Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7361

2026-08-07 Strafrecht 02.039906.25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-08-07
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Op tegenspraak
Zaaknummer
02.039906.25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling vervaardigen en bezit kinderpornografische video’s minderjarige stiefdochter. Gevangenisstraf 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een onvoorwaardelijke taakstraf van 200 uren. Immateriële schadevergoeding € 4.000,-.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (27.061 tekens)
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT


Strafrecht



Zittingsplaats: Breda



Parketnummer: 02.039906.25




Vonnis van de meervoudige kamer van 7 augustus 2026






[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsman mr. G.J. van Oosten, advocaat te Amsterdam.




1Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 juli 2026, waarbij de officier van justitie mr. G.W. van der Burg en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.



2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografische video’s van zijn toenmalige stiefdochter in de periode van 1 juli 2024 tot en met 13 juli 2024 (feit 1) en van 24 november 2015 tot en met 30 juni 2024 (feit 2).




3De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.




4De beoordeling van het bewijs

4.1.


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen.



4.2.


Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat niet ter discussie staat dat verdachte zijn stiefdochter ruim tien jaar geleden stiekem heeft gefilmd. Het dossier bevat echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de afbeeldingen een seksuele gedraging bevatten, dan wel strekken tot het opwekken van een seksuele prikkeling. Er kan dan ook niet worden gesproken van kinderpornografisch materiaal in de zin van artikel 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), waardoor verdachte moet worden vrijgesproken.



4.3.

Het oordeel van de rechtbank


4.3.1.


De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.



4.3.2.


De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Verdachte heeft bekend dat hij op 24 november 2015, 31 december 2015 en op 18 juli 2017 in de badkamer heimelijk opnames heeft gemaakt van zijn stiefdochter [slachtoffer] . Op de opnamen zijn haar volledig ontblote borsten, billen en vagina te zien. Op de eerste twee data was zij 14 jaar oud en op de laatstgenoemde datum was zij 16 jaar oud. Deze opnames zijn aangetroffen op verschillende gegevensdragers van verdachte die op 13 juli 2024 in beslag zijn genomen door de politie. Op het moment van inbeslagneming waren deze video’s nog direct benaderbaar op één gegevensdrager: de externe harde schijf HDD_Freecom_Grijs.




Kinderpornografisch?

Bij de beantwoording van de vraag of het aangetroffen materiaal als kinderpornografisch moet worden aangemerkt, is van belang of daarop seksuele gedragingen te zien zijn. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het begrip ‘seksuele gedraging’ zoals opgenomen in de wettekst van artikel 240b (oud) Sr ruim wordt opgevat. Zo vallen niet alleen afbeeldingen van een gedraging van expliciet seksuele aard onder dit begrip, maar ook afbeeldingen van een handeling die op zichzelf niet expliciet seksueel van aard is of in andere omstandigheden ‘onschuldig’ zou kunnen zijn, maar die gelet op de wijze waarop zij tot stand zijn gekomen in het concrete geval onmiskenbaar strekken tot het opwekken van seksuele prikkeling. Volgens de Memorie van Toelichting bij artikel 240b (oud) Sr hangt het antwoord op de vraag of een kinderpornografische afbeelding wel of niet strafbaar is, af van de vraag of sprake is van een normale afbeelding van een (al dan niet geheel of gedeeltelijk ontblote) minderjarige in de gezinssfeer. Niet strafbaar is een afbeelding van een gedraging die past bij een minderjarige leeftijd en de gedraging is vastgelegd in een omgeving en in een context waarin een minderjarige normaal verkeert.



In het nieuwe artikel 252 Sr is voor de betekenis van de wettekst ‘een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbare seksuele strekking’ aangesloten bij de hiervoor aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad over de term ‘seksuele gedraging’. Daaronder worden ook de weergave van een op zichzelf niet-seksuele gedraging van een kind als seksuele gedraging aangemerkt, wanneer zo’n afbeelding door de wijze van totstandkoming strekt tot het opwekken van een seksuele prikkeling en daarmee een onmiskenbare seksuele strekking heeft. Het gaat dan volgens de kamerstukken om bijvoorbeeld heimelijke opnames van kinderen die zich omkleden of douchen.



Op de video’s die door verdachte zijn gemaakt is onder meer te zien dat [slachtoffer] zich helemaal uitkleedt, naar de wc gaat, doucht en zich afdroogt met een handdoek. Door de positie van de camera komt meermalen haar vagina van dichtbij volledig in beeld. Ook de billen en borsten van [slachtoffer] zijn duidelijk zichtbaar op de video. Verdachte heeft op zitting verklaard dat het hem ging om het bloot/naakt in beeld brengen van [slachtoffer] , omdat hij nieuwsgierig was naar haar naaktheid, en bovendien zijn de afbeeldingen heimelijk gemaakt. De rechtbank constateert dat deze situatie precies past binnen de door de wetgever en de Hoge Raad beoogde reikwijdte. Het gaat hier juist niet om een normale afbeelding van een ontblote minderjarige in de gezinssfeer. [slachtoffer] deed de badkamer op slot voordat zij zich uitkleedde en ging douchen, omdat zij haar naaktheid voor zichzelf wilde houden en dus niet met haar gezinsleden wilde delen.



Gelet op de wijze van totstandkoming van de video’s strekken zij onmiskenbaar tot het opwekken van seksuele prikkeling. Daaraan doet niet af dat verdachte ook op zitting stellig heeft verklaard dat hij er geen lustgevoelens bij had. De strekking van de gemaakte afbeelding is doorslaggevend en niet of verdachte lustgevoelens ervaart bij die afbeelding. De video’s zijn daarmee aan te merken als een afbeelding van seksuele gedragingen en dus kinderpornografisch materiaal.



Gelet op het voorgaande kunnen de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.




4.4.


De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte



1
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 13 juli 2024 in Nederland meermalen visuele weergaven met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] was betrokken in bezit heeft gehad te weten

- afbeeldingen, te weten video's en
- een gegevensdrager, te weten HDD_Freecom_Grijs bevattende video’s waarop te zien is dat:
- die persoon naakt is en/of
- die persoon zich van haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld worden gebracht;

( [bestandsnaam 1] en [bestandsnaam 2] en [bestandsnaam 3] enVideo2.MOV,
afbeeldingen 01, 02, 03 en 04 in toonmap)



2
in de periode van 24 november 2015 tot en met 30 juni 2024 in Nederland meermalen

- afbeeldingen, te weten video's en
- gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten HDD_Freecom_Grijs en Externe_HDD_Freecom_250GB en SD-250GB uit laptop, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken heeft vervaardigd en in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, die zich van haar kleding ontdoet en/of waarna door het camerastandpunt nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling.
( [bestandsnaam 1] en [bestandsnaam 2] [bestandsnaam 3] en [bestandsnaam 4] , afbeeldingen 01, 02, 03 en 04 in toonmap)



Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.





5De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.


Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.




6De strafoplegging

6.1.


De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf van 200 uren.



6.2.


Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die de duur van 1 dag overstijgt. De door de officier van justitie gevorderde straf wordt passend geacht gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft na de ontdekking direct zijn verantwoordelijkheid genomen en heeft op vrijwillige basis hulp gezocht. Het behandeltraject bij [ggz-instelling] is een jaar geleden positief afgerond. Daarnaast heeft verdachte een baan en een blanco strafblad. Verder dient in het voordeel van verdachte rekening gehouden te worden met het tijdsverloop en het lage recidiverisico.



6.3.


Het oordeel van de rechtbank


De ernst van de feiten

Verdachte heeft in 2015 en 2017 video’s gemaakt van zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer] , terwijl zij zich geheel ontbloot in de badkamer bevond. Dit heeft verdachte heimelijk gedaan door zijn telefoon met camera te verstoppen in zijn werkbroek die hing aan een haakje in de badkamer. In deze broek zat een gaatje ter hoogte van de camera. Op de video’s is onder meer te zien dat [slachtoffer] zich helemaal uitkleedt, naar de wc gaat, doucht en zich afdroogt met een handdoek. Door de positie van de camera komt meermalen haar vagina van dichtbij volledig in beeld. Verdachte heeft deze kinderpornovideo’s ook jarenlang bewaard.



Met zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en privacy van zijn stiefdochter [slachtoffer] . [slachtoffer] vond het aanvankelijk moeilijk om een band met verdachte op te bouwen, omdat zij naar eigen zeggen met haar biologische vader niet altijd een goede band had. Uiteindelijk kregen zij een betere band toen [slachtoffer] volwassen was. Het langzaam opgebouwde vertrouwen dat [slachtoffer] in haar stiefvader had, is ernstig beschaamd toen zij op 17 juli 2024 van haar moeder hoorde wat die een paar dagen daarvoor had ontdekt. Toen haar moeder naar vakantiefoto’s zocht op een externe harde schijf van verdachte, trof zij de kinderpornovideo’s van haar dochter aan. Ook het vertrouwen van zijn toenmalige echtgenote heeft verdachte ernstig beschaamd.
Het was de verantwoordelijkheid van verdachte om zijn stiefdochter een veilige en geborgen gezinssituatie te bieden, waarin zij onbezorgd kon opgroeien. Helemaal nu verdachte wist dat [slachtoffer] kwetsbaar was en onder behandeling was voor een eerder trauma. Verdachte heeft hier een extra trauma voor [slachtoffer] aan toegevoegd. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer] volgt dat zij zich verraden voelt en dat al haar jeugdherinneringen zijn besmeurd met de kennis van nu.



Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen een grove inbreuk gemaakt op de veiligheid van zijn stiefdochter, maar ook op haar seksuele en lichamelijke integriteit. Daarmee heeft hij de normale seksuele en lichamelijke ontwikkeling doorkruist, waar ieder kind recht op heeft. Uit haar slachtofferverklaring blijkt dat de badkamer voor [slachtoffer] een veilige plek was om haar eigen lichaam te ontdekken. De deur kon op slot en zij dacht dat niemand kon zien wat zij daar deed. Dit bleek niet het geval te zijn, waardoor zij een vies en vervelend gevoel heeft overgehouden aan die periode en het gevoel heeft dat haar puberlichaam iets vies was. Tot op heden voelt zij zich niet comfortabel in haar naakte lichaam. Als zij zichzelf naakt in de spiegel ziet, kan ze alleen maar denken dat verdachte daarnaar heeft gekeken. Dit heeft tot op de dag van vandaag veel invloed op haar relatie met haar eigen lichaam en seksualiteit en ook op haar relatie met haar partner.



Gelet op de ernst van de feiten is in beginsel een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Volgens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht is bij het vervaardigen van kinderporno een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar het oriëntatiepunt. Ook voor iemand die nog niet eerder met justitie in aanraking is geweest, zoals verdachte. Vervolgens kijkt de rechtbank naar de persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden.




De persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden

Al bij de doorzoeking van de toenmalige gezamenlijke woning op 15 juli 2024 deed verdachte zijn handen voor zijn ogen en begon te huilen. Hij zei vervolgens ongevraagd tegen de verbalisanten dat hij levens heeft verwoest en dat het zijn schuld is, omdat hij [slachtoffer] stiekem heeft gefilmd. Ook op zitting heeft hij emotioneel zijn spijt betuigd nadat [slachtoffer] haar slachtofferverklaring had voorgelezen en in zijn laatste woord. Dat weegt de rechtbank mee in het voordeel van verdachte.



Uit het op 8 juli 2026 opgemaakte reclasseringsrapport over verdachte volgt dat hij de praktische leefgebieden op orde heeft, zo heeft verdachte werk en een koopwoning. Ten tijde van de verdenking waren er voornamelijk risico’s op het gebied van psychosociaal functioneren. Bij verdachte is vanaf jongs af aan sprake geweest van een gevoel van eenzaamheid en afwijzing. In het kader van zijn lage zelfbeeld volgde hij door de jaren heen verschillende therapieën, zo ook na de ontdekking van het beeldmateriaal. Hij ging op vrijwillige basis in behandeling bij [ggz-instelling] met aandacht voor emotionele stabiliteit, coping, eenzaamheid en omgaan met intimiteitsbehoefte. Dit traject werd positief afgesloten en het risico op recidive werd in mei 2025 door [ggz-instelling] ingeschat als laag. Op basis van collegiale consultatie, referenteninformatie afkomstig van [ggz-instelling] en de afname van de op zeden gerichte risicotaxatie, schat ook de reclassering het risico op seksuele recidive in als laag. Er zijn volgens de reclassering geen signalen die wijzen op (nieuw) delictgedrag of een actuele behandelbehoefte. Vanuit het oogpunt van risicobeperking ziet de reclassering daarom geen meerwaarde in reclasseringstoezicht of bijzondere voorwaarden. Ook deze inhoud van het reclasseringsrapport weegt de rechtbank mee in het voordeel van verdachte.




Conclusie

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf van 200 uren.





7Het beslag

7.1.


De onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen laptop wordt onttrokken aan het verkeer. De laptop is hiervoor vatbaar, omdat op deze laptop de kinderpornografische video’s waren opgeslagen en zodoende de bewezen feiten met betrekking tot dit voorwerp zijn begaan. De rechtbank vindt de onttrekking aan het verkeer ook passend.





8De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 6.500,- aan immateriële schade.


De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.



De rechtbank begrijpt dat de vordering zo dat die is gebaseerd op een aantasting in de persoon op andere wijze. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde voldoende met concrete gegevens onderbouwd en is door de verdediging onvoldoende gemotiveerd weersproken dat zij ernstige nadelige geestelijke gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Gelet op de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gestelde en niet weersproken gevolgen daarvan voor de benadeelde is sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 BW. Dit betekent dat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt.



Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding neemt de rechtbank de aard en ernst van de gedraging van verdachte en de gestelde en niet weersproken gevolgen voor de benadeelde in aanmerking. Daarnaast wordt acht geslagen op hetgeen rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld hebben toegekend. Gelet hierop oordeelt de rechtbank een vergoeding van een bedrag van € 4.000,- billijk.



Voor het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden op dit moment niet voldoende vast staan. Mede gelet op de betwisting daarvan door de verdediging is verdere behandeling van dat deel van de vordering aangewezen. Die verdere behandeling levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.



De rechtbank zal tevens de wettelijke rente toewijzen over het toegekende schadebedrag vanaf 17 juli 2024: het moment waarop de benadeelde partij bekend is geworden met het strafbare feit.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.




9De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 36f, 57, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.



10Beslissing
De rechtbank:



Bewezenverklaring


- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;



Strafbaarheid


- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: een visuele weergave met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;



feit 2: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken vervaardigen, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;



Strafoplegging


- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;



Benadeelde partij


- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 4.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2024 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] € 4.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2024 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 40 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;



Beslag


- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:
* 1 computer (voorwerpnummer: PL2000-ZBRBC24110_823272).



Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en
mr. C.M.B. Gijselman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld en
S. Kaya, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 augustus 2026.



De griffier S. Kaya is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging




1
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 13 juli 2024 te [plaats]
, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
te weten [slachtoffer] was betrokken of schijnbaar was betrokken
heeft
vervaardigd en/of
ingevoerd en/of
doorgevoerd en/of
uitgevoerd en/of
verworven en/of
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten

- afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of films, en/of
- gegevensdragers, te weten HDD_Freecom_Grijs en/of

Externe_HDD_Freecom_250GB en/of SD-250GB uit laptop, bevattende
afbeeldingen/video’s,
waarop te zien is dat:
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding

ontdoet
en/of

- door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de fotos/films

nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld
worden gebracht
( [bestandsnaam 1] en/of [bestandsnaam 2] en/of [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] ,
afbeeldingen 01, 02, 03 en/of 04 in toonmap)
(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 Wetboek van Strafrecht)



2
hij
in de periode van 24 november 2015 tot en met 30 juni 2024
te Utrecht en/of [plaats] , in elk geval in Nederland,
meermalen, althans eenmaal
telkens

- afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of films, en/of
- gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten te weten HDD_Freecom_Grijs

en/of Externe_HDD_Freecom_250GB en/of SD-250GB uit laptop, bevattende
afbeeldingen,
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken
heeft
vervaardigd, en/of
ingevoerd, en/of
doorgevoerd, en/of
uitgevoerd, en/of
verworven en/of
in bezit gehad, en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met
gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die
kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon zich in
opeenvolgende
afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet
en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de
uitsnede van de
foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten
en/of billen in beeld gebracht worden
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft
en/of strekt tot seksuele prikkeling
( [bestandsnaam 1] en/of [bestandsnaam 2] en/of [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] ,
afbeeldingen 01, 02, 03 en/of 04 in toonmap)
(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)