Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7381

2026-07-08 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/448946 / JE RK 26-991
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-08
Publicatiedatum
2026-08-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/448946 / JE RK 26-991
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.609 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/448946 / JE RK 26-991
Datum uitspraak: 8 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),



over





[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],





[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2].



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bijgestaan door mr. J.J.R. Albicher uit Roosendaal,





[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bijgestaan door mr. P.F.M. Gulickx uit Breda.



Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.





1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 1 juni 2026, ontvangen op 2 juni 2026.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:


twee vertegenwoordigers van de GI;


de vader met zijn advocaat;


- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad.



1.3.
Gelet op de nauwe samenhang tussen het verzoek van de GI in deze zaak en het verzoek van de GI in de zaak met kenmerk C/02/440641 / JE RK 25-1816, zijn de verzoeken gelijktijdig behandeld. In laatstgenoemde zaak is bij separate beschikking beslist.





2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].



2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.



2.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij beschikking van 15 juli 2025 onder toezicht gesteld van de GI van 15 juli 2025 tot 15 oktober 2025. Bij beschikking van 2 oktober 2025 is het resterende verzoek van de Raad toegewezen en zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de GI gesteld met ingang van 15 oktober 2025 tot 15 juli 2026.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4Het standpunt van GI


4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, aan dat de afgelopen periode positieve stappen zijn gezet in het contactherstel tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Tegelijkertijd bestaan er nog steeds zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2], de oudercommunicatie, de draagkracht van de moeder, het controlegedrag van de vader en zijn vermogen om het belang van de kinderen centraal te stellen. Er is sprake van een voortdurende ouderstrijd. Er is een wisselende instemming met de inzet van hulpverlening. Het is daarom belangrijk dat de GI betrokken blijft. Er is een aanvraag gedaan voor BSO met een speciale indicatie en voor een logeerhuis voor twee weekenden in de maand, onder meer om de moeder te ontlasten. Sinds half april 2026 is sprake van onbegeleid contact tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2], iedere vrijdag vanaf school tot 17:00 uur, waarbij alleen de overdracht naar de moeder wordt begeleid. Het contact tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet zorgvuldig worden opgebouwd, waarbij het tempo van de kinderen centraal staat. Gezien de complexiteit en de doelen waaraan nog moet worden gewerkt, is de GI van mening dat een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar nodig is.








5De standpunten van belanghebbenden


5.1.
Door en namens de moeder is verzocht het verzoek van de GI toe te wijzen. Er is sprake van een voortdurende ouderstrijd en de vader probeert continu de controle te houden. De kinderen hebben last van een loyaliteitsconflict en ervaren spanningen. De moeder maakt zich zorgen over de kinderen. De moeder is overbelast. Het beeld dat in het bericht van de GI van 14 april 2026 wordt geschetst dat de moeder besluiten van de GI wisselend accepteert, is niet waar. De moeder werkt goed mee met de GI. Zij wil dat er contact is tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2], maar wel op een veilige en passende manier. Omdat er de komende periode nog veel moet gebeuren en omdat dit tijd kost, is verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk.



5.2.
Door en namens de vader is verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van zes maanden, zodat er een tussentijds toetsmoment bestaat. Er is sprake van een ontwikkelingsbedreiging. De oudercommunicatie verloopt moeizaam en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben last van een loyaliteitsconflict. De vader betwist de eerdere beschuldigingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De omgang tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verloopt goed. De vader zou graag zien dat de contactregeling wordt uitgebreid. De kinderen willen dit ook. De vader vindt het pijnlijk dat er door de GI een logeerhuis wordt ingeschakeld, terwijl de kinderen ook bij hem zouden kunnen overnachten. De vader wordt geïnformeerd over besluiten, maar hij wordt niet van tevoren betrokken voor overleg door de GI.





6Het advies van de Raad


6.1.
De Raad adviseert de kinderrechter de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen. Er is sprake van een ontwikkelingsbedreiging en de doelen zijn nog niet behaald. Een termijn van zes maanden is te kort om te bereiken wat nog moet worden gedaan.





7De beoordeling



Wettelijk kader



7.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Hiervoor moet aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) zijn voldaan.



7.2.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:


de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en


de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.



Inhoudelijke beoordeling



7.3.
Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter dat nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. Er is sprake van een voortdurende en forse ouderstrijd waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mee worden belast. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben last van een loyaliteitsconflict en ervaren spanningen rondom de contact- en overdrachtsmomenten. De ouderstrijd, maar ook het controlegedrag van de vader en de angst van de moeder voor de vader, bemoeilijken de oudercommunicatie. Er zijn ook zorgen over de draagkracht van de moeder. Op dit moment zijn de ouders niet in staat om de ontwikkelingsbedreiging op vrijwillige basis weg te nemen. Het systeem is complex en de moeizame oudercommunicatie maakt dat niet altijd stappen in de goede richting kunnen worden gezet. Het is daarom belangrijk dat de GI betrokken blijft om te werken aan de binnen de ondertoezichtstelling gestelde doelen.



7.4.

Gelet op de complexe situatie en de doelen waaraan nog moet worden gewerkt, is de kinderrechter, met de GI en de Raad, van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk is.

Uitvoerbaar bij voorraad




7.5.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is
verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.




7.6.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.





8De beslissing


De kinderrechter:



8.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 15 juli 2026 tot 15 juli 2027;


8.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 23 juli 2026.











































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.