Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:1503
2023-04-17
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202302194/1/V3 en 202302194/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (23)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9397 Rechtbank Den Haag 20-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1863 Rechtbank Den Haag 23-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:18126 Rechtbank Den Haag 31-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17569 Rechtbank Den Haag 24-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20597 Rechtbank Den Haag 20-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13653 Rechtbank Den Haag 21-08-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5065 Rechtbank Den Haag 10-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2573 Rechtbank Den Haag 23-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2070 Rechtbank Den Haag 20-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1857 Rechtbank Den Haag 16-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1253 Rechtbank Den Haag 06-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:712 Rechtbank Den Haag 23-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:599 Rechtbank Den Haag 18-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12700 Rechtbank Den Haag 18-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11218 Rechtbank Den Haag 28-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11400 Rechtbank Den Haag 27-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11403 Rechtbank Den Haag 27-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9969 Rechtbank Den Haag 10-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8292 Rechtbank Den Haag 08-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8175 Rechtbank Den Haag 07-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8971 Rechtbank Den Haag 01-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6672 Rechtbank Den Haag 09-05-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5831 Rechtbank Den Haag 24-04-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.515 tekens)
202302194/1/V3 en 202302194/2/V3.
Datum uitspraak: 17 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 30 maart 2023 in zaak nr. NL23.4320 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 30 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.P.M. Ngasirin, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht tot het oordeel gekomen dat bij een Dublinoverdracht aan Oostenrijk mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval anders is.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2023
18-1058
Datum uitspraak: 17 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 30 maart 2023 in zaak nr. NL23.4320 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 30 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.P.M. Ngasirin, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht tot het oordeel gekomen dat bij een Dublinoverdracht aan Oostenrijk mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval anders is.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2023
18-1058