Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:1394
2022-05-12
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202202619/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:1481 Raad van State 08-07-2021
Geciteerd door (33)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2604 Rechtbank Den Haag 19-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14275 Rechtbank Den Haag 20-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9439 Rechtbank Den Haag 26-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10211 Rechtbank Den Haag 20-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9884 Rechtbank Den Haag 16-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5999 Rechtbank Den Haag 19-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6003 Rechtbank Den Haag 19-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5755 Rechtbank Den Haag 17-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8358 Rechtbank Den Haag 14-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4907 Rechtbank Den Haag 04-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3699 Rechtbank Den Haag 22-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21100 Rechtbank Den Haag 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2721 Rechtbank Den Haag 07-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1959 Rechtbank Den Haag 15-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1648 Rechtbank Den Haag 14-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1779 Rechtbank Den Haag 13-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1675 Rechtbank Den Haag 09-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1602 Rechtbank Den Haag 08-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1602 Rechtbank Den Haag 08-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1010 Rechtbank Den Haag 02-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:903 Rechtbank Den Haag 01-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2806 Rechtbank Den Haag 01-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2497 Rechtbank Den Haag 11-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:44 Rechtbank Den Haag 02-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13833 Rechtbank Den Haag 15-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13827 Rechtbank Den Haag 15-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15449 Rechtbank Den Haag 07-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13290 Rechtbank Den Haag 05-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13292 Rechtbank Den Haag 05-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13867 Rechtbank Den Haag 24-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15053 Rechtbank Den Haag 10-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15138 Rechtbank Den Haag 06-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12552 Rechtbank Den Haag 08-06-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.172 tekens)
202202619/1/V3.
Datum uitspraak: 12 mei 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 26 april 2022 in zaak nr. NL22.5158 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 26 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Heide, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2022
765
Datum uitspraak: 12 mei 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 26 april 2022 in zaak nr. NL22.5158 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 maart 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 26 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Heide, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2022
765