Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:2171
2023-06-06
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202302638/1/V1 en 202302638/2/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2023:2171 → ECLI:NL:RBDHA:2023:5788 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2023:1480 Raad van State 17-04-2023
- ECLI:NL:RVS:2017:3380 Raad van State 13-12-2017
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13277 Rechtbank Den Haag 18-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9374 Rechtbank Den Haag 12-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14608 Rechtbank Den Haag 25-09-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.809 tekens)
202302638/1/V1 en 202302638/2/V1.
Datum uitspraak: 6 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 april 2023 in zaak nr. NL23.719 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 18 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.S. Dunant Maurits, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht geoordeeld dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat Nigeria voor de vreemdeling een veilig derde land is en dat zij in beginsel toegang heeft tot Nigeria. De vreemdeling heeft met de door haar overgelegde stukken geen tegenbewijs geleverd door twijfel te zaaien over de toegang tot Nigeria. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480, onder 8 tot en met 8.8, en 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3380, onder 5.2.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier.
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. Jongeneel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2023
958
Datum uitspraak: 6 juni 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 april 2023 in zaak nr. NL23.719 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 18 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.S. Dunant Maurits, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht geoordeeld dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat Nigeria voor de vreemdeling een veilig derde land is en dat zij in beginsel toegang heeft tot Nigeria. De vreemdeling heeft met de door haar overgelegde stukken geen tegenbewijs geleverd door twijfel te zaaien over de toegang tot Nigeria. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480, onder 8 tot en met 8.8, en 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3380, onder 5.2.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier.
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. Jongeneel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2023
958