Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7172

2026-07-15 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/02/434088 / HA ZA 25-199 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-15
Publicatiedatum
2026-08-03
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/02/434088 / HA ZA 25-199 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Haviltex; uitleg samenwerkingsovereenkomst

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (29.948 tekens)
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant


Civiel recht



Zittingsplaats Breda



Zaaknummer: C/02/434088 / HA ZA 25-199




Vonnis van 15 juli 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PAYPER BACKOFFICE SERVICES BV,
gevestigd te Breda,
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident ex artikel 195 Rv,
hierna te noemen: Payper,
advocaat: mr. W. van Leuveren MA.,



tegen



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AETHON HOLDING B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
gedaagde partij in het incident ex artikel 195 Rv
hierna te noemen: Aethon,
advocaat: mr. R.Q. Potter.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 15 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken,
– de mondelinge behandeling van 7 april 2026, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt,
– de spreekaantekeningen van mr. R.Q. Potter, zoals deze zijn overgelegd en
voorgedragen op de mondelinge behandeling.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Payper is een payroll onderneming die backoffice-services en andere (HR) diensten verleent aan ondernemingen in diverse branches.



2.2.
Aethon is een uitzend- en detacheringsbedrijf dat zich richt op de werving, opleiding en inzet van professionals in sectoren zoals zorg, overheid en kinderopvang.


2.3.
Aethon verloont haar medewerkers via de onder haar vallende entiteiten (werkmaatschappijen): Aethon Zorgt BV, Aethon Publica BV, Aethon Aelite Wonen BV, Aethon Aelite Overheid BV, Aethon Aelite Zorg BV en Aethon Kids BV (hierna samen met Aethon: de Groep).



2.4.
Aethon heeft tot 2020 gebruik gemaakt van een payroll constructie voor de door haar geworven en bij haar opdrachtgevers ingezette medewerkers. Aethon heeft besloten per 1 januari 2020 zelf het juridisch werkgeverschap op zich te nemen. In verband daarmee heeft Aethon gezocht naar (minimaal twee) backoffice partners die haar kunnen ondersteunen op het gebied van de verwerking van loonadministratie en bijkomende werkzaamheden. Via een ‘Request for Proposal Backoffice employment services Flex’ (hierna: RFP) heeft Aethon dienstverleners uitgenodigd om een offerte uit te brengen voor het leveren van de door haar gewenste werkzaamheden.



2.5.

Hoofdstuk 2 van het RFP betreft een plan van eisen en wensen. Daarin is opgenomen dat Aethon ruim 3500 flexkrachten (payrollmedewerkers) werkzaam heeft bij opdrachtgevers, die worden uitgezonden via de entiteiten Aethon Zorgt, Aethon Publica, Aethon Zorgvervoer en Aethon Kids. Dat het aantal flexkrachten in de afgelopen jaren met 40% per jaar is gegroeid en dat de verwachting is dat ook de komende jaren sprake zal zijn van substantiële groei. Dat Aethon per 1 januari 2020 in genoemde vier entiteiten zelf het juridisch werkgeverschap op zich zal nemen. En, dat Aethon heeft besloten om met minimaal twee verschillende leveranciers te gaan samenwerken en genoemde vier entiteiten op een nader te bepalen wijze zal verdelen over de te selecteren partijen. Onder het kopje ‘Algemene wensen en eisen’ staat – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“1 Aethon kent 4 entiteiten, onder het overkoepelend contract moeten de diverse entiteiten


apart gefactureerd worden. Toekomstige entiteiten dienen kosteloos eveneens toegevoegd te kunnen worden.


2. Het is mogelijk om binnen de omvang van de dienstverlening op- en/of af te schalen.”





2.6.
Payper heeft op basis van het RFP een voorstel gedaan aan Aethon. Dat voorstel heeft geresulteerd in een opdracht aan Payper. Op 27 december 2019 hebben Payper en Aethon (en de aan Aethon gelieerde vennootschappen) een samenwerkingsovereenkomst getekend (hierna: eerste samenwerkingsovereenkomst). Op basis van deze overeenkomst zal Payper vanaf 1 januari 2020 gedurende tenminste twee jaren backoffice diensten zoals vermeld in de ‘Service Level Agreement’ aan Aethon Zorgt BV en Aethon Kids BV verlenen. De overeenkomst bepaalt dat Aethon deze diensten exclusief van Payper zal afnemen.



2.7.
De Service Level Agreement (hierna: SLA) bepaalt dat Payper de loonadministratie voor Aethon zal verwerken op basis van de door Aethon aangeleverde informatie via haar HR systeem Workday.



2.8.

Na verloop van twee jaren hebben Payper en Aethon (en de aan Aethon gelieerde vennootschappen) de samenwerking tussen hen verlengd met een nieuwe samenwerkingsovereenkomst, die zij op 2 december 2021 hebben getekend (hierna: de (onderhavige) samenwerkingsovereenkomst). Op basis van deze overeenkomst zal Payper vanaf 1 januari 2022 gedurende tenminste drie jaren de loonadministratie voor Aethon verwerken. Ook hier maakt de SLA onderdeel uit van de overeenkomst. In de overeenkomst is verder – voor zover van belang – het volgende bepaald:

“
Artikel 2


Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van tenminste 3 jaar, ingaande op 1 januari 2022. Partijen zullen in september 2022 de samenwerking met elkaar evalueren. Waarna beide partijen het recht hebben om de overeenkomst tot uiterlijk 1 oktober 2022 schriftelijk op te zeggen. Indien één van partijen gebruik maakt van dit recht zal er sprake zijn van een opzegtermijn van drie maanden en zal de overeenkomst op 1 januari 2023 worden beëindigd.





Indien beide partijen geen gebruik maken van dit recht zal de overeenkomst verlengd worden tot 1 januari 2025. Na 1 januari 2025 zal deze overeenkomst voor onbepaalde tijd worden voortgezet. De alsdan voortgezette overeenkomst kan zowel door Aethon als door Payper schriftelijk tussentijds worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden.





(…)





Artikel 3


De door Payper te verrichten diensten zoals gespecificeerd in de SLA worden verricht ten aanzien van de uitzendkrachten, gedetacheerden en interne medewerkers van Aethon.


 bij het aantal te verlonen medewerkers van Aethon lager dan 3550 per maand: € 7,50 per


maand per medewerker;


 bij het aantal te verlonen medewerkers van Aethon van meer dan 3550 per maand: € 7,04


per maand per medewerker.


(…)


Voornoemde bedragen zijn exclusief btw en worden maandelijks achteraf aan Aethon gefactureerd. De betalingstermijn bedraagt dertig dagen na de factuurdatum.”





2.9.
In 2023 heeft Aethon besloten om de aan Payper opgedragen werkzaamheden vanaf 1 januari 2024 inhouse uit te voeren. Dit heeft zij eind 2023 aan Payper kenbaar gemaakt. Per 1 januari 2024 heeft Aethon geen loongegevens meer aangeleverd bij Payper.



2.10.
Partijen hebben met elkaar gecorrespondeerd en gesproken over de wijze waarop de samenwerking tussen hen afgewikkeld zou moeten worden.



2.11.
Bij e-mail van 5 september 2024 heeft Payper een concept beëindigingsovereenkomst naar Aethon toegezonden. Daarin is opgenomen dat de samenwerkingsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd per 1 januari 2024 en dat aan Payper een financiële compensatie toekomt in verband met de vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst. Aethon heeft het voorstel van Payper voor een beëindigingsovereenkomst van de hand gewezen.



2.12.
Op 23 september 2024 heeft Payper facturen naar Aethon gezonden met de omschrijving ‘dienstverlening’ voor de maanden januari tot en met september 2024. Voor de berekening van de gefactureerde bedragen is Payper uitgegaan van het gemiddeld aantal maandelijks geproduceerde loonstroken in 2023. Aethon heeft de facturen betwist en onbetaald gelaten.









3Het geschil



in het incident




3.1.

Payper vordert – samengevat – een veroordeling van Aethon tot het overleggen van
administratieve bescheiden waaruit blijkt hoeveel uitzendkrachten, payrollkrachten en interne medewerkers door of namens Aethon en onder haar vallende entiteiten per maand zijn verloond in 2024, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de juistheid van de gegevens.




in de hoofdzaak





3.2.

Payper vordert, samengevat:

primair

I. een veroordeling van Aethon tot betaling van een vergoeding overeenkomstig het
aantal vast te stellen door of namens Aethon en onder haar vallende entiteiten verloonde medewerkers per maand in de periode januari tot en met december 2024, vermenigvuldigd met een bedrag per medewerker per maand van € 7,50 bij minder dan 3.550 medewerkers per maand en een bedrag van € 7,04 bij 3.550 of meer medewerkers per maand, vermeerderd met rente en kosten althans

subsidiair

II. in het geval Aethon niet gehouden is tot opgave van de aantallen verloonde
medewerkers in 2024, een veroordeling van Aethon tot betaling van € 250.922,55, vermeerderd met rente en

zowel primair als subsidiair

III. een veroordeling van Aethon in de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.




3.3.

Aethon voert verweer tegen de vordering in het incident en tegen de vorderingen in
de hoofdzaak.




3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna bij de beoordeling, voor zover van belang,
nader worden ingegaan.






4De beoordeling


4.1.
Bij rolbeslissing van 20 augustus 2025 heeft de rechtbank beslist om de incidentele vordering en de vorderingen in de hoofdzaak gelijktijdig te behandelen.



niet ontvankelijkheid





4.2.
Aethon heeft bij incidentele conclusie van antwoord primair verzocht Payper in haar vorderingen niet ontvankelijk te verklaren. Daartoe voert Aethon voor alle inhoudelijke weren aan, dat zij is gedagvaard door een niet bestaande vennootschap, dat de dagvaarding daarom niet voldoet aan het bepaalde in artikel 45 lid 3 Rv en nietig is.



4.3.
Nadat Payper bij akte uitlaten de aanduiding van haar identiteit tijdig heeft gerectificeerd, heeft Aethon haar standpunt dat de dagvaarding nietig is niet langer gehandhaafd. De rechtbank acht de rectificatie daarom aanvaardbaar en zal overeenkomstig de rectificatie Payper Payroll II BV als eisende partij beschouwen. Omdat Payper Backoffice Services BV en Payper Payroll II BV dezelfde vennootschappen zijn (er heeft alleen een statutaire naamwijzing plaatsgevonden) zal Payper Payroll II BV in het hiernavolgende ook worden aangeduid als ‘Payper’. Het beroep op niet ontvankelijkheid wordt verworpen. Payper Payrol II BV c.q. Payper kan in haar vorderingen worden ontvangen.



4.4.
Payper grondt haar primaire vordering in de hoofdzaak op nakoming van de samenwerkingsovereenkomst gesloten op 2 december 2021, meer in het bijzonder artikel 3 van die overeenkomst. Payper stelt dat de samenwerkingsovereenkomst per 1 januari 2025 is geëindigd en dat zij daarom tot die datum recht heeft op de overeengekomen vergoeding voor de aan haar bij die overeenkomst opgedragen werkzaamheden. Het is aan Aethon te wijten dat zij deze werkzaamheden niet heeft kunnen uitvoeren. Aethon heeft vanaf januari 2024 de daarvoor benodigde informatie niet aan Payper willen verstrekken. Aethon laat de facturen voor de dienstverlening vanaf januari 2024 onbetaald. Niet duidelijk is hoeveel uitzendkrachten, payrollkrachten en interne medewerkers Aethon per maand in dienst had in de maanden januari tot en met december 2024. Zij vordert daarom incidenteel opgave daarvan, zodat de door Aethon aan haar verschuldigde vergoeding over die maanden kan worden vastgesteld. Mocht Aethon niet gehouden zijn tot het doen van deze opgave, dan vordert zij in de hoofdzaak subsidiair een vergoeding gebaseerd op 2.110 medewerkers per maand gedurende 12 maanden vermeerderd met handelsrente en kosten, in totaal een bedrag van € 250.922,55.



4.5.
Omdat de uitkomst in het incident afhangt van de beslissing of het debat in de hoofdprocedure, ziet de rechtbank aanleiding om eerst de vorderingen in de hoofdzaak te beoordelen.



in de hoofdzaak





4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat partijen geen gebruik hebben gemaakt van de opzegmogelijkheid als bedoeld in artikel 2 van de onderhavige samenwerkingsovereenkomst en dat daarmee de overeenkomst stilzwijgend is verlengd tot
1 januari 2025. Dit brengt met zich dat de overeenkomst tot die datum in beginsel moet worden nagekomen. Niet in geschil is dat Aethon vanaf 1 januari 2024 geen vergoeding op grond van artikel 3 van de overeenkomst aan Payper heeft betaald. Aethon stelt dat zij daartoe niet verplicht is. Daartoe voert zij – kort en zakelijk weergeven – het volgende aan:

- in de onderhavige samenwerkingsovereenkomst is geen exclusiviteit opgenomen op grond
waarvan Aethon gehouden is backoffice-diensten exclusief van Payper af te nemen,
- in de samenwerkingsovereenkomst is geen minimale afnameverplichting opgenomen.

Payper is op grond van artikel 3 van de overeenkomst betaald op basis van het aantal
feitelijk via haar verloonde medewerkers per maand. Als het aantal via Payper te verlonen
medewerkers nihil is, is ook de door Aethon maandelijks verschuldigde vergoeding aan
Payper nihil,

- de eisen van redelijkheid en billijkheid verzetten zich tegen de subsidiair ingestelde
vordering tot schadevergoeding.



4.7.
Payper stelt zich op het standpunt dat Aethon zich bij de onderhavige samenwerkingsovereenkomst heeft verbonden om alle medewerkers bij haar in dienst en in dienst bij de onder haar vallende entiteiten Aethon Zorgt BV, Aethon Publica, Aethon Zorgvervoer en Aethon Kids, te laten verlonen via Payper. Payper betwist niet dat het aantal te verlonen medewerkers per maand kan fluctueren, maar wel dat de afnameverplichting van Aethon kan fluctueren. Dus ook al laat Aethon niet langer haar medewerkers via Payper verlonen, brengt dat nog niet met zich dat haar afnameverplichting tegenover Payper is opgeheven.



uitleg samenwerkingsovereenkomst





4.8.
Partijen verschillen van mening over de inhoud van de onderhavige samenwerkingsovereenkomst, meer in het bijzonder of Aethon op grond van de overeenkomst tegenover Payper een minimale afnameverplichting heeft.



4.9.
Volgens vaste rechtspraak moet de uitleg van een overeenkomst geschieden aan de hand van de zogeheten Haviltex-maatstaf. Hierbij komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij ten aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Van beslissende betekenis zijn alle concrete omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Tot die omstandigheden horen bijvoorbeeld: a) de tekst van de hele overeenkomst; b) omstandigheden die zich hebben voorgedaan vóór het sluiten van de overeenkomst en c) omstandigheden die zich hebben voorgedaan ná het sluiten van de overeenkomst.



ten aanzien van de exclusiviteit





4.10.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat in de onderhavige samenwerkingsovereenkomst geen bepaling is opgenomen die Aethon verplicht om backoffice-diensten exclusief van Payper af te nemen. Dit in tegenstelling tot de eerste samenwerkingsovereenkomst, die wel een exclusiviteitsbepaling bevat. De vraag is of Payper in alle redelijkheid mocht verwachten dat zij de exclusiviteit zoals bij de eerste samenwerkingsovereenkomst bedongen bij de verlenging van de samenwerking behouden heeft. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is op grond van het volgende.



4.11.
Niet gesteld en niet gebleken is dat partijen de exclusiviteitsbepaling van de eerste samenwerkingsovereenkomst bij de verlenging van de samenwerking bewust uit de onderhavige samenwerkingsovereenkomst hebben weggelaten. Niet ter discussie staat dat partijen daarover voorafgaand aan het sluiten van de onderhavige samenwerkingsovereenkomst niet hebben onderhandeld of gesproken. Als Aethon de backoffice-diensten niet meer exclusief van Payper wilde afnemen, dan mocht van haar worden verwacht dat zij dit bij de verlenging van de samenwerking aan Payper duidelijk had gemaakt. Aethon heeft dat nagelaten. Verder is van belang dat niet weersproken is dat Aethon vanaf het ingaan van de onderhavige samenwerkingsovereenkomst alle medewerkers bij haar in dienst en in dienst bij de onder haar vallende entiteiten Aethon Zorgt BV, Aethon Publica, Aethon Zorgvervoer en Aethon Kids) via Payper heeft laten verlonen. Dit had volgens Aethon te maken met het feit dat de samenwerkingsovereenkomst met de enige andere geselecteerde partij (PWC) tot een einde was gekomen en zij de activiteiten van deze leverancier daarom bij de verlening van de samenwerking met Payper bij Payper heeft ondergebracht. Aethon heeft zich – naar eigen zeggen – laten bijstaan door een deskundige. Al deze feiten en omstandigheden maken dat Payper uit het enkele feit dat de exclusiviteitsbepaling in de samenwerkingsovereenkomst ontbrak, niet hoefde af te leiden of te begrijpen dat Aethon niet langer verplicht was om de backoffice-diensten exclusief van Payper af te nemen.



ten aanzien van de afnameverplichting





4.12.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat in de onderhavige samenwerkingsovereenkomst niet is opgenomen dat Aethon een minimaal aantal medewerkers per maand via Payper moet laten verlonen. In geschil is of Aethon op grond van de samenwerkingsovereenkomst de mogelijkheid heeft om op het door haar gewenste moment de dienstverlening van Payper af te schalen tot nihil, zoals Aethon stelt, maar Payper betwist. Met toepassing van de Haviltex-maatstaf komt de rechtbank tot het oordeel dat Aethon die mogelijkheid niet heeft. Daartoe wordt het volgende overwogen.



4.13.
Ten tijde van het sluiten van de onderhavige samenwerkingsovereenkomst was Payper nog de enige partij die de backoffice-diensten voor Aethon uitvoerde. Niet weersproken is dat Aethon zich bij de onderhavige samenwerkingsovereenkomst heeft verbonden om alle medewerkers bij haar in dienst en in dienst bij de onder haar vallende entiteiten Aethon Zorgt BV, Aethon Publica, Aethon Zorgvervoer en Aethon Kids, te laten verlonen via Payper. In artikel 3 van de samenwerkingsovereenkomst is opgenomen welke vergoeding Aethon per maand per te verlonen medewerker aan Payper moet betalen; € 7,50 als het aantal te verlonen medewerkers van Aethon in de betreffende maand lager is dan 3.550 en € 7,04 als het aantal te verlonen medewerkers van Aethon in de betreffende maand meer is dan 3.550. De samenwerkingsovereenkomst rept niet over de situatie waarin het aantal te verlonen medewerkers van Aethon nihil is en niet weersproken is dat voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst tussen partijen ook niet is besproken of dat Payper ervoor is gewaarschuwd dat een dergelijke situatie zich kan voordoen. Van belang is verder dat in artikel 2 van de samenwerkingsovereenkomst voor zowel Aethon als Payper de mogelijkheid is opgenomen om de overeenkomst tussentijds op te zeggen. Als Aethon zou worden gevolgd in haar standpunt dat zij op grond van de samenwerkingsovereenkomst de mogelijkheid heeft om op ieder door haar gewenst moment de dienstverlening van Payper af te schalen tot nihil, valt niet in te zien waarom partijen expliciet de tussentijdse opzegmogelijkheid in de samenwerkingsovereenkomst hebben opgenomen. Dit heeft in dat geval immers geen enkele (juridische) betekenis.



4.14.

Gegeven de hiervoor geschetste omstandigheden en gelet op de letterlijke tekst van de samenwerkingsovereenkomst hoefde Payper niet te begrijpen en te verwachten dat Aethon de dienstverlening op ieder door haar gewenst moment kon afschalen tot nihil. Aethon heeft geen specifieke omstandigheden aangedragen die zich hebben voorgedaan vóór of ná het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst waaruit aanknopingspunten kunnen worden afgeleid die de uitlegvisie van Aethon ondersteunen. Weliswaar heeft Aethon verwezen naar het RFP waarin is opgenomen dat binnen de omvang van de dienstverlening kan worden op- en/of afgeschaald, maar dat leidt niet tot een ander oordeel. Niet in geschil is dat in verband met de verlenging van de samenwerking partijen opnieuw hebben onderhandeld over de onderhavige samenwerkingsovereenkomst en naar eigen zeggen van Aethon ter zitting is het RFP niet op deze overeenkomst van toepassing verklaard. Overigens was de situatie ten tijde van het RFP ook een geheel andere dan die ten tijde van het sluiten van de onderhavige samenwerkingsovereenkomst, waarin
alleen Payper als leverancier van backoffice-diensten aan Aethon was overgebleven.




conclusie





4.15.
Geconcludeerd wordt dat de door Payper voorgestane uitleg gevolgd wordt. Een redelijke uitleg van de onderhavige samenwerkingsovereenkomst brengt met zich dat Aethon alle medewerkers bij haar in dienst en in dienst bij de onder haar vallende entiteiten Aethon Zorgt BV, Aethon Publica, Aethon Zorgvervoer en Aethon Kids via Payper moet laten verlonen. En, dat Aethon daarvoor een vergoeding aan Payper verschuldigd is zoals overeengekomen in artikel 3 van de overeenkomst; € 7,50 als het aantal te verlonen medewerkers van Aethon in de betreffende maand lager is dan 3.550 en € 7,04 als het aantal te verlonen medewerkers van Aethon in de betreffende maand meer is dan 3.550.



4.16.
Vast staat dat de onderhavige samenwerkingsovereenkomst moet worden nagekomen tot 1 januari 2025. Niet weersproken is dat Aethon Payper heeft verhinderd om de opgedragen werkzaamheden uit te voeren. De gevolgen daarvan komen daarom voor rekening en risico van Aethon. Niet gesteld en niet gebleken is hoeveel medewerkers per maand in dienst waren bij Aethon en de onder haar vallende entiteiten zoals hiervoor onder 4.15. genoemd in de periode januari tot en met december 2024. De primaire vordering tot nakoming wordt daarom toegewezen. Dit brengt met zich dat aan beoordeling van de subsidiaire vordering niet meer wordt toegekomen.



handelsrente





4.17.
Payper vordert de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de maandelijks door Aethon aan haar verschuldigde vergoeding. Tussen partijen is niet in geschil dat deze vergoeding maandelijks achteraf aan Aethon wordt gefactureerd en dat de betalingstermijn 30 dagen na factuurdatum bedraagt. Payper heeft deze facturen echter niet maandelijks achteraf kunnen opmaken, omdat Aethon heeft nagelaten de daartoe benodigde informatie te verstrekken. De rechtbank zal de wettelijke handelsrente daarom toewijzen vanaf de dag van dagvaarding.



buitengerechtelijke kosten





4.18.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar omdat het bedrag dat Aethon op basis van de samenwerkingsovereenkomst aan Payper verschuldigd is, in deze procedure niet kan worden vastgesteld gelet op de wijze waarop Payper haar primaire vordering heeft geformuleerd.



in het incident





4.19.
Toewijzing van de primaire vordering tot nakoming in de hoofdzaak brengt met zich dat de vordering in het incident wordt toegewezen zoals hierna in de beslissing verwoord, met uitzondering van de gevorderde accountantsverklaring. Payper heeft geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan gegronde redenen bestaan om te twijfelen aan de juistheid van de opgave waartoe Aethon wordt veroordeeld.





proceskosten





4.20.
Aethon is in het incident en in de hoofdzaak in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Payper worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


122,35







- griffierecht


€


714,00







- salaris advocaat


€


1.632,50


(2,5 punten × tarief € 653,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.657,85











4.21.
De gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten wordt toegewezen zoals verwoord in de beslissing.



4.22.
De gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring zal als niet weersproken worden toegewezen.





5De beslissing


De rechtbank




in het incident




5.1.
veroordeelt Aethon Holding BV om aan Payper Payroll II BV administratieve bescheiden te overleggen waaruit blijkt hoeveel uitzendkrachten, payrollkrachten en interne medewerkers door of namens Aethon Holding BV en de onder haar vallende entiteiten Aethon Zorgt BV, Aethon Publica, Aethon Zorgvervoer en Aethon Kids per maand zijn verloond over de periode januari tot en met december 2024,



in de hoofdzaak





5.2.
veroordeelt Aethon Holding BV tot betaling aan Payper Payroll II BV van een vergoeding overeenkomstig het aantal vastgestelde door of namens Aethon Holding BV en de onder haar vallende entiteiten Aethon Zorgt BV, Aethon Publica, Aethon Zorgvervoer en Aethon Kids verloonde medewerkers per maand in de periode januari tot en met december 2024, vermenigvuldigd met een bedrag per medewerker per maand van € 7,50 als het aantal te verlonen medewerkers van Aethon in de betreffende maand lager is dan 3.550 en € 7,04 als het aantal te verlonen medewerkers van Aethon in de betreffende maand meer is dan 3.550, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het totaal over 2024 door Aethon aan Payper verschuldigde bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening,



in het incident en de hoofdzaak





5.3.
veroordeelt Aethon Holding BV in de proceskosten van € 2.657,85 te betalen aan Payper Payroll II BV binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Aethon Holding BV niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
veroordeelt Aethon Holding BV tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.




HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:AG4158