Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7411

2026-07-09 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/448867 / JE RK 26-969
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-09
Publicatiedatum
2026-08-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/448867 / JE RK 26-969
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verl. OTS en MUHP

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (16.095 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/448867 / JE RK 26-969
Datum uitspraak: 9 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),



over





[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat mr. N. Schiettekatte uit Rotterdam,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].





1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 juni 2026.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:


een vertegenwoordigster van de GI;


de moeder met haar advocaat;


de vader.





1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.





2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].



2.2.
Bij beschikking van 15 juli 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Bij beschikking van 13 oktober 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 15 juli 2026.



2.3.
Bij beschikking van 26 februari 2026 heef de kinderrechter [minderjarige] uit huis geplaatst in een voorziening voor pleegzorg (bij de grootouders vaderszijde) met ingang van 26 februari 2026 tot 15 juli 2026.



2.4.

[minderjarige] verblijft bij de grootouders (vaderszijde).





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.



3.2.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.
Namens de GI is in de overgelegde stukken en tijdens de zitting naar voren gebracht dat de eerder gestelde doelen niet zijn behaald. De zorgen over de moeder zijn in de afgelopen periode toegenomen. Onlangs is de moeder zwaar onder invloed van middelen door de politie aangetroffen. Tevens is [minderjarige] getuige geweest dat de moeder onder invloed op school is verschenen. De moeder heeft in de afgelopen periode meermaals cocaïne gebruikt en het lukt haar niet om deel te nemen aan urinecontroles. Zij is niet bij alle afspraken van de hulpverlening verschenen. Gezien wordt dat de moeder gemotiveerd is, maar het lukt haar onvoldoende om te komen tot een stabiele gedragsverandering. De moeder wil in de komende periode deelnemen aan een afkicktraject bij Novadic Kentron. Een eerder afkicktraject is niet gelukt. Gelet op voorgaande heeft de moeder onvoldoende stappen gezet om te kunnen komen tot een terugplaatsing van [minderjarige]. De GI heeft hierover wel duidelijke afspraken met de moeder gemaakt. Deze zijn haar meermaals mondeling en schriftelijk toegelicht. Gelet hierop is het niet mogelijk om een perspectiefonderzoek bij de moeder te doen. De persoonlijke situatie van de vader is gewijzigd. Onlangs heeft de vader de sleutel van een eigen woning - in de buurt van de grootouders - ontvangen. [minderjarige] heeft het naar haar zin bij de grootouders en zij vindt het fijn dat zij de vader meer kan zien. Het verblijf bij de grootouders is echter een noodoplossing. Op lange termijn kan zij daar niet blijven wonen. De grootouders worden ouder en wonen in een seniorencomplex. Dit is geen passende woonsituatie gelet op de leeftijd van [minderjarige]. De vader wil een stabiele woonplek aan [minderjarige] bieden als zij niet bij de moeder kan wonen. In de komende periode dient zicht te komen op de opvoedvaardigheden van de vader. Een langere periode heeft hij geen contact gehad met [minderjarige]. Als het bij de moeder onveilig blijft en er voldoende vertrouwen in de opvoedvaardigheden van de vader is, kan worden toegewerkt naar een plaatsing van [minderjarige] bij de vader. Het is in het belang van [minderjarige] dat zij een sociaal netwerk en dagelijkse structuur opbouwt in [woonplaats 2] als haar leven zich daar verder zal voortzetten. Een school in [woonplaats 2] sluit hierop aan. Hier dient snel duidelijkheid over te komen. De GI vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing bij de grootouders gelet hierop nog noodzakelijk.



4.2.

[minderjarige] heeft de kinderrechter onder andere verteld dat zij het fijn heeft bij de grootouders. Zij speelt veel met haar nichtje. Zij is haar beste vriendin. [minderjarige] gaat met de taxi in [woonplaats 1] naar school. Zij mist haar schoolvriendinnen soms een beetje als zij in [woonplaats 2] is. De ouders ziet [minderjarige] eenmaal per week. Het allerliefste zou [minderjarige] weer terug bij de moeder willen wonen. Als dat niet kan, wil zij proberen of het bij de vader kan.



4.3.
Door en namens de moeder is naar voren gebracht dat zij kan instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder kan ook instemmen met de machtiging uithuisplaatsing voor een maximale duur van zes maanden. Haar verzoek is om het restant aan te houden om over zes maanden met elkaar te bespreken hoe het dan gaat. Dan is er mogelijk meer zicht op een eventuele plaatsing bij de vader of eventuele terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder. De moeder heeft zichzelf aangemeld bij Novadic Kentron nadat haar verzoek tot een opname in een afkickkliniek in Afrika is onlangs afgewezen.. De moeder gaat deelnemen aan groepssessies en individuele sessies. Ook zal er sprake zijn van ambulante hulpverlening en EMDR. Op korte termijn zal een tweede intake plaatsvinden bij Novadic Kentron. Hierna hoopt zij snel te kunnen starten. De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] komend schooljaar in [woonplaats 1] naar school blijft gaan. [minderjarige] heeft het naar haar zin op deze school, voelt zich daar veilig en heeft vriendinnen. [minderjarige] vindt het geen probleem dat zij iedere dag een half uur in de taxi moet zitten om naar school te gaan. Daarnaast kan de moeder [minderjarige] na schooltijd even zien als zij in [woonplaats 1] naar school blijft gaan. Het is niet wenselijk dat [minderjarige] opnieuw van school moet wisselen en het jaar erop opnieuw, omdat zij dan naar de middelbare school gaat. Het uitgangspunt dient te zijn dat de moeder de kans moet krijgen om te werken naar een terugplaatsing van [minderjarige]. De conclusie dat [minderjarige] mogelijk bij de vader kan gaan wonen, wordt te snel getrokken. Eerder zijn er zorgen bij de vader waargenomen. De hechtingsrelatie tussen de vader en [minderjarige] dient te worden hersteld. De moeder mist [minderjarige] enorm. De moeder beseft dat zij vanuit haar problematiek in de afgelopen periode onvoldoende stappen heeft gezet om momenteel te komen tot een terugplaatsing. De moeder weet dat zij fouten heeft gemaakt en wil graag geholpen worden.



4.4.
Door de vader is naar voren gebracht dat hij kan instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling. De vader hoopt dat [minderjarige] snel bij hem komt wonen, zodat hij de zorg voor [minderjarige] op zich kan nemen. De vader kan [minderjarige] structuur bieden en hij heeft geen verslavingen. In de afgelopen periode heeft de vader dag en nacht met [minderjarige] samen gewoond bij de grootouders. Sinds hij op 10 juni 2026 de sleutel van zijn huis heeft gekregen is hij druk bezig om een stabiele thuissituatie te creëren en heeft hij [minderjarige] tijdelijk minder gezien. De vader hoopt dat [minderjarige] volgend schooljaar in [woonplaats 2] kan starten. In [woonplaats 1] wordt ze gepest op school. In [woonplaats 2] kan ze nieuwe vriendinnen maken. De school waar [minderjarige] in [woonplaats 2] naartoe kan is vlakbij zijn huis en het huis van de opa en oma waar [minderjarige] nu verblijft. De vader is bereid om alle hulp in het belang van [minderjarige] te aanvaarden en de hechtingsband te verbeteren.






5De beoordeling


5.1.

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Hiervoor moet aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) zijn voldaan.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:



de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en


de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.





5.2.
Als het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid kan de kinderrechter op grond van artikel 1:265b eerste lid BW de gecertificeerde instelling (die is belast met de ondertoezichtstelling) op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen. De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265c tweede lid BW de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en maximaal voor de duur van een jaar.



5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat er onverminderd sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige]. Er is sprake van parentificatie en een verstoorde hechtingsrelatie met beide ouders. De situatie van de moeder is in de afgelopen periode verslechterd. De moeder is meermaals zwaar onder invloed aangetroffen. Hierdoor kan zijn niet voor [minderjarige] zorgen en is zij emotioneel niet beschikbaar voor [minderjarige]. Het is dringend noodzakelijk dat de moeder de komende periode met zichzelf aan de slag gaat op basis van het plan dat de GI met haar heeft afgestemd. Als dit niet lukt, is het ook niet mogelijk om verder te kunnen onderzoeken of [minderjarige] weer terug bij de moeder kan wonen. De kinderrechter maakt zich zorgen hoe lang [minderjarige] in onduidelijkheid kan verkeren over haar perspectief en wat de situatie, gelet op de zorgen bij aanvang van de ondertoezichtstelling, met haar doet. De kinderrechter begrijpt dat de GI de mogelijkheden bij de vader wil onderzoeken, dit sluit ook aan bij wat [minderjarige] graag wil, maar daarin moet ook aandacht zijn voor de verstoorde relatie met de vader. Het welzijn van [minderjarige] in het contactherstel staat voorop. De GI zal zorgvuldig moeten onderzoeken wat [minderjarige] nodig heeft om zich veilig te kunnen hechten. Regie en monitoring van de GI zijn noodzakelijk om de belangen van [minderjarige] te monitoren en om aan de doelen van de ondertoezichtstelling te werken.



5.4.
De kinderrechter zal het – onweersproken – verzoek om de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen daarom toewijzen met ingang van 15 juli 2026 tot 15 juli 2027.



5.5.
Ook aan de gronden voor een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is naar het oordeel van de kinderrechter voldaan. Met [minderjarige] gaat het naar omstandigheden goed bij de grootouders, maar zij kan nog niet bij één van haar ouders wonen. Door de persoonlijke problematiek van de moeder en haar terugval op middelen kan zij geen veilige opvoeding bieden aan [minderjarige]. Nu de situatie van de moeder onveilig en instabiel is en de opvoedsituatie van de vader moet worden onderzocht, is het noodzakelijk dat [minderjarige] voorlopig bij de grootouders verblijft. De kinderrechter ziet geen aanleiding voor een tussentijds toetsmoment. Zij heeft er vertrouwen in dat de GI met de ouders in de komende periode de noodzakelijke stappen zet. De ouders zijn aan zet om zich in het belang van [minderjarige] in te zetten voor een veilige en stabiele band.



5.6.
De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (te weten bij de grootouders vaderszijde) verlengen voor dezelfde duur, te weten voor een jaar, met ingang van 15 juli 2026 tot 15 juli 2027.



5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



a. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 15 juli 2026 tot 15 juli 2027;
b. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (bij de grootouders vaderszijde) met ingang van 15 juli 2026 tot 15 juli 2027;
c. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.










Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. De Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van Oonincx als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.