Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:3990
2023-10-30
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202305373/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:3990 → ECLI:NL:RBDHA:2023:12705 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (42)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21836 Rechtbank Den Haag 06-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16853 Rechtbank Den Haag 18-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12335 Rechtbank Den Haag 18-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11368 Rechtbank Den Haag 07-05-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:24120 Rechtbank Den Haag 15-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20272 Rechtbank Den Haag 31-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18813 Rechtbank Den Haag 13-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17325 Rechtbank Den Haag 19-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17338 Rechtbank Den Haag 19-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14966 Rechtbank Den Haag 11-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14566 Rechtbank Den Haag 06-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14984 Rechtbank Den Haag 23-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10340 Rechtbank Den Haag 13-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6993 Rechtbank Den Haag 25-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7023 Rechtbank Den Haag 25-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5896 Rechtbank Den Haag 07-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3416 Rechtbank Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2713 Rechtbank Den Haag 24-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8591 Rechtbank Den Haag 17-02-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:275 Raad van State 28-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:478 Rechtbank Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:498 Rechtbank Den Haag 15-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21622 Rechtbank Den Haag 19-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19478 Rechtbank Den Haag 25-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17986 Rechtbank Den Haag 01-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17555 Rechtbank Den Haag 18-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17130 Rechtbank Den Haag 17-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14390 Rechtbank Den Haag 04-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:12717 Rechtbank Den Haag 09-08-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:12195 Rechtbank Den Haag 23-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11210 Rechtbank Den Haag 18-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9338 Rechtbank Den Haag 13-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8825 Rechtbank Den Haag 07-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7139 Rechtbank Den Haag 03-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5730 Rechtbank Den Haag 19-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4530 Rechtbank Den Haag 27-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6132 Rechtbank Den Haag 18-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2372 Rechtbank Den Haag 21-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1088 Rechtbank Den Haag 01-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1135 Rechtbank Den Haag 22-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:808 Rechtbank Den Haag 19-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17005 Rechtbank Den Haag 06-11-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.663 tekens)
202305373/1/V3.
Datum uitspraak: 30 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 21 augustus 2023 in zaak nr. NL23.22230 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 21 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Benayad, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft op verzoek van de Afdeling een schriftelijke uiteenzetting gegeven, waarop de vreemdeling heeft gereageerd.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht overwogen dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Tunesië niet ontbreekt, omdat er geen aanknopingspunten zijn dat Tunesië geen laissez-passer zal afgeven. Dit wordt bevestigd in de schriftelijke uiteenzetting van de staatssecretaris in hoger beroep. Hieruit blijkt namelijk dat er in 2022 en 2023 laissez-passers zijn afgegeven door de Tunesische autoriteiten en dat er uitzettingen met een laissez-passer naar Tunesië hebben plaatsgevonden.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Steendijk
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2023
872-981
Datum uitspraak: 30 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 21 augustus 2023 in zaak nr. NL23.22230 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 21 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Benayad, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft op verzoek van de Afdeling een schriftelijke uiteenzetting gegeven, waarop de vreemdeling heeft gereageerd.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht overwogen dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Tunesië niet ontbreekt, omdat er geen aanknopingspunten zijn dat Tunesië geen laissez-passer zal afgeven. Dit wordt bevestigd in de schriftelijke uiteenzetting van de staatssecretaris in hoger beroep. Hieruit blijkt namelijk dat er in 2022 en 2023 laissez-passers zijn afgegeven door de Tunesische autoriteiten en dat er uitzettingen met een laissez-passer naar Tunesië hebben plaatsgevonden.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Steendijk
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2023
872-981