Raad van State
ECLI:NL:RVS:2025:381
2025-02-03
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
BRS.25.000074 en BRS.25.000080
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2025:366 Raad van State 03-02-2025
Geciteerd door (20)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25139 Rechtbank Den Haag 01-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16571 Rechtbank Den Haag 17-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16593 Rechtbank Den Haag 15-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12908 Rechtbank Den Haag 21-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11603 Rechtbank Den Haag 11-05-2026
- ECLI:NL:RBLIM:2026:4010 Rechtbank Limburg 24-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9297 Rechtbank Den Haag 13-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8389 Rechtbank Den Haag 08-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8387 Rechtbank Den Haag 20-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5539 Rechtbank Den Haag 16-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5064 Rechtbank Den Haag 10-03-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25457 Rechtbank Den Haag 23-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27590 Rechtbank Den Haag 11-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23582 Rechtbank Den Haag 09-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25940 Rechtbank Den Haag 03-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20220 Rechtbank Den Haag 22-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17709 Rechtbank Den Haag 19-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16113 Rechtbank Den Haag 28-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15746 Rechtbank Den Haag 22-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9299 Rechtbank Den Haag 20-05-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.453 tekens)
BRS.25.000074 en BRS.25.000080
ECLI:NL:RVS:2025:366
Datum uitspraak: 3 februari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 23 januari 2025 in zaak nr. NL24.43554 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 23 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. Eizenga, advocaat in Amerongen hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De voorzieningenrechter van de Afdeling neemt de motivering onder 5.1 en 5.3 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2025
1021
ECLI:NL:RVS:2025:366
Datum uitspraak: 3 februari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 23 januari 2025 in zaak nr. NL24.43554 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 23 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. Eizenga, advocaat in Amerongen hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De voorzieningenrechter van de Afdeling neemt de motivering onder 5.1 en 5.3 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2025
1021