelegen (woon)schip, ter zake van het gebruik van het havengebied en het genot van daarmee samenhangende door de gemeente verstrekte diensten. Belanghebbende was eigenaar van een woonb
De onderhavige procedure maakt deel uit van drie samenhangende uitspraken inzake zeven verschillende belastingtijdvakken. De voorliggende conclusie betreft de jaren 2001 en 2003 tot en met 2006. Belanghebbende is woonachtig in België en heeft samen met zijn in Nederland woonachti
IB/PVV Erflater was in de onderhavige jaren beneficiary in een naar het recht van Guernsey opgerichte trust. Tot het vermogen van de trust behoorden de toonderaandelen van een naar het recht van de Bahama’s opgerichte Limited. In geschil zijn de (navorderings)aanslagen waarbij de
1. Onpartijdigheid rechtbank staat niet ter beoordeling hof; hiertoe dient de regeling van 8.1.4 Awb (wraking en verschoning van rechters). 2. Geen sprake van schending van art. 10:3, lid 3, Awb noch overigens dat geen sprake zou zijn geweest van een zorgvuldige en onafhankelijke
Aansprakelijkstelling. Artikel 2, tweede lid, Wet op belastingen van rechtsverkeer. Begrip "economische eigendom". De rechtbank is van oordeel dat uit de samenwerkingsovereenomst - in combinatie met de financieringsovereenkomst en de daaruit voortvloeiende financiële stukken - vo
Navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting, schending artikel 7:5, lid 1, Awb? Ambtshalve aanhouding.
Besluit tot schorsing van een leerling (gymnasium) is een Awb-besluit.
Ontbinding rechtspersonen
Nr. 38.442 30 januari 2004 AB gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 1 juli 2002, nr. 00/00831, betreffende na te melden van de Verenigi
BPM
Wet WOZ. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. De zolder kan, anders dan de heffingsambtenaar heeft gedaan niet als normale verblijfsruimte in aanmerking worden genomen. De heffingsambtenaar heeft onvoldoende rekenin
Artikel 34 Invorderingswet 1990, aansprakelijkheid voor onbetaald gelaten naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen. Belanghebbende is een transportbedrijf en maakt gebruik van een uitlener voor het inlenen van personeel. Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor onb
Bpm - Eiser maakt waardevermindering auto wegens schade niet aannemelijk. Naheffingsaanslag Bpm niet te hoog vastgesteld. Beroep ongegrond. De rechtbank volstaat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden omdat het financiële belang, buiten standpunten die tegen
Erfbelasting. Belanghebbende heeft in 2001 ene aandeel in twee NSW-landgoederen geërfd. In 2004 zijn aanslagen in het recht van successie opgelegd, waarbij slechts een deel van het verschuldigde successierecht terstond invorderbaar was. De vraag ligt voor of terecht een aanslag t
Aanslag Vpb 2020. Afwaardering vordering op beheerstichting kan ten laste van resultaat worden gebracht.
Aanslag Vpb 2020. Afwaardering vordering op beheerstichting kan ten laste van resultaat worden gebracht.
Artikel 29 en 31 Wet OB. Verzoeken om teruggaaf van OB zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
Bpm: mandaatverbod, taxatierapport, schade, historische nieuwprijs.