Raad van State
ECLI:NL:RVS:2024:2625
2024-06-27
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202403739/1/V2 en 202403739/2/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (31)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26799 Rechtbank Den Haag 10-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23002 Rechtbank Den Haag 04-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11864 Rechtbank Den Haag 04-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11344 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10967 Rechtbank Den Haag 23-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10279 Rechtbank Den Haag 12-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10154 Rechtbank Den Haag 10-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9793 Rechtbank Den Haag 04-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9835 Rechtbank Den Haag 27-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8121 Rechtbank Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7598 Rechtbank Den Haag 02-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5656 Rechtbank Den Haag 03-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5540 Rechtbank Den Haag 31-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5067 Rechtbank Den Haag 25-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3489 Rechtbank Den Haag 27-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:599 Rechtbank Den Haag 20-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:135 Rechtbank Den Haag 07-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22136 Rechtbank Den Haag 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23404 Rechtbank Den Haag 06-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20836 Rechtbank Den Haag 02-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19756 Rechtbank Den Haag 22-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19756 Rechtbank Den Haag 22-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17620 Rechtbank Den Haag 29-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17623 Rechtbank Den Haag 29-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16854 Rechtbank Den Haag 11-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14765 Rechtbank Den Haag 04-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14765 Rechtbank Den Haag 04-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14765 Rechtbank Den Haag 04-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14053 Rechtbank Den Haag 30-08-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13899 Rechtbank Den Haag 30-08-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10982 Rechtbank Den Haag 16-07-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.474 tekens)
202403739/1/V2 en 202403739/2/V2.
Datum uitspraak: 27 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 11 juni 2024 in zaak nr. NL24.18519 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 11 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.E. Visscher, advocaat te Papendrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 4 tot en met 6 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.
w.g. Essenburg
voorzieningenrechter
w.g. Lodeweges
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2024
625
Datum uitspraak: 27 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 11 juni 2024 in zaak nr. NL24.18519 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 11 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.E. Visscher, advocaat te Papendrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 4 tot en met 6 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.
w.g. Essenburg
voorzieningenrechter
w.g. Lodeweges
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2024
625