Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:4500
2023-12-06
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202307007/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:4500 → ECLI:NL:RBDHA:2023:19070 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (18)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19181 Rechtbank Den Haag 21-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18529 Rechtbank Den Haag 03-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17997 Rechtbank Den Haag 30-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9952 Rechtbank Den Haag 03-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13260 Rechtbank Den Haag 11-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22143 Rechtbank Den Haag 27-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21678 Rechtbank Den Haag 18-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20306 Rechtbank Den Haag 05-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17511 Rechtbank Den Haag 28-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16774 Rechtbank Den Haag 14-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13590 Rechtbank Den Haag 26-08-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11014 Rechtbank Den Haag 12-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10519 Rechtbank Den Haag 04-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8703 Rechtbank Den Haag 31-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5897 Rechtbank Den Haag 17-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2087 Rechtbank Den Haag 20-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1351 Rechtbank Den Haag 02-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:387 Rechtbank Den Haag 12-01-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.094 tekens)
202307007/1/V3.
Datum uitspraak: 6 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 9 november 2023 in zaak nr. NL23.33900 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 9 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5 tot en met 7 van de uitspraak van de rechtbank over.
2. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 december 2023
347-1058
Datum uitspraak: 6 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 9 november 2023 in zaak nr. NL23.33900 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 9 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5 tot en met 7 van de uitspraak van de rechtbank over.
2. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 december 2023
347-1058