Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8899

2026-09-08 Bestuursrecht; Omgevingsrecht BRE 26/1929
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-09-08
Publicatiedatum
2026-09-14
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 26/1929
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen belanghebbende is in de zin van de Awb.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.932 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: BRE 26/1929


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser


en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland, het college
(gemachtigde: mr. L.P. Koster-Braad).


Samenvatting


1. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een verleende omgevingsvergunning, omdat hij het niet eens is met het plan om een nieuwbouwwoning te bouwen aan de [adres] te [plaats] . Zijn bezwaar is door het college niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het daar niet mee eens en voert daartoe beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt of het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk is verklaard.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Op 15 september 2025 is door het college een omgevingsvergunning verleend voor het slopen van de bestaande schuur en het bouwen van een nieuwbouwwoning aan de [adres] te [plaats] . De vergunning is verleend voor de activiteiten bouwen en afwijken van regels in het omgevingsplan.


2.1.
Op 23 januari 2026 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning.


2.2.
Met het bestreden besluit van 12 maart 2026 is het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft overwogen dat eiser niet kan worden aangemerkt als belanghebbende. Eiser woont op 1.800 meter van het perceel waarop de vergunde activiteit is voorzien. Daarnaast heeft eiser geen zicht op de activiteit. De gevolgen van de vergunde activiteit zullen niet zodanig zijn dat zij op een afstand van meer dan 500 meter merkbaar zullen zijn. Hierdoor heeft eiser geen bijzonder individueel belang dat zich in voldoende mate onderscheid van dat van anderen. Voor zover er wel merkbare gevolgen zouden zijn, zijn dat geen gevolgen van enige betekenis



2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 29 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college.




Beoordeling door de rechtbank



Wat is het geschilpunt?



3. De vraag die beantwoord moet worden, is of eiser kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van de Awb. Op grond van artikel 7:1 van de Awb kan namelijk uitsluitend een belanghebbende bezwaar maken tegen een besluit.



Wanneer is sprake van een belanghebbende?



4. Om als belanghebbende bij een besluit te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.


4.1.
Het uitgangspunt is dat iemand die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium “gevolgen van enige betekenis" van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis kan niet worden gesproken van een voldoende individueel bepaalbaar persoonlijk belang. Ter plaatse van de woning of het perceel van betrokkene moeten, naar objectieve maatstaven gemeten, gevolgen van enige betekenis van het besluit optreden.



4.2.

Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor iemands woon-, leef- of bedrijfssituatie zijn, wordt in vaste rechtspraak van de Afdeling gekeken naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Die factoren worden zo nodig in onderlinge samenhang bekeken. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

Wat heeft eiser hierover aangevoerd?



5. Eiser voert aan belanghebbende te zijn omdat hij regelmatig langs het landgoed loopt. Het terrein van de watersportvereniging waarvan eiser lid is grenst direct aan het plangebied. Eiser rijdt langs het landgoed als hij naar de watersportvereniging gaat. Dit doet hij bijna dagelijks. Verder is eiser betrokken bij de omgeving. Zo heeft hij onder meer deelgenomen aan andere procedures over plannen en vergunningen in dit gebied en aangrenzende gebieden. Ook is bij via werkgroepen betrokken geweest bij inspraak over en totstandkoming van de dorpsvisie van [plaats] .

Kan eiser worden aangemerkt als belanghebbende?


6. Gezien de relatief grote afstand (1680 meter hemelsbreed, volgens Google Maps) tussen de woning van eiser en de [adres] te [plaats] en het gebrek aan zicht op dit perceel, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat eiser gevolgen van enige betekenis ondervindt van de vergunde activiteiten. Eiser heeft niet voldoende onderbouwd waarom hiervan wel sprake zou zijn. Daarbij blijkt niet dat het belang van eiser zich onderscheidt van anderen. Van een persoonlijk belang kan daarom niet gesproken worden. Een louter subjectief gevoel van sterke betrokkenheid bij een besluit is onvoldoende om te kunnen spreken van een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang. Zuiver ideële belangen bij bescherming van het landschap, de cultuurhistorie en de natuur kunnen daarom niet leiden tot belanghebbendheid.


6.1.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet kan worden aangemerkt als belanghebbende. Nu op grond van artikel 7:1 Awb uitsluitend een belanghebbende bezwaar kan maken tegen een besluit, heeft het college de inhoudelijke gronden van het bezwaar terecht niet verder behandeld.




Conclusie en gevolgen


7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit waarin het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk is verklaard, in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. N.S.S. Obispo, rechter, in aanwezigheid van mr.S. Wilbrink, griffier, op 8 september 2026 en openbaar bekend gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl



De griffier is niet in staat om de uitspraak mede te ondertekenen.












griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.



De grondslag hiervoor is artikel 1:2 van de Awb.


Zie ECLI:NL:RVS:2026:2295, r.o. 7.2.


Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2021:1064 en ECLI:NL:RVS:2020:2621.