Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:9193

2026-09-23 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/02/427617 HA ZA 24-574 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-09-23
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/02/427617 HA ZA 24-574 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vrijwaring. Vordering wordt toegewezen voor het deel dat ziet op nakoming. Het deel van de vordering dast gericht is op betaling (van datgene waartoe in de hoofdzaak zal worden veroordeeld) stuit af op het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden van gedaagde.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.115 tekens)
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant


Civiel recht



Zittingsplaats Breda



Zaaknummer: C/02/427617 / HA ZA 24-574




Vonnis in vrijwaring van 23 september 2026




in de zaak van




BMN BOUWMATERIALEN B.V.,
te Nieuwegein,
eisende partij,
hierna te noemen: BMN,
advocaat: mr. J.W. Hilhorst,



tegen





[gedaagde partij] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. R. van den Berg Jeths.






1De zaak in het kort


1.1.
Deze zaak betreft een procedure in vrijwaring. Daarnaast loopt de hoofdzaak tussen NBU en BMN (zaaknummer C/02/423664 / HA ZA 24-329) en een procedure in ondervrijwaring tussen [gedaagde partij] en Eternit (zaaknummer C/02/432473 / HA ZA 25-122).



1.2.
NBU heeft gevelbeplating gekocht bij BMN. NBU heeft de gevelbeplating aangebracht op woningen. De gevelplaten zijn in de loop van de tijd vervormd of losgekomen. In de hoofdzaak vordert NBU deugdelijke nakoming van de overeenkomst door BMN. Ook wil NBU schadevergoeding. In de hoofdzaak is bij tussenvonnis geoordeeld dat de gevelplaten gebrekkig zijn. Er is een deskundige benoemd om de schade te kunnen vaststellen.



1.3.
BMN heeft de betreffende gevelplaten op haar beurt gezaagd ingekocht bij [gedaagde partij] en vervolgens doorverkocht aan NBU. BMN spreekt [gedaagde partij] in vrijwaring aan voor datgene waartoe zij jegens NBU veroordeeld zal worden. Dat is deze procedure.



1.4.

[gedaagde partij] heeft de gevelplaten op haar beurt ingekocht bij de fabrikant, Eternit. [gedaagde partij] heeft Eternit betrokken in een procedure in ondervrijwaring om een claim op haar door te leggen naar Eternit.



1.5.
De rechtbank wijst de vordering van BMN op [gedaagde partij] toe voor het deel dat ziet op nakoming. Het deel van de vordering dat gericht is op betaling stuit af op het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden van [gedaagde partij] .





2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

 het tussenvonnis van 16 april 2025 en de daarin genoemde processtukken,
 de akte overlegging producties alsmede aanvulling c.q. vermeerdering van eis van BMN,
 de mondelinge behandeling van 8 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
 de spreekaantekeningen van de advocaten van BMN en [gedaagde partij] zoals zij die tijdens de mondelinge behandeling hebben voorgelezen.




2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





3De feiten


3.1.
BMN drijft een groothandel in uiteenlopende bouwmaterialen.



3.2.

[gedaagde partij] is een zagerij die zich bezighoudt met het bewerken en assembleren van hout en plaatmateriaal. Zij produceert zelf geen producten.



3.3.

[gedaagde partij] heeft op 25 juni 2018 op verzoek van (de rechtsvoorganger van) BMN een offerte toegezonden voor gevelplaten van het merk/type Equitone Tectiva TE15. BMN heeft de offerte dezelfde dag voor akkoord getekend geretourneerd.



3.4.
De algemene voorwaarden van [gedaagde partij] zijn van toepassing verklaard.



3.5.

[gedaagde partij] heeft de gevelplaten op haar beurt op 28 juni 2018 besteld bij fabrikant Eternit.



3.6.

[gedaagde partij] heeft de gevelplaten conform de door BMN aangeleverde specificaties vanaf medio 2018 tot begin 2019 op maat gezaagd en genummerd afgeleverd.



3.7.
BMN heeft [gedaagde partij] bij brief van 25 juli 2023 aansprakelijk gesteld voor gebreken in de gevelplaten.



3.8.

[gedaagde partij] heeft aansprakelijkheid afgewezen per e-mail van 22 september 2023. Daarbij heeft zij BMN verwezen naar fabrikant Eternit. [gedaagde partij] heeft Eternit op haar beurt ook aansprakelijk gesteld.



3.9.
Partijen zijn onderling niet tot een oplossing gekomen.





4Het geschil


4.1.
BMN heeft haar eis bij akte gewijzigd. In deze akte is de gehele eis opnieuw uitgeschreven. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van BMN nader toegelicht dat hij bedoeld heeft voor de primaire eis het petitum uit de dagvaarding te handhaven (dat in de akte anders is geformuleerd), en dat de akte eiswijziging enkel gelezen moet worden voor de formulering van de toegevoegde subsidiaire vordering. [gedaagde partij] heeft hier tijdens de mondelinge behandeling geen bezwaar tegen gemaakt. De rechtbank sluit daarom aan bij dat wat BMN bedoeld heeft.



4.2.
BMN vordert dat de rechtbank – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:



primair (het originele petitum uit de dagvaarding):





[gedaagde partij] zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak veroordeelt om aan BMN te voldoen c.q. na te komen al datgene waartoe BMN als gedaagde in de hoofdzaak jegens NBU mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de proceskostenveroordeling,




subsidiair (het petitum uit de akte eisvermeerdering):





[gedaagde partij] en/of Eternit hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan BMN op grond van onrechtmatige daad al datgene waartoe BMN in de hoofdzaak jegens NBU mocht worden veroordeeld, waaronder de hoofdsom, de proceskosten en de deskundigenkosten, vermeerderd met de wettelijke rente,




in alle gevallen:





[gedaagde partij] en/of Eternit veroordeelt in de proceskosten.




4.3.

[gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van BMN, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van BMN, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van BMN in de kosten van deze procedure vermeerderd met wettelijke rente.



4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling



Eternit is geen procespartij in de vrijwaring




5.1.
BMN heeft [gedaagde partij] in vrijwaring gedagvaard. In haar akte vermeerdering van eis stelt BMN een subsidiaire vordering op grond van onrechtmatige daad in tegen zowel [gedaagde partij] als Eternit. Bij akte voert BMN aan dat daarbij van belang is dat Eternit zich formeel heeft gevoegd in de hoofdzaak en in de ondervrijwaring door [gedaagde partij] is aangesproken. Zij is op de hoogte van alle stukken. De mondelinge behandeling in de vrijwaring wordt ook gezamenlijk tussen alle partijen behandeld zodat op basis van proceseconomie BMN er recht en belang bij heeft om Eternit als vervaardiger van de platen rechtstreeks aan te spreken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft BMN artikel 118 Rv als processuele grondslag genoemd om Eternit in de procedure in vrijwaring aan te kunnen spreken. Voor zover nodig verzoekt BMN de rechtbank om de genomen akte te beschouwen als een verzoek om Eternit op grond van artikel 118 Rv in de procedure op te mogen roepen. Zowel [gedaagde partij] als Eternit voeren verweer.



5.2.
De rechtbank verklaart BMN niet-ontvankelijk in haar vordering jegens Eternit. Eternit is geen procespartij in de procedure in vrijwaring. Oproeping op grond van artikel 118 Rv geschiedt bij exploot. BMN heeft Eternit niet bij exploot opgeroepen. Het gaat te ver om een akte vermeerdering van eis aan te merken als exploot van oproeping, zoals BMN lijkt te bepleiten, te meer nu Eternit niet heeft kunnen concluderen voor antwoord en het beginsel van hoor en wederhoor daarmee zou worden geschonden. Het verzoek om Eternit alsnog op grond van artikel 118 Rv te mogen oproepen als partij in de procedure in vrijwaring wordt afgewezen vanwege strijd met de goede procesorde. Honoreren van het verzoek in dit stadium van de procedure zou tot onredelijke vertraging leiden. BMN heeft ruimschoots de gelegenheid gehad om de processuele mogelijkheden om Eternit tot procespartij te maken te benutten, maar heeft dit nagelaten.



Aansprakelijkheid [gedaagde partij]





5.3.
BMN voert aan dat [gedaagde partij] in dient te staan voor de deugdelijkheid van de door haar aan BMN geleverde gevelplaten en houdt [gedaagde partij] aansprakelijk voor datgene waartoe BMN in de hoofdzaak jegens NBU veroordeeld wordt.



5.4.

[gedaagde partij] voert verweer. In de eerste plaats voert zij aan dat zij niets van doen heeft met de eigenschappen en kwaliteit van de gevelplaten of de middelen waarmee de platen bevestigd zijn. [gedaagde partij] heeft de door Eternit geproduceerde platen enkel op maat gezaagd conform de door BMN gegeven instructies. In de tweede plaats moet aansprakelijkheid worden afgewezen omdat aansprakelijkheid in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden is uitgesloten, ook bij het doorleggen van een claim. In ieder geval geldt dat aansprakelijkheid van [gedaagde partij] kort gezegd beperkt is tot het bedrag dat door de verzekeraar wordt uitgekeerd of het bedrag van de opdracht.



5.5.
Het beroep van BMN op het exoneratiebeding heeft volgens [gedaagde partij] geen werking tegen de vordering tot nakoming (het zorgdragen voor deugdelijke levering, zagen, merken en verpakking van de voor het herstel benodigde gevelbeplating). Honorering van het beroep van [gedaagde partij] op een beperking of uitsluiting van haar aansprakelijkheid is daarnaast naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, gelet op de beperkte rol van BMN, de combinatie van intrinsieke ondeugdelijkheid en gevaarzetting, en het feit dat [gedaagde partij] regres kan uitoefenen op haar voorschakel.



5.6.
De rechtbank oordeelt als volgt. Tussen partijen is een koopovereenkomst tot stand gekomen. Op grond van de wet moest de gevelbeplating aan deze overeenkomst beantwoorden. BMN mocht in dit kader in ieder geval verwachten dat de beplating de eigenschappen zou bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan BMN de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Dat [gedaagde partij] de aan BMN verkochte platen niet zelf heeft vervaardigd maar enkel heeft ingekocht en op maat heeft gezaagd, doet niet af aan haar contractuele verplichting om platen te leveren die aan de overeenkomst beantwoorden. BMN heeft onder verwijzing naar de hoofdzaak aangevoerd dat de geleverde gevelplaten niet deugdelijk zijn. [gedaagde partij] heeft niet aangevoerd dat de platen wel aan de overeenkomst beantwoorden. In ieder geval heeft zij deze stelling van BMN niet gemotiveerd betwist. Het eerste verweer van [gedaagde partij] kan dan ook niet tot afwijzing van aansprakelijkheid leiden.



5.7.
Ten aanzien van het beroep op het exoneratiebeding oordeelt de rechtbank als volgt.



5.8.
Tussen partijen is niet in geschil dat de algemene voorwaarden van [gedaagde partij] van toepassing zijn op de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst.



5.9.
BMN heeft gelijk waar zij stelt dat het exoneratiebeding niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering tot nakoming. [gedaagde partij] heeft gesteld dat BMN aanspraak kan maken op schadevergoeding indien de overeenkomst niet goed is nagekomen, maar ook de route van het vorderen van nakoming staat open. De vordering van BMN kan dan ook voor dit gedeelte worden toegewezen.



5.10.
Het beroep op het exoneratiebeding slaagt wel voor het deel van de vordering dat ziet op betaling van schadevergoeding. De omstandigheden die BMN heeft aangevoerd zijn onvoldoende om tot het oordeel te komen dat toepassing van het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dat de rol van BMN beperkt is gebleven tot tussenschakel, in die zin dat zij de door NBU gewenste platen enkel heeft ingekocht en zonder verdere bewerking weer heeft doorverkocht, maakt niet dat contractuele afspraken met [gedaagde partij] opzij gezet kunnen worden. BMN is de overeenkomst met [gedaagde partij] onder de gesloten voorwaarden aangegaan wetende wat haar rol in het geheel was. Het enkele feit dat de gevelbeplating (deels) is losgekomen en in potentie gevaar zou kunnen opleveren voor iemand die langs de gevel loopt, maakt evenmin dat [gedaagde partij] in de gegeven omstandigheden – waar immers geen sprake is van letselschade maar van zuivere vermogensschade aan de zijde van BMN als rechtspersoon – geen beroep toekomt op het exoneratiebeding. Ook de omstandigheid dat [gedaagde partij] (mogelijk) verhaal kan halen op haar contractspartij, maakt niet dat een beroep op het exoneratiebeding in de verhouding tot BMN naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bij dit alles weegt mee dat als onbetwist vast is komen te staan dat dergelijke exoneraties gebruikelijk zijn in de handelspraktijk waarbinnen BMN en [gedaagde partij] opereren, terwijl BMN zelf ook een exoneratiebeding pleegt te hanteren.



5.11.
Dit betekent dat de primaire vordering van BMN in vrijwaring voorzover dit ziet op vergoeding van schade (waaronder eventuele buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten) wordt afgewezen.



Onrechtmatige daad





5.12.
Daarmee komt de rechtbank toe aan beoordeling van de subsidiaire grondslag.



5.13.
BMN voert ter onderbouwing van de gestelde onrechtmatige daad aan dat er een intrinsiek gebrekkig/gevaarlijk product op de markt is gebracht (gevelbeplating die van de gevel kan losraken). [gedaagde partij] had dit als leverancier van de platen moeten opmerken en/of hiervoor verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat zij dit heeft nagelaten kan als onrechtmatig jegens BMN worden gekwalificeerd.



5.14.
Met deze gestelde omstandigheden heeft BMN naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd gesteld dat [gedaagde partij] onrechtmatig heeft gehandeld. Niet valt in te zien dat het enkele niet opmerken van een intrinsiek en verborgen gebrek aan een gevelplaat – die ook nog eens specifiek bij Eternit is besteld op verzoek van BMN – een onrechtmatige daad oplevert. BMN heeft de betreffende platen zelf eveneens doorverkocht aan NBU zonder een gebrek op te merken. Ook valt niet in te zien hoe het niet nemen van verantwoordelijkheid kwalificeert als onrechtmatige daad.



5.15.
Dit betekent dat het oordeel van de rechtbank niet verandert door de subsidiaire grondslag. De vordering van BMN in vrijwaring is toewijsbaar voor zover deze ziet op een veroordeling van BMN in de hoofdzaak om na te komen jegens NBU, en wordt afgewezen voorzover deze ziet op een veroordeling van BMN in de hoofdzaak om te betalen aan NBU.



5.16.
Er is nog geen vonnis uitgesproken in de hoofdzaak. Naar het oordeel van de rechtbank staat dat niet in de weg aan het uitspreken van het vonnis in de vrijwaring, gelet op de uitkomst.



Proceskosten





5.17.
BMN krijgt gelijk op het punt van een veroordeling tot nakoming in de hoofdzaak (het alsnog zorgdragen voor de levering, het zagen, merken en bepakken van deugdelijke gevelbeplating). BMN krijgt ongelijk voor wat betreft het deel van de vordering van NBU in de hoofdzaak dat ziet op vergoeding van schade. De rechtbank ziet daarin aanleiding om [gedaagde partij] in de proceskosten te veroordelen, maar de hoogte van de bedragen te baseren op de tarieven die horen bij het bedrag van de opdracht.


De proceskosten van BMN worden begroot op:










- dagvaarding
- griffierecht


€
€


115,22
2.995,00







- salaris advocaat


€


2.580,00


(2 punten × € 1.290,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


5.879,22











5.18.
De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna in de beslissing is bepaald.





6De beslissing


De rechtbank



6.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om jegens BMN na te komen al datgene waartoe BMN in de hoofdzaak jegens NBU mocht worden veroordeeld (het leveren van op maat gezaagde, gemerkte en verpakte deugdelijke gevelbeplating),



6.2.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 5.879,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,


6.3.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.