Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:1816
2022-06-27
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202202357/1/V2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (11)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15371 Rechtbank Den Haag 08-06-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4439 Rechtbank Den Haag 17-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:673 Rechtbank Den Haag 21-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15774 Rechtbank Den Haag 30-09-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2831 Rechtbank Den Haag 01-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1440 Rechtbank Den Haag 09-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1561 Rechtbank Den Haag 07-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1252 Rechtbank Den Haag 06-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1144 Rechtbank Den Haag 30-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19436 Rechtbank Den Haag 08-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17525 Rechtbank Den Haag 10-11-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.196 tekens)
202202357/1/V2.
Datum uitspraak: 27 juni 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 8 april 2022 in zaak nr. NL22.3507 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 1 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 8 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.W.J.L. Loonen, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Over grief 2 oordeelt de Afdeling dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot het oordeel is gekomen dat de rechtsbijstand aan vreemdelingen in Duitsland in overeenstemming is met de Procedurerichtlijn. De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank daartoe, onder 6.1 van de aangevallen uitspraak, over.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2022
314-992
Datum uitspraak: 27 juni 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 8 april 2022 in zaak nr. NL22.3507 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 1 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 8 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.W.J.L. Loonen, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Over grief 2 oordeelt de Afdeling dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot het oordeel is gekomen dat de rechtsbijstand aan vreemdelingen in Duitsland in overeenstemming is met de Procedurerichtlijn. De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank daartoe, onder 6.1 van de aangevallen uitspraak, over.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bossmann
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2022
314-992