Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7332

2026-07-07 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/447530 / JE RK 26-715
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-07
Publicatiedatum
2026-08-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/447530 / JE RK 26-715
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.094 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Middelburg



Zaaknummer: C/02/447530 / JE RK 26-715
Datum uitspraak: 7 juli 2026




Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING,
locatie Eindhoven,
hierna te noemen: de GI,



over





[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M. Janse uit Halsteren,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. W.J. Jurgers uit Bergen op Zoom.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


de beschikking van deze rechtbank van 28 mei 2026 met alle daarin opgenomen en genoemde stukken;


het bericht met bijlage van mr. Jurgers van 6 juli 2026;


de briefrapportage met bijlagen van de GI van 6 juli 2026.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordigster van de GI.


1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.





2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2.
Bij beschikking van 30 mei 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is voor het laatst verlengd tot 8 juli 2026.



2.3.
Bij beschikking van 2 september 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend tot 30 mei 2025. De machtiging tot uithuisplaatsing is voor het laatst verlengd tot 8 juli 2026.



2.4.
Op basis van voornoemde machtiging verblijft [minderjarige] in een gezinshuis.





3Het verzoek


3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.




3.2.
Thans ligt nog ter beoordeling voor het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening tot 30 mei 2027.





4De standpunten


4.1.
De GI handhaaft het verzoek. In de komende periode moet er veel gebeuren en belangrijk is dat [minderjarige] stabiliseert en rust gaat ervaren. De afspraak bij de politie voor het informatieve gesprek is gepland en de GI is bezig met het regelen van volwassenonderwijs voor [minderjarige] . Ook gaat zij binnenkort naar [de jeugdzorginstelling]. De GI hoopt dat [minderjarige] op termijn therapie wil aangaan, maar voor nu staat zij daar niet voor open. Verder werkt de GI aan een plan voor na haar achttiende levensjaar. Het vrijwillig kader is voor nu niet haalbaar. Er is nog geen borgingsplan en er is nog onvoldoende rust voor [minderjarige] en tussen de ouders.



4.2.
Door en namens de moeder is aangegeven dat zij geen verweer voert. Ondanks dat de moeder haar vraagtekens bij de doelmatigheid van de ondertoezichtstelling heeft en de samenwerking tussen de GI en de moeder zeer moeizaam verloopt, vindt de moeder het van belang dat [minderjarige] blijft wonen waar zij nu woont. In de komende periode moet er veel gebeuren en voor [minderjarige] worden geregeld. Tijdens de zitting heeft de moeder nog aangegeven dat zij [minderjarige] accepteert zoals zij is, los van haar kleding en de make-up. Als [minderjarige] een tijdje geen contact wil hebben, staat de moeder daar voor [minderjarige] achter. Zij is trots op [minderjarige] dat zij heeft durven vertellen wat er is gebeurd en dat zij aangifte bij de politie gaat doen.



4.3.
De vader staat ook achter het verzoek. Door en namens de vader is aangegeven dat hij vindt dat de GI te kort is geschoten als het gaat om de veiligheidsafweging in de periode dat de gebeurtenis met [minderjarige] en de (stief)opa in het vorige gezinshuis heeft plaatsgevonden. Hij vindt het onbegrijpelijk dat de ouders buiten de situatie zijn gehouden. Desondanks staat het belang van [minderjarige] voorop en vindt de vader het belangrijk dat [minderjarige] blijft wonen waar zij nu woont. Daarom gaat hij akkoord met een verlenging voor een kortere periode van zes maanden. Dit om de GI scherp te houden, ook gezien de naderende meerderjarigheid van [minderjarige] . Tot slot vindt de vader het belangrijk dat [minderjarige] wordt gemotiveerd voor traumatherapie.



4.4.
Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat zij het eens is met het verzoek, omdat zij naar [de jeugdzorginstelling] wil en de GI dan betrokken moet blijven. Verder heeft zij op 14 juli 2026 een afspraak voor een informatieve gesprek bij de politie. Dat wil [minderjarige] graag doorzetten. [minderjarige] benoemt hierbij wel dat zij het fijner had gevonden als de GI rondom het plannen van de afspraak meer het overleg met haar had opgezocht. In de tussentijd heeft [minderjarige] ook met de vertrouwenspersoon van het vorige en het huidige gezinshuis gesproken en zij neemt de situatie serieus. Verder heeft [minderjarige] verteld dat zij over een maand naar [de jeugdzorginstelling] gaat. Daar heeft zij zin in. [minderjarige] is toe aan meer zelfstandigheid. Met haar vader heeft [minderjarige] contact, met haar moeder niet en dat wil [minderjarige] voor nu ook zo houden. Dit omdat de moeder [minderjarige] niet accepteert zoals zij is, bijvoorbeeld als het gaat om haar kleding en make-up. Ook is de moeder bij het vorige gezinshuis nooit langs geweest en wilde zij haar gegevens niet met de school van [minderjarige] delen. Verder heeft [minderjarige] een bijbaantje en gaat zij binnenkort starten met volwassenonderwijs. [minderjarige] heeft duidelijk aangegeven dat zij voor nu niet openstaat voor (trauma)therapie. Zij heeft de gebeurtenissen zelf al verwerkt.





5De beoordeling



Wettelijk kader



5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



5.2.
Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



Inhoudelijke beoordeling




5.3.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor acht maanden, te weten met ingang van 8 juli 2026 en tot 8 maart 2027, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Zij legt dit hierna uit.



5.4.
De kinderrechter stelt allereerst vast dat de GI de verzochte stukken te laat heeft ingediend, maar hoort en ziet ook dat de GI in de afgelopen periode hard voor [minderjarige] heeft gewerkt en dat er stappen zijn gezet. De kinderrechter vindt het positief dat [minderjarige] meer over haar toekomst nadenkt en dat zij op korte termijn een afspraak voor een informatief gesprek bij de politie heeft over ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag door een (stief)opa in het vorige gezinshuis. Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat zij dit graag wil doorzetten. Dat vindt de kinderrechter erg knap van [minderjarige] . Desondanks maakt de kinderrechter zich nog steeds zorgen over [minderjarige] . Als [minderjarige] besluit om aangifte te gaan doen, staat haar een heftig en onzeker traject te wachten. Naast het traject bij de politie zal er in de komende periode nog meer voor [minderjarige] veranderen. Over een maand gaat zij naar [de jeugdzorginstelling] en op zeer korte termijn zal zij starten met volwassenonderwijs. Belangrijk is dat zij daarbij goed wordt begeleid. Verder heeft [minderjarige] tijdens het gesprek met de kinderrechter duidelijk aangegeven dat zij niet openstaat voor (trauma)therapie. Ook dat vindt de kinderrechter een zorg en zij hoopt dat [minderjarige] hier op termijn open voor zal staan en geeft dan ook aan de GI mee om [minderjarige] hiervoor te stimuleren, waar dat mogelijk is. Daar komt nog bij dat [minderjarige] op [geboortedag] 2027 achttien jaar wordt en er voor die tijd nog veel zaken moeten worden geregeld. Gelet op het bovenstaande en om het traject bij de politie en de overstap naar [de jeugdzorginstelling] op te kunnen volgen en te kijken wat er voor [minderjarige] nodig is gelet op haar naderende meerderjarigheid vindt de kinderrechter het belangrijk dat er een toetsingsmoment wordt gecreëerd en daarom zal zij in het belang van [minderjarige] de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening voor acht maanden verlengen, te weten tot 8 maart 2027 en het resterende deel van het verzoek aanhouden. Aan de wettelijke eisen daarvoor is voldaan.



5.5.
De kinderrechter geeft aan de GI mee dat het van belang is dat in de komende periode de nadruk op [minderjarige] blijft liggen en dat zij wordt ondersteund in het traject bij de politie, de overstap naar [de jeugdzorginstelling] en de start van het volwassenonderwijs. De kinderrechter gaat er vanuit dat de GI, zoals toegezegd tijdens de zitting, zich ook blijft inzetten voor de zaken die nodig zijn in verband met de naderende meerderjarigheid van [minderjarige] . Verder vindt de kinderrechter het belangrijk dat de informatievoorziening vanuit de GI naar beide ouders goed verloopt en dat beide ouders op de hoogte zijn van de belangrijke ontwikkelingen in het leven van [minderjarige] , net als dat beide ouders begrijpen wat er van hen wordt verwacht. Daarnaast geeft de kinderrechter aan de GI mee om te onderzoeken of een overgang naar het vrijwillig kader mogelijk is en dient er gelet op de naderende meerderjarigheid van [minderjarige] te worden toegewerkt naar het borgen van de situatie.



5.6.
Nu de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor acht maanden zal worden verlengd en het resterende deel zal worden aangehouden, verzoekt de kinderrechter de GI om voor de hierna te noemen pro forma datum per brief te rapporteren over het verloop van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing en de stand van zaken en te berichten of het restantverzoek al dan niet wordt gehandhaafd.



5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.



5.8.
De kinderrechter heeft [minderjarige] , op haar verzoek, via een mailbericht op de hoogte gesteld van de beslissing. Dit mailbericht luidt als volgt:



“Beste [minderjarige] ,





Op 7 juli 2026 hebben wij elkaar vlak voor de zitting gesproken.


Ik heb toen met jou afgesproken dat ik, net zoals de vorige keer, mijn beslissing in een brief aan jou zou toelichten. Dat doe ik hierbij.





Tijdens ons gesprek heb jij mij verteld hoe het met je gaat. Je hebt aangegeven dat je op 14 juli 2026 een informatief gesprek bij de politie hebt en dat je die afspraak graag wil doorzetten. Graag wil ik jou nogmaals meegeven dat ik het erg knap en dapper vind dat jij hebt durven vertellen wat er in het vorige gezinshuis is gebeurd en dat jij nu de stap gaat zetten om hierover met de politie te praten. De manier waarop deze afspraak tot stand is gekomen, vond jij minder prettig. Dat heb ik met de jeugdbescherming tijdens de zitting besproken. Verder heb je verteld dat binnenkort gaat starten met volwassenonderwijs en dat je graag naar [de jeugdzorginstelling] wil, omdat je toe bent aan meer zelfstandigheid. Je hebt contact met je vader en dat gaat goed. Je hebt geen contact met je moeder en daar sta je op dit moment ook niet voor open. Ook sta je voor nu niet open voor (trauma)therapie. Je hebt aangegeven dat je dingen zelf al hebt verwerkt.





Op zitting heb ik wederom met de jeugdbescherming, jouw moeder en haar advocaat en jouw vader en zijn advocaat gesproken. Ook zij vinden het allemaal erg knap en dapper van jou dat jij hebt durven vertellen wat er in het vorige gezinshuis is gebeurd en dat jij binnenkort een afspraak bij de politie hebt. Alle volwassenen om jou heen vinden het belangrijk dat jij weet dat het niet jouw schuld is en willen jou in deze situatie graag steunen. Verder hebben wij tijdens de zitting met elkaar gesproken over wat er jou de komende periode staat te wachten en hoe jij daarbij het beste kan worden begeleid. De jeugdbescherming, jouw vader en jouw moeder vinden het belangrijk dat jij blijft wonen waar je nu woont en dat je de overstap naar [de jeugdzorginstelling] gaat maken. Daar ben ik het mee eens en tijdens ons gesprek heb jij zelf ook aangegeven dit graag te willen.





Jouw moeder en jouw vader zijn het ermee eens dat de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd. Zelf heb je ook aangegeven dat je dit wil. Mijn beslissing is dat de maatregelen voor acht maanden tot 8 maart 2027 worden verlengd. Dat is niet voor de volledige duur zoals door de jeugdbescherming is verzocht. Dit doe ik omdat er de komende periode veel moet gaan gebeuren en voor jou zal gaan veranderen. Jij gaat in gesprek met de politie, naar [de jeugdzorginstelling] en starten met het volwassenonderwijs. Ook komt jouw achttiende verjaardag steeds dichterbij, namelijk op [geboortedag] 2027. Voor die tijd moeten er nog een aantal zaken voor jou worden geregeld en ik vind het belangrijk dat dat goed verloopt, dat ik jou nog een keer kan spreken en dat de volwassenen opnieuw bij elkaar komen om de voortgang met elkaar te bespreken. Daarom zal er over acht maanden een nieuwe zitting worden gepland, als de GI het aangehouden deel van het verzoek handhaaft. Voor die tijd zal ik jou opnieuw uitnodigen voor een gesprek.





Graag wil ik nog aan jou meegeven dat ik begrijp dat het lastig is om te praten over wat er is gebeurd. Maar ik hoop dat jij op enig moment ruimte in jouw hoofd gaat krijgen om therapie aan te gaan. Ik wil dat jij weet dat jij erop terug mag komen dat je geen therapie wil. Mocht jij op termijn toch therapie willen of een buddy om mee te praten, kan je dit aangeven bij bijvoorbeeld de jeugdbescherming en zal er worden gekeken hoe jij verder kan worden geholpen. Ik denk namelijk dat dat helpend voor jouw verwerkingsproces kan zijn.





Ik wens je voor de komende periode veel succes en sterkte toe.





Met vriendelijke groet,





de kinderrechter”







6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 8 juli 2026 en tot 8 maart 2027;



6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 8 juli 2026 en tot 8 maart 2027;



6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



6.4.
houdt de beslissing ten aanzien van het resterende deel van het verzoek aan tot 5 februari 2027 PRO FORMA en verzoekt de GI om voor deze datum per brief te rapporteren over het verloop van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing en de stand van zaken en te berichten of het restantverzoek al dan niet handhaaft;



6.5.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier, en op schrift gesteld op 21 juli 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.