Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:3190
2023-08-22
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202305162/1/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:3190 → ECLI:NL:RBDHA:2023:13986 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2021:1481 Raad van State 08-07-2021
- ECLI:NL:RVS:2023:2822 Raad van State 24-07-2023
Geciteerd door (14)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22534 Rechtbank Den Haag 27-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:5303 Rechtbank Den Haag 31-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2355 Rechtbank Den Haag 14-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:956 Rechtbank Den Haag 28-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22137 Rechtbank Den Haag 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16666 Rechtbank Den Haag 10-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13989 Rechtbank Den Haag 02-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10799 Rechtbank Den Haag 11-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10708 Rechtbank Den Haag 01-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8114 Rechtbank Den Haag 28-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8114 Rechtbank Den Haag 28-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7544 Rechtbank Den Haag 17-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7053 Rechtbank Den Haag 08-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4916 Rechtbank Den Haag 09-04-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.211 tekens)
202305162/1/V2.
Datum uitspraak: 22 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 7 augustus 2023 in zaak nr. NL23.19207 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 7 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Kalu-Mollema, advocaat te Zwolle, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraken van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, en van 24 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2822, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Prins
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2023
314-992
Datum uitspraak: 22 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 7 augustus 2023 in zaak nr. NL23.19207 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 7 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Kalu-Mollema, advocaat te Zwolle, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraken van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, en van 24 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2822, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Prins
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2023
314-992