Raad van State
ECLI:NL:RVS:2012:BY5121
2012-12-05
Bestuursrecht
201200912/1/A3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:RVS:2012:BY5121 → ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8334 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 mei 2011 heeft het college een onttrekkingsvergunning ingetrokken.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.542 tekens)
201200912/1/A3.
Datum uitspraak: 5 december 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen van 13 december 2011 in zaken nrs. 11/863 en 11/1115 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Groningen.
Procesverloop
Bij besluit van 24 mei 2011 heeft het college een onttrekkingsvergunning ingetrokken.
Bij besluit van 10 oktober 2011 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 13 december 2011 heeft de voorzieningenrechter het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 oktober 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. A.A. Westers, advocaat te Groningen, en het college, vertegenwoordigd door mr. I. Simonides, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Hetgeen [appellant] als gronden van zijn hoger beroep aanvoert, is een letterlijke herhaling van de gronden die hij in beroep bij de voorzieningenrechter heeft aangevoerd. De voorzieningenrechter heeft op de beroepsgronden beslist en deze gemotiveerd weerlegd, waarbij hij tot het oordeel is gekomen dat het besluit van 10 oktober 2011 in rechte stand kan houden. [appellant] heeft in hoger beroep niet uiteengezet, dat en waarom de desbetreffende overwegingen onjuist zijn. Gelet hierop kan het aangevoerde niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. A.B.M. Hent en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. B. Nell, ambtenaar van staat.
w.g. Slump w.g. Nell
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2012
597.
Datum uitspraak: 5 december 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen van 13 december 2011 in zaken nrs. 11/863 en 11/1115 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Groningen.
Procesverloop
Bij besluit van 24 mei 2011 heeft het college een onttrekkingsvergunning ingetrokken.
Bij besluit van 10 oktober 2011 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 13 december 2011 heeft de voorzieningenrechter het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 oktober 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. A.A. Westers, advocaat te Groningen, en het college, vertegenwoordigd door mr. I. Simonides, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Hetgeen [appellant] als gronden van zijn hoger beroep aanvoert, is een letterlijke herhaling van de gronden die hij in beroep bij de voorzieningenrechter heeft aangevoerd. De voorzieningenrechter heeft op de beroepsgronden beslist en deze gemotiveerd weerlegd, waarbij hij tot het oordeel is gekomen dat het besluit van 10 oktober 2011 in rechte stand kan houden. [appellant] heeft in hoger beroep niet uiteengezet, dat en waarom de desbetreffende overwegingen onjuist zijn. Gelet hierop kan het aangevoerde niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. A.B.M. Hent en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. B. Nell, ambtenaar van staat.
w.g. Slump w.g. Nell
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2012
597.