Raad van State
ECLI:NL:RVS:2020:700
2020-03-06
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
201904813/1/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2020:700 → ECLI:NL:RBNNE:2019:2521 niet ontvankelijk
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 mei 2019 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Extra Begeleidings- en Toezicht Locatie (hierna: de EBTL) te Hoogeveen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2019:328 Raad van State 06-02-2019
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.489 tekens)
201904813/1/V1.
Datum uitspraak: 6 maart 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 28 mei 2019 in zaak nr. 19/3443 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).
Procesverloop
Bij besluit van 2 mei 2019 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Extra Begeleidings- en Toezicht Locatie (hierna: de EBTL) te Hoogeveen.
Bij uitspraak van 28 mei 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.W.J. van der Meer, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.
Desgevraagd heeft de vreemdeling een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. De Afdeling is slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een hoger beroep, indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft (uitspraak van 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:328, onder 2.3). De vreemdeling heeft dat in dit geval niet.
1.1. De vreemdeling komt op tegen zijn overplaatsing naar de EBTL te Hoogeveen. In het hogerberoepschrift deelt hij mee dat het COa hem inmiddels heeft overgeplaatst naar de EBTL in Amsterdam. De vreemdeling heeft dus al bereikt wat hij met dit hoger beroep beoogt. Daarbij betrekt de Afdeling dat hij geen grief richt tegen de afwijzing door de rechtbank van een verzoek om schadevergoeding en dat ook niet verzoekt nadat de Afdeling hem gevraagd heeft naar zijn belang bij behandeling van het hoger beroep. Aan wat hij desgevraagd wel aanvoert, kan hij geen belang ontlenen. Voor zover hij het ook niet eens is met het besluit van het COa hem opnieuw te plaatsen op een EBTL maar dan in Amsterdam, valt dat besluit buiten dit geding.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.
w.g. Drop w.g. Schuurman
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2020
282-862.
Datum uitspraak: 6 maart 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 28 mei 2019 in zaak nr. 19/3443 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).
Procesverloop
Bij besluit van 2 mei 2019 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Extra Begeleidings- en Toezicht Locatie (hierna: de EBTL) te Hoogeveen.
Bij uitspraak van 28 mei 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.W.J. van der Meer, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.
Desgevraagd heeft de vreemdeling een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. De Afdeling is slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een hoger beroep, indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft (uitspraak van 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:328, onder 2.3). De vreemdeling heeft dat in dit geval niet.
1.1. De vreemdeling komt op tegen zijn overplaatsing naar de EBTL te Hoogeveen. In het hogerberoepschrift deelt hij mee dat het COa hem inmiddels heeft overgeplaatst naar de EBTL in Amsterdam. De vreemdeling heeft dus al bereikt wat hij met dit hoger beroep beoogt. Daarbij betrekt de Afdeling dat hij geen grief richt tegen de afwijzing door de rechtbank van een verzoek om schadevergoeding en dat ook niet verzoekt nadat de Afdeling hem gevraagd heeft naar zijn belang bij behandeling van het hoger beroep. Aan wat hij desgevraagd wel aanvoert, kan hij geen belang ontlenen. Voor zover hij het ook niet eens is met het besluit van het COa hem opnieuw te plaatsen op een EBTL maar dan in Amsterdam, valt dat besluit buiten dit geding.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.
w.g. Drop w.g. Schuurman
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2020
282-862.