Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:7329
2026-07-07
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/447856 / JE RK 26-783
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.084 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447856 / JE RK 26-783
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie 's-Hertogenbosch,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. S. van Reeven-Özer uit Waalwijk,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
twee vertegenwoordigers van de GI;
een vertegenwoordiger van de Raad.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
Gelet op de nauwe samenhang tussen het onderhavige verzoek van de GI en de verzoeken van de vrouw in de zaak met zaaknummer C/02/415163 / FA RK 23-4948 over een verzoek eenhoofdig gezag door de moeder en een verzoek wijziging zorgregeling, zijn de zaken gelijktijdig tijdens de zitting behandeld. In beide zaken wordt een afzonderlijke beschikking afgegeven.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 18 juli 2025 tot 18 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
Standpunt van de GI
4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. Sinds halverwege januari 2026 is er een vaste jeugdbeschermer betrokken. [minderjarige] is gediagnosticeerd met ADHD, hechtingsproblematiek, negatieve invloed van ouderlijke relatieproblemen op een kind en dyslexie. Er is sinds januari 2026 echter een toename in fysieke agressie bij [minderjarige] richting de moeder. Zij krijgt daarvoor tijdelijk medicatie. Verder is er sinds 1 januari 2026 weer contact tussen de vader en [minderjarige]. De omgang verloopt goed en is sindsdien opgebouwd. Er zijn momenteel wekelijkse belcontacten en er is eenmaal per twee weken (oneven weken) op zaterdag omgang van 10.00 tot 19.00 uur. Verdere uitbreiding wordt nu nog niet verantwoord geacht door de GI, omdat er nog onvoldoende zicht is op de pedagogische vaardigheden en leerbaarheid van de vader. De vader was regelmatig afwezig bij belangrijke gesprekken, kwam afspraken niet altijd na en initieerde soms zonder afstemming beslissingen of gesprekken. Inmiddels zit hier verbetering in, echter zijn er zorgen over de duurzaamheid van die verbetering. De GI acht het van belang dat de vader zelf meer initiatief neemt. Ook zijn er nog zorgen dat de vader geen vaste woning heeft, uitgeschreven is in het Basisregistratie Personen en de kinderalimentatie niet geregeld is. Hoewel de communicatie tussen de ouders de afgelopen tijd is verbeterd, blijft deze kwetsbaar. Verder heeft de moeder stappen gezet in haar opvoedvaardigheden, maar blijft zij daar onzeker over.
4.2.
Eerder was er veel hulpverlening betrokken, waardoor de GI heeft gekeken welke problematiek nu op de voorgrond speelt en wat er nodig is. De hechtingsproblematiek van [minderjarige] ligt momenteel op de voorgrond. Binnenkort wordt er daarom gestart met MBT-K therapie bij de Viersprong gericht op hechting. De intake daarvoor heeft al plaatsgevonden. [minderjarige] krijgt dan speltherapie en de ouders worden begeleid om adequaat te reageren op [minderjarige]. Als de behandeling vordert, kan de medicatie van [minderjarige] mogelijk worden afgebouwd. Het traject duurt ongeveer negen maanden. Gedurende dit traject zal de GI de voortgang monitoren en ouders blijven begeleiden in de samenwerking. Het traject zal namelijk veel gaan vragen van de ouders. Vervolgens is er nog nazorg en borging nodig. Verder zal de ambulante hulpverlening voor de moeder vanuit [hulpverlening 1]/[hulpverlening 2] betrokken blijven. De GI is van mening dat de ouders de kaders en de regie vanuit de GI de komende tijd nog nodig hebben.
Standpunt van [minderjarige]
4.3.
heeft in haar brief aangegeven dat zij het fijn zou vinden als de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Zij vindt het fijn dat de GI helpt en zij is minder boos thuis. Soms vindt zij het leuk om met de hulpverlening te praten, behalve als het over haar gevoelens gaat. Zij vindt het namelijk moeilijk om het over haar gevoelens te hebben. Verder heeft zij het leuk met zowel haar vader als haar moeder.
Standpunt van de moeder
4.4.
Door en namens de moeder is tijdens de zitting naar voren gebracht dat de moeder instemt met het verzoek. Zij vindt een ondertoezichtstelling hard nodig. De therapie van de moeder ligt momenteel stil, aangezien het MBT-K traject veel van de moeder zal gaan vragen. Zij heeft een ander traject al afgerond. Afgelopen week heeft er nog een escalatie plaatsgevonden met [minderjarige], waarbij de moeder haar niet rustig kreeg. De moeder zoekt de schuld daarvan dan nog bij haarzelf, terwijl zij weet dat het niet aan haar ligt.
Standpunt van de vader
4.5.
De vader stemt in met het verzoek. De afgelopen periode zijn er veel positieve stappen gezet. Hij wil de GI graag bedanken voor de hulp en is blij met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Eerder was er (te) veel hulpverlening betrokken, waardoor de focus volgens de vader niet meer lag op wat het beste was voor [minderjarige]. Dit heeft erin geresulteerd dat de vader zich terugtrok, omdat hij zich niet gehoord voelde. De vader realiseert zich dat hij slechte beslissingen heeft gemaakt. Ook had hij op dat moment een slechte relatie, maar die is nu voorbij. De vader is heel blij dat er binnenkort gestart zal worden met het MBT-K traject. Daarnaast verloopt het contact tussen de ouders op dit moment goed . Verder is de vader nog bezig met het regelen van een postadres en het vinden van een woning. Ook wil hij de alimentatie voor [minderjarige] nog regelen.
Standpunt van de Raad
4.6.
De Raad geeft aan dat er de afgelopen periode veel positieve stappen zijn gezet. Er is een groei zichtbaar in het vertrouwen tussen de ouders en de vader toont inzicht in de keuzes die hij eerder heeft gemaakt. De ouders zijn er echter nog niet. De Raad acht het MBT-K traject heel passend. Dit traject zal echter veel van ouders en [minderjarige] vragen. Het is daarom van belang dat de GI betrokken blijft.
5De beoordeling
Verlenging ondertoezichtstelling
Wettelijk kader
5.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Hiervoor moet aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) zijn voldaan.
5.2.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:
de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en
de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
Inhoudelijke beoordeling
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De afgelopen periode hebben de ouders positieve stappen gezet. De vader is meer betrokken en de omgang tussen de vader en [minderjarige] is uitgebreid. Daarnaast heeft de moeder stappen gezet in haar opvoedvaardigheden. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd. Zij is gediagnosticeerd met ADHD, hechtingsproblematiek, negatieve invloed van ouderlijke relatieproblemen op een kind en dyslexie. Sinds januari 2026 is er een toename in fysieke agressie bij [minderjarige] richting de moeder. Het is onduidelijk waar dit vandaan komt. Hoewel de communicatie tussen de ouders de afgelopen tijd is verbeterd, blijft deze kwetsbaar. Daarnaast blijft de moeder onzeker over haar opvoedvaardigheden. Verder is er nog onvoldoende zicht op de pedagogische vaardigheden en de leerbaarheid van de vader. Hoewel er verbetering zit in de betrokkenheid van de vader, zijn er zorgen over de duurzaamheid daarvan. Ook zijn er zorgen dat de vader geen vaste woning heeft en de kinderalimentatie nog niet geregeld is.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Beide ouders zien dit in en achten de regie en de kaders vanuit de GI nog noodzakelijk de komende tijd. Zij stemmen daarom in met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Het hulpverleningstraject MBT-K, dat naar verwachting negen maanden zal duren, zal veel van de ouders en [minderjarige] gaan vragen. De kinderrechter acht het daarom van belang dat de GI betrokken blijft, om het traject te monitoren en de ouders en [minderjarige] te ondersteunen waar nodig. Ook is de GI nog nodig om te zorgen voor nazorg en borging na afloop van het hulpverleningstraject.
5.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 18 juli 2026 tot 18 juli 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447856 / JE RK 26-783
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie 's-Hertogenbosch,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. S. van Reeven-Özer uit Waalwijk,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
twee vertegenwoordigers van de GI;
een vertegenwoordiger van de Raad.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
Gelet op de nauwe samenhang tussen het onderhavige verzoek van de GI en de verzoeken van de vrouw in de zaak met zaaknummer C/02/415163 / FA RK 23-4948 over een verzoek eenhoofdig gezag door de moeder en een verzoek wijziging zorgregeling, zijn de zaken gelijktijdig tijdens de zitting behandeld. In beide zaken wordt een afzonderlijke beschikking afgegeven.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 18 juli 2025 tot 18 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
Standpunt van de GI
4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. Sinds halverwege januari 2026 is er een vaste jeugdbeschermer betrokken. [minderjarige] is gediagnosticeerd met ADHD, hechtingsproblematiek, negatieve invloed van ouderlijke relatieproblemen op een kind en dyslexie. Er is sinds januari 2026 echter een toename in fysieke agressie bij [minderjarige] richting de moeder. Zij krijgt daarvoor tijdelijk medicatie. Verder is er sinds 1 januari 2026 weer contact tussen de vader en [minderjarige]. De omgang verloopt goed en is sindsdien opgebouwd. Er zijn momenteel wekelijkse belcontacten en er is eenmaal per twee weken (oneven weken) op zaterdag omgang van 10.00 tot 19.00 uur. Verdere uitbreiding wordt nu nog niet verantwoord geacht door de GI, omdat er nog onvoldoende zicht is op de pedagogische vaardigheden en leerbaarheid van de vader. De vader was regelmatig afwezig bij belangrijke gesprekken, kwam afspraken niet altijd na en initieerde soms zonder afstemming beslissingen of gesprekken. Inmiddels zit hier verbetering in, echter zijn er zorgen over de duurzaamheid van die verbetering. De GI acht het van belang dat de vader zelf meer initiatief neemt. Ook zijn er nog zorgen dat de vader geen vaste woning heeft, uitgeschreven is in het Basisregistratie Personen en de kinderalimentatie niet geregeld is. Hoewel de communicatie tussen de ouders de afgelopen tijd is verbeterd, blijft deze kwetsbaar. Verder heeft de moeder stappen gezet in haar opvoedvaardigheden, maar blijft zij daar onzeker over.
4.2.
Eerder was er veel hulpverlening betrokken, waardoor de GI heeft gekeken welke problematiek nu op de voorgrond speelt en wat er nodig is. De hechtingsproblematiek van [minderjarige] ligt momenteel op de voorgrond. Binnenkort wordt er daarom gestart met MBT-K therapie bij de Viersprong gericht op hechting. De intake daarvoor heeft al plaatsgevonden. [minderjarige] krijgt dan speltherapie en de ouders worden begeleid om adequaat te reageren op [minderjarige]. Als de behandeling vordert, kan de medicatie van [minderjarige] mogelijk worden afgebouwd. Het traject duurt ongeveer negen maanden. Gedurende dit traject zal de GI de voortgang monitoren en ouders blijven begeleiden in de samenwerking. Het traject zal namelijk veel gaan vragen van de ouders. Vervolgens is er nog nazorg en borging nodig. Verder zal de ambulante hulpverlening voor de moeder vanuit [hulpverlening 1]/[hulpverlening 2] betrokken blijven. De GI is van mening dat de ouders de kaders en de regie vanuit de GI de komende tijd nog nodig hebben.
Standpunt van [minderjarige]
4.3.
heeft in haar brief aangegeven dat zij het fijn zou vinden als de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Zij vindt het fijn dat de GI helpt en zij is minder boos thuis. Soms vindt zij het leuk om met de hulpverlening te praten, behalve als het over haar gevoelens gaat. Zij vindt het namelijk moeilijk om het over haar gevoelens te hebben. Verder heeft zij het leuk met zowel haar vader als haar moeder.
Standpunt van de moeder
4.4.
Door en namens de moeder is tijdens de zitting naar voren gebracht dat de moeder instemt met het verzoek. Zij vindt een ondertoezichtstelling hard nodig. De therapie van de moeder ligt momenteel stil, aangezien het MBT-K traject veel van de moeder zal gaan vragen. Zij heeft een ander traject al afgerond. Afgelopen week heeft er nog een escalatie plaatsgevonden met [minderjarige], waarbij de moeder haar niet rustig kreeg. De moeder zoekt de schuld daarvan dan nog bij haarzelf, terwijl zij weet dat het niet aan haar ligt.
Standpunt van de vader
4.5.
De vader stemt in met het verzoek. De afgelopen periode zijn er veel positieve stappen gezet. Hij wil de GI graag bedanken voor de hulp en is blij met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Eerder was er (te) veel hulpverlening betrokken, waardoor de focus volgens de vader niet meer lag op wat het beste was voor [minderjarige]. Dit heeft erin geresulteerd dat de vader zich terugtrok, omdat hij zich niet gehoord voelde. De vader realiseert zich dat hij slechte beslissingen heeft gemaakt. Ook had hij op dat moment een slechte relatie, maar die is nu voorbij. De vader is heel blij dat er binnenkort gestart zal worden met het MBT-K traject. Daarnaast verloopt het contact tussen de ouders op dit moment goed . Verder is de vader nog bezig met het regelen van een postadres en het vinden van een woning. Ook wil hij de alimentatie voor [minderjarige] nog regelen.
Standpunt van de Raad
4.6.
De Raad geeft aan dat er de afgelopen periode veel positieve stappen zijn gezet. Er is een groei zichtbaar in het vertrouwen tussen de ouders en de vader toont inzicht in de keuzes die hij eerder heeft gemaakt. De ouders zijn er echter nog niet. De Raad acht het MBT-K traject heel passend. Dit traject zal echter veel van ouders en [minderjarige] vragen. Het is daarom van belang dat de GI betrokken blijft.
5De beoordeling
Verlenging ondertoezichtstelling
Wettelijk kader
5.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Hiervoor moet aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) zijn voldaan.
5.2.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:
de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en
de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
Inhoudelijke beoordeling
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De afgelopen periode hebben de ouders positieve stappen gezet. De vader is meer betrokken en de omgang tussen de vader en [minderjarige] is uitgebreid. Daarnaast heeft de moeder stappen gezet in haar opvoedvaardigheden. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd. Zij is gediagnosticeerd met ADHD, hechtingsproblematiek, negatieve invloed van ouderlijke relatieproblemen op een kind en dyslexie. Sinds januari 2026 is er een toename in fysieke agressie bij [minderjarige] richting de moeder. Het is onduidelijk waar dit vandaan komt. Hoewel de communicatie tussen de ouders de afgelopen tijd is verbeterd, blijft deze kwetsbaar. Daarnaast blijft de moeder onzeker over haar opvoedvaardigheden. Verder is er nog onvoldoende zicht op de pedagogische vaardigheden en de leerbaarheid van de vader. Hoewel er verbetering zit in de betrokkenheid van de vader, zijn er zorgen over de duurzaamheid daarvan. Ook zijn er zorgen dat de vader geen vaste woning heeft en de kinderalimentatie nog niet geregeld is.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Beide ouders zien dit in en achten de regie en de kaders vanuit de GI nog noodzakelijk de komende tijd. Zij stemmen daarom in met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Het hulpverleningstraject MBT-K, dat naar verwachting negen maanden zal duren, zal veel van de ouders en [minderjarige] gaan vragen. De kinderrechter acht het daarom van belang dat de GI betrokken blijft, om het traject te monitoren en de ouders en [minderjarige] te ondersteunen waar nodig. Ook is de GI nog nodig om te zorgen voor nazorg en borging na afloop van het hulpverleningstraject.
5.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 18 juli 2026 tot 18 juli 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.