Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7463

2026-07-10 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/445912 / JE RK 26-415
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-10
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/445912 / JE RK 26-415
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Nadere beschikking verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.004 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/445912 / JE RK 26-415
Datum uitspraak: 10 juli 2026




Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van



de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur, hierna te noemen de GI,



over





[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. S. van Beers te Zeist,





[de vader] ,

hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .





1Het verdere verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de tussenbeschikking van de kinderrechter van 3 april 2026 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief met verslag van de GI van 25 juni 2026.





2Het resterend verzoek


Aan de orde is een verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden. Ook heeft GI verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op dat verzoek heeft de kinderrechter bij voormelde tussenbeschikking van 3 april 2026 de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 14 juli 2026. De beslissing op het resterende verzoek is pro forma aangehouden. Daartoe heeft de kinderrechter overwogen dat gebleken is dat de betrokken jeugdbeschermer haar taak feitelijk heeft neergelegd. Hoewel de ouders, zo lang er nog geen nieuwe jeugdbeschermer is aangesteld, over de mogelijkheid beschikken zich tot de bureaudienst te wenden acht de kinderrechter dit absoluut onvoldoende. Daarom wenst de kinderrechter omtrent het verdere verloop van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing de vinger aan de pols te houden. De GI is verzocht de rechtbank vóór de afloopdatum van de beschermingsmaatregelen, uiterlijk op de in het dictum vermelde pro forma datum, schriftelijk tevens in afschrift aan de advocaat van de moeder en de vader te informeren over de actuele stand van zaken op dat moment. De GI is verzocht daarbij tevens aan te geven of zij het resterende deel van het verzoek handhaaft en of wordt ingestemd met schriftelijke afdoening van het verzoek. De advocaat van de moeder en de vader zijn verzocht om na ontvangst van de berichtgeving van de GI aan de rechtbank schriftelijk te berichten wat hun (nader) standpunt is.





3Het standpunt van de GI


3.1.
Door de GI is schriftelijk bericht dat de huidige jeugdbeschermer sinds 1 mei 2026 betrokken is. [minderjarige] verblijft momenteel nog bij [accommodatie]. Er wordt op dit moment gezocht naar een deeltijd verblijfplaats in een gezinshuissetting. Het gaat op dit moment goed met de moeder. Zij slikt haar medicatie trouw, waardoor ze een meer stabiel beeld laat zien. De draagkracht van de vader is beperkt, met name wegens de persoonlijke problematiek van zijn partner.



3.2.


[minderjarige] ziet de vader iedere woensdagmiddag en om de week op zaterdag brengt zij met de vader door. Een overnachting bij hem is niet mogelijk. [minderjarige] verblijft van vrijdagmiddag uit school tot dinsdagochtend naar school bij de moeder, dit verloopt goed. Tijdens de laatste evaluatie heeft de moeder aangegeven dat de zorg voor [minderjarige] haar met momenten zwaar valt waardoor [minderjarige] ook met momenten extra bij [accommodatie] is. Ook de vader heeft aangegeven dat het gedrag van [minderjarige] voor hem steeds lastiger wordt waardoor [minderjarige] ook
niet meer bij hem thuis kan zijn. [minderjarige] ageert erg op zijn partner, zij daagt haar uit door erg
diskwalificerend richting haar te zijn in haar uitspraken.




3.3.
De GI concludeert dat de ouders beiden een beperkt draagvlak hebben en dat zij profiteren van de sturing vanuit de ondertoezichtstelling. De ouders zijn gebaat bij regie-voering vanuit nabijheid. Soms is niet-vrijblijvende sturing nodig om de ouders te bewegen richting het accepteren van passende zorg voor [minderjarige] . Gezien de systeemproblematiek in combinatie met de persoonlijke problematiek, alsmede de broze samenwerking tussen de ouders is het vrijwillig kader op dit moment ontoereikend.



3.4.
De komende periode zal [minderjarige] nog bij [accommodatie] kunnen blijven. Gezien de persoonlijke problematiek van beide ouders in combinatie met een beperkte draagkracht blijft de opvoedsituatie van [minderjarige] bij beide ouders zeer kwetsbaar. Daarom ziet de GI de noodzaak tot het inzetten van een duurzame deeltijdplek ook in het kader van uitbreiding van een (gezond) netwerk voor [minderjarige] . De machtiging uithuisplaatsing dient daarom te worden verlengd om de zorg bij [accommodatie] te continueren.



3.5.
Onder verwijzing naar het voorgaande handhaaft de GI het resterende deel van het verzoek en stemt in met een schriftelijke afdoening. De GI merkt ten slotte op dat het verslag met de beide ouders is besproken en dat de ouders hebben aangegeven daarmee akkoord te gaan.





4De beoordeling


4.1.

De kinderrechter is van oordeel dat nog steeds aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding en in verband met onderzoek van haar geestelijke toestand en onderzoek van haar lichamelijke toestand. De kinderrechter verwijst kortheidshalve naar het standpunt van de GI, zoals dat is verwoord in haar brief van 25 juni 2026. De kinderrechter sluit zich daarbij aan. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing worden daarom verlengd tot
14 april 2027.




4.2.
De kinderrechter overweegt ten overvloede dat hij het zeer positief vindt dat er zo snel een andere jeugdbeschermer kon worden aangesteld.



4.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 14 juli 2026 tot 14 april 2027;



5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 14 juli 2026 tot 14 april 2027;


5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026, in aanwezigheid van Baremans als griffier.










































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:255 lid 1 BW.


Artikel 1:265b, eerste lid, BW.