Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:5027
2024-12-09
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
BRS.24.000184
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2024:5027 → ECLI:NL:RBDHA:2024:7067 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2024:1892 Raad van State 06-05-2024
Geciteerd door (23)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21683 Rechtbank Den Haag 03-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4732 Rechtbank Den Haag 20-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22533 Rechtbank Den Haag 28-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18540 Rechtbank Den Haag 08-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17607 Rechtbank Den Haag 25-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16862 Rechtbank Den Haag 12-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16497 Rechtbank Den Haag 04-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15854 Rechtbank Den Haag 26-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15780 Rechtbank Den Haag 21-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14950 Rechtbank Den Haag 12-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14502 Rechtbank Den Haag 05-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13571 Rechtbank Den Haag 11-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13568 Rechtbank Den Haag 11-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11559 Rechtbank Den Haag 01-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11557 Rechtbank Den Haag 01-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10690 Rechtbank Den Haag 19-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10689 Rechtbank Den Haag 19-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10655 Rechtbank Den Haag 18-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8618 Rechtbank Den Haag 16-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6014 Rechtbank Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6008 Rechtbank Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1969 Rechtbank Den Haag 13-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:473 Rechtbank Den Haag 16-01-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.221 tekens)
BRS.24.000184
ECLI:NL:RVS:2024:5027
Datum uitspraak: 9 december 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 10 mei 2024 in zaak nr. NL24.17617 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 10 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.M.I. Eleveld, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1892), over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn voor Algerije). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Nouta, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nouta
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2024
922
ECLI:NL:RVS:2024:5027
Datum uitspraak: 9 december 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 10 mei 2024 in zaak nr. NL24.17617 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 10 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.M.I. Eleveld, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1892), over het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn voor Algerije). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Nouta, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nouta
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2024
922