Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:9027

2026-09-15 Civiel recht; Arbeidsrecht 12219817 AZ VERZ 26-21
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-09-15
Publicatiedatum
2026-09-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
12219817 AZ VERZ 26-21
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Werkgever verleent werknemer ontslag op staande voet vanwege een poging om twee boxershorts van het inlenende bedrijf weg te nemen. De dringende reden voor het ontslag is niet komen vast te vast te staan. Werknemer heeft recht op vergoedingen. Werkgever stelt onvoldoende feiten en omstandigheden die het scenario van werknemer dat de boxershots van hem waren en hij die eerder op een sample sale heeft gekocht, weerleggen. De door werknemer aangevoerde en onweersproken omstandigheid dat hij geen toegang had tot kleding zonder verzegeling, biedt des te meer aanwijzing voor het scenario van werknemer dat de boxershorts van hem waren.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.446 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Bergen op Zoom



Zaaknummer / rekestnummer: 12219817 \ AZ VERZ 26-21




Beschikking van 15 september 2026




in de zaak van





[werknemer]
,
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. H.E.C. Heijkoop-Otterman,



tegen




TEMPO-TEAM UITZENDEN B.V.,
te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Tempo-Team,
gemachtigde: mr. J.M. Caro.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de mondelinge behandeling van 18 augustus 2026.



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.

[werknemer] is sinds 17 juni 2024 in dienst van Tempo-Team op basis van een uitzendovereenkomst. Tempo-Team heeft [werknemer] uitgeleend aan [b.v.] (hierna: [b.v.] ). De laatste functie van [werknemer] was medewerker Inbound team.



2.2.
Op 6 maart 2026, toen [werknemer] het pand van [b.v.] wilde verlaten aan het einde van zijn dienst, is zijn tas onderworpen aan een visitatie door twee beveiligers. In de tas zijn (onder meer) twee boxershorts van het merk Calvin Klein aangetroffen.



2.3.
Bij brief van 6 maart 2026 heeft Tempo-Team [werknemer] op staande voet ontslagen. Als reden is vermeld:



“Hierbij delen wij je mee dat Tempo-Team Uitzenden bv jouw detacheringsovereenkomst wegens dringende reden met onmiddellijke ingang beëindigt op 06-03-2026. De dringende reden is hierin gelegen dat Tempo-Team Uitzenden bv op 06-03-2026 werd geïnformeerd door de opdrachtgever dat jij tijdens jouw dienst van 06-03-2026 jl. hebt getracht om goederen van de opdrachtgever weg te nemen.





Bij het verlaten van het gebouw na je dienst van 06-03-2026 ben je door middel van een visitatie gecheckt op het meenemen van goederen. Hierbij zijn twee onderbroeken uit een nieuwe collectie, die nog niet beschikbaar was voor particulieren, op je persoon aangetroffen. Je hebt hierbij zelf verklaard naar zowel de opdrachtgever als naar Tempo-Team Uitzenden bv dat je deze mee had genomen naar het werk zodat je na het afronden van je dienst kon gaan sporten.”







3Het verzoek en het verweer


3.1.


[werknemer] verzoekt – na vermindering van eis op de mondelinge behandeling –
om Tempo-Team te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Ook verzoekt hij om Tempo-Team te veroordelen tot betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten. Verder verzoekt hij om Tempo-Team te veroordelen in de proceskosten en om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.




3.2.

[werknemer] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven omdat de dringende reden daarvoor ontbreekt. Hij maakt aanspraak op vergoedingen die verband houden met het niet-rechtsgeldige ontslag.



3.3.
Tempo-Team voert verweer.



3.4.
Op de standpunten van partijen zal – voor zover van belang – onder de beoordeling worden ingegaan.





4De beoordeling



Ontslag op staande voet



4.1.
Een ontslag op staande voet is een uiterst middel om een arbeidsovereenkomst te beëindigen gelet op de grote (financiële) gevolgen daarvan voor de werknemer. Een ontslag op staande voet is daarom alleen geldig als daarvoor een dringende reden aanwezig is en het ontslag onverwijld is gegeven onder onverwijlde mededeling van de dringende reden aan de wederpartij.



4.2.
Voor de werkgever wordt als dringende reden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.






Dringende reden




4.3.
Tempo-Team grondt de dringende reden op een poging van [werknemer] om goederen van [b.v.] , namelijk twee boxershorts van het merk Calvin Klein, weg te nemen op 6 maart 2026.



4.4.
Zij stelt dat [b.v.] een beleid voert dat bij alle medewerkers bekend is, inhoudende dat het verboden is om kleding van Calvin Klein (of Tommy Hilfiger) te dragen of die bij zich te hebben op het werk. Als een medewerker dat toch doet en het pand verlaat, gaat [b.v.] ervan uit dat het kleding van [b.v.] betreft en dat de medewerker die probeert weg te nemen, tenzij de medewerker het tegendeel bewijst door het overleggen van een aankoopbewijzen. [werknemer] heeft het tegendeel niet bewezen.



4.5.

[werknemer] betwist dat hij goederen van [b.v.] heeft proberen weg te nemen. Hij voert aan dat de boxershorts van hem waren. Hij had die enkele maanden eerder gekocht op een sample sale van [b.v.] . Op de sample sales wordt aan medewerkers kleding verkocht die niet meer in de winkel wordt verkocht. [werknemer] wijst erop dat de boxershorts per drie werden verkocht. De derde boxershort is nog in zijn bezit. Die kon niet achteraf zijn gekocht in een winkel, omdat die niet meer te koop was in de winkel. [werknemer] voert aan dat hij vaker extra boxershorts in zijn tas bij zich had op het werk om na het werk te gaan sporten of voor het geval hij niet thuis slaapt. Verder voert hij aan dat hij op de afdeling Inbound niet de mogelijkheid had om kleding weg te nemen. Op de afdeling Inbound komen pallets met kleding binnen. Die hebben een verzegeling. De verzegeling gaat er pas af op de afdeling Orderpicking.



4.6.
De kantonrechter overweegt dat aangezien Tempo-Team stelt dat er een dringende reden is voor een ontslag op staande voet, zij daarvoor voldoende feiten en omstandigheden moet stellen.



4.7.
Het had daarom op de weg van Tempo-Team gelegen om een reactie te geven op de door [werknemer] aangevoerde omstandigheden dat de betreffende boxershorts per drie werden verpakt en dat derde boxershort in zijn bezit is (zie ook de door [werknemer] als productie 11 overgelegde foto van 29 januari 2026 waarop hij de betreffende boxershort draagt en de als productie 10 overgelegde foto van de betreffende boxershort met de krant van 15 april 2026), terwijl die boxershorts niet meer te koop waren in de winkel. Dat is een aanwijzing dat [werknemer] al in het bezit was van drie boxershorts voordat hij op 6 maart 2026 ging werken bij [b.v.] en daarmee ook een aanwijzing voor het door [werknemer] aangevoerde scenario dat hij de boxershorts eerder had gekocht op een sample sale van [b.v.] (zie ook de als productie 5 overgelegde bonnetjes van sample sales in 2024 en 2025 waarop boxershorts staan vermeld). Tempo-Team heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die dat scenario van [werknemer] weerspreken.



4.8.
Ook had het op de weg van Tempo-Team gelegen om een reactie te geven op de door [werknemer] aangevoerde omstandigheid dat hij op het werk überhaupt niet bij de kleding zonder verzegeling kon komen, omdat pas op de afdeling Orderpicking de verzegeling eraf wordt gehaald. Een toereikende reactie van Tempo-Team daarop ontbreekt eveneens. Dat biedt des te meer aanwijzing voor het scenario van [werknemer] dat de boxershorts van hem waren en dus niet van [b.v.] .



4.9.
Gelet op het bovenstaande stelt Tempo-Team onvoldoende feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat [werknemer] op 6 maart 2026 goederen van [b.v.] heeft geprobeerd weg te nemen.



4.10.
Zelfs als Tempo-Team wordt gevolgd waar zij stelt dat [werknemer] een verbod van [b.v.] heeft overtreden om Calvin Klein kleding bij zich te hebben op het werk – waarover partijen van mening verschillen omdat volgens [werknemer] dat verbod niet gold voor de werkvloer maar alleen tijdens sample sales en er volgens hem ook nog laks mee werd omgegaan door dan slechts de logo’s af te plakken –, rechtvaardigt dat nog niet de conclusie dat [werknemer] de kleding dus wilde wegnemen. Daarvoor stelt Tempo-Team onvoldoende.



4.11.
De dringende reden voor het ontslag is niet komen vast te staan. Het ontslag is daarom niet rechtsgeldig gegeven.



Onregelmatige opzegging




4.12.
Omdat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven, is het een onregelmatige opzegging. Tempo-Team is daarvoor aan [werknemer] een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd, gelijk aan het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Bij regelmatige opzegging – met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van een maand, tegen de eerstvolgende werkdag – had de arbeidsovereenkomst voortgeduurd tot 7 april 2026. [werknemer] heeft de gefixeerde schadevergoeding – onweersproken – berekend op € 2.989,13 bruto. Dat bedrag zal worden toegewezen.



Transitievergoeding




4.13.

Vanwege de beëindiging van de arbeidsovereenkomst is Tempo-Team een transitievergoeding verschuldigd, aan de hand van het – onweersproken –
loon van € 2.717,39 bruto per maand, inclusief vakantiebijslag, en een dienstverband dat bij een regelmatige opzegging op 7 april 2026 zou eindigen. De door [werknemer] verzochte transitievergoeding van € 1.554,33 bruto komt de kantonrechter juist voor. Dat bedrag zal worden toegewezen.




Billijke vergoeding




4.14.
Omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, is Tempo-Team in beginsel een billijke vergoeding verschuldigd. Het geven van een niet-rechtsgeldig ontslag is als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever aan te merken. Voor de billijke vergoeding gaat het erom dat [werknemer] wordt gecompenseerd voor het verlies van de waarde van de arbeidsovereenkomst.



4.15.

[werknemer] maakt aanspraak op een vergoeding van vier maandsalarissen die hij naar boven afrondt op € 12.500,00 bruto. Hij stelt – onweersproken – dat hij inkomsten is verloren en dat de beschuldiging van diefstal en de financiële zorgen hebben geleid tot stress. Hij was twee maanden niet in staat te werken. Na twee maanden heeft hij werk gevonden bij Albert Heijn. Bij Albert Heijn heeft hij een lager loon dan bij Tempo-Team, namelijk € 1.650,00 bruto per maand. Verder stelt hij – onweersproken – dat hij zijn voormalige collega’s van [b.v.] mist en dat hij vindt dat Tempo-Team ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door niet naar hem te luisteren en zonder onderzoek het standpunt van [b.v.] over te nemen.



4.16.

De kantonrechter overweegt dat een deel van het verlies van inkomsten wordt gedekt door de gefixeerde schadevergoeding vanwege de onregelmatige opzegging, gelijk aan het loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging op 7 april 2026 (zie punt 4.12.). De gemiste inkomsten zien op de periode na 7 april 2026. [werknemer] heeft twee maanden na 6 maart 2026 ander werk gevonden bij Albert Heijn, derhalve op 6 mei 2026. Tot 6 mei 2026 heeft hij dus geen inkomsten gehad. Uitgaande van het loon van
€ 2.717,39 bruto per maand heeft hij tot 6 mei 2026 € 2.612,20 bruto aan inkomsten gemist. Vanaf 6 mei 2026 heeft [werknemer] een inkomstenverlies van € 1.067,39 bruto per maand. Het is aannemelijk dat zonder het ontslag de arbeidsovereenkomst had voortgeduurd tot de aanvankelijk overeengekomen einddatum op 26 juli 2026. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd die een aanwijzing vormen dat de arbeidsovereenkomst eerder zou eindigen. Voor de periode vanaf 6 mei tot en met 26 juli 2026 komt het inkomensverlies neer op een bedrag van € 2.857,85 bruto. Het inkomstenverlies voor [werknemer] vanwege het ontslag komt zo uit op € 5.470,05 bruto.




4.17.
Omdat het bij de billijke vergoeding gaat om een schatting en het naar haar aard in relatie moet staan tot het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, rondt de kantonrechter met inachtneming van het bovenstaande de billijke vergoeding af op een bedrag van € 6.000,00 bruto. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat invoelbaar is dat [werknemer] door de beschuldiging van diefstal is geraakt en van Tempo-Team een meer kritische houding ten aanzien van het verwijt op zijn plaats was, waarmee het ontslag wellicht was te voorkomen.



Rente




4.18.
Het verzoek tot betaling van rente zal worden toegewezen. Bij gebreke van een onderbouwing dat de rente op een eerder moment verschuldigd is, zal de rente worden toegewezen vanaf veertien dagen na aanschrijving tot betaling van de toegewezen bedragen.



Buitengerechtelijke incassokosten




4.19.
De verzochte vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. Ingevolge de aanbevelingen in het rapport BGK-Integraal 2013 zal berekend over de toegewezen hoofdsom van € 10.543,46 en conform de staffel in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden een redelijk bedrag van € 1.065,33 aan incassokosten worden toegewezen.



Proceskosten




4.20.
De proceskosten komen voor rekening van Tempo-Team, omdat Tempo-Team overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten).






5De beslissing


De kantonrechter



5.1.

veroordeelt Tempo-Team tot betaling aan [werknemer] van een billijke vergoeding van
€ 6.000,00 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na aanschrijving daartoe,




5.2.

veroordeelt Tempo-Team tot betaling aan [werknemer] van een transitievergoeding van
€ 1.554,33 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na aanschrijving daartoe,




5.3.
veroordeelt Tempo-Team tot betaling aan [werknemer] van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 2.989,13 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.4.
veroordeelt Tempo-Team tot betaling aan [werknemer] van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.065,33, vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.5.
veroordeelt Tempo-Team in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.6.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.7.
wijst het meer of anders verzochte af.









Deze beschikking is gegeven door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.
















































Artikel 7:677 lid 1 BW.


Artikel 7:678 lid 1 BW.


Artikel 7:672 lid 11 BW.


Artikel 18 lid 4 ABU-cao.


Artikel 7:681 lid 1 sub a BW.


24/30 dagen * € 2.717,39 bruto voor april + 5/31 dagen * € 2.717,39 bruto voor mei.


Het loon bij Tempo-Team ad € 2.717,39 bruto - het loon bij Albert Heijn ad € 1.650,00 bruto.


26/31 dagen * € 1.067,39 bruto voor mei + € 1.067,39 bruto voor juni + 26/31 dagen * € 1.067,39 bruto voor juli.


€ 2.612,00 bruto voor 6 april tot 6 mei 2026 + € 2.857,85 bruto voor 6 mei tot 26 juli 2026.


Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.