Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:715
2022-03-09
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202201282/1/V3 en 202201282/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:816 Raad van State 21-04-2021
Geciteerd door (76)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26799 Rechtbank Den Haag 10-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11169 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10279 Rechtbank Den Haag 12-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8121 Rechtbank Den Haag 08-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22136 Rechtbank Den Haag 20-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20836 Rechtbank Den Haag 02-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20170 Rechtbank Den Haag 21-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:18491 Rechtbank Den Haag 05-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16854 Rechtbank Den Haag 11-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17270 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17268 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9197 Rechtbank Den Haag 06-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9446 Rechtbank Den Haag 05-06-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:8231 Rechtbank Den Haag 29-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7745 Rechtbank Den Haag 22-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1793 Rechtbank Den Haag 15-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1467 Rechtbank Den Haag 07-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1466 Rechtbank Den Haag 07-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1081 Rechtbank Den Haag 01-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:824 Rechtbank Den Haag 22-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3499 Rechtbank Den Haag 16-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:486 Rechtbank Den Haag 11-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21211 Rechtbank Den Haag 21-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20038 Rechtbank Den Haag 19-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20154 Rechtbank Den Haag 14-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19404 Rechtbank Den Haag 08-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18893 Rechtbank Den Haag 05-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19125 Rechtbank Den Haag 05-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18890 Rechtbank Den Haag 05-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18629 Rechtbank Den Haag 01-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21238 Rechtbank Den Haag 27-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17478 Rechtbank Den Haag 16-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18330 Rechtbank Den Haag 15-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21237 Rechtbank Den Haag 08-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16764 Rechtbank Den Haag 02-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16277 Rechtbank Den Haag 20-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15547 Rechtbank Den Haag 16-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15395 Rechtbank Den Haag 12-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16558 Rechtbank Den Haag 11-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14954 Rechtbank Den Haag 21-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16003 Rechtbank Den Haag 20-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15481 Rechtbank Den Haag 20-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15999 Rechtbank Den Haag 19-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:22190 Rechtbank Den Haag 10-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13993 Rechtbank Den Haag 07-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11907 Rechtbank Den Haag 04-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11914 Rechtbank Den Haag 04-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11632 Rechtbank Den Haag 03-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12625 Rechtbank Den Haag 31-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12235 Rechtbank Den Haag 20-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10485 Rechtbank Den Haag 18-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10425 Rechtbank Den Haag 17-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12251 Rechtbank Den Haag 14-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11834 Rechtbank Den Haag 14-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10002 Rechtbank Den Haag 10-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10308 Rechtbank Den Haag 07-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12777 Rechtbank Den Haag 05-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9441 Rechtbank Den Haag 28-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9302 Rechtbank Den Haag 28-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9517 Rechtbank Den Haag 27-06-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.563 tekens)
202201282/1/V3 en 202201282/2/V3.
Datum uitspraak: 9 maart 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 28 februari 2022 in zaak nr. NL22.2130 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 28 februari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.E. Temmen, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:816, onder 6.1-6.3, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Frankrijk). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022
765
Datum uitspraak: 9 maart 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 28 februari 2022 in zaak nr. NL22.2130 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 28 februari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.E. Temmen, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:816, onder 6.1-6.3, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Frankrijk). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022
765