Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Raad van State

ECLI:NL:RVS:2022:3724

2022-12-08 Bestuursrecht 202201128/3/R3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Raad van State
Uitspraakdatum
2022-12-08
Publicatiedatum
2022-12-14
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
202201128/3/R3
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Dantumadiel van 30 november 2021, waarbij het bestemmingsplan "Mûnetilleterrein Damwâld" is vastgesteld.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.903 tekens)
202201128/3/R3.
Datum uitspraak: 8 december 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant A], wonend te De Falom, gemeente Dantumadiel, en [appellant B], wonend te [woonplaats],
appellanten,
en
de raad van de gemeente Dantumadiel,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 8 december 2022 om 13:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter
Staatsraad mr. G.T.J.M. Jurgens, lid
Staatsraad mr. H.J.M. Besselink, lid
griffier: mr. R.I.Y. Lap
Verschenen:
[appellant A] en [appellant B], vertegenwoordigd door J.A. Wiegersma, rechtsbijstandverlener te De Westerein, gemeente Dantumadiel;
de raad, vertegenwoordigd door drs. W. Smid;
Dijkstra Plan- en Projectontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door E. Zwarts.
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 30 november 2021, waarbij het bestemmingsplan "Mûnetilleterrein Damwâld" is vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden:
De koopovereenkomst met betrekking tot het perceel [locatie 1] en [locatie 2] en [locatie 3] te Damwâld is op 1 maart 2022 tot stand gekomen. [appellant A] en [appellant B] zijn daardoor pas belanghebbende geworden na afloop van de beroepstermijn, die op 24 februari 2022 verstreek. Dat in januari 2022 een bieding en daarna onderhandelingen over de aankoop van het perceel hebben plaatsgevonden, is onvoldoende om [appellant A] en [appellant B] voor het verstrijken van de beroepstermijn al als belanghebbende aan te merken (vergelijk onder 2.1.3 van de uitspraak van de Afdeling van 7 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7098).
De voorzitter is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.
w.g. Lap
griffier