Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6809
2026-06-23
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/448128 / JE RK 26-834
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling. Gezinsopname van moeder en kinderen voor traumabehandeling moeder en zicht krijgen op gezinsdynamiek, zodat moeder sterker kan worden in haar opvoedersrol en passende hulpverlening voor kinderen kan worden ingezet.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.226 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448128 / JE RK 26-834
Datum uitspraak: 23 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant,
locatie Tilburg, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedag 3] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A. Huseinovic uit Breda,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. F.J. Koningsveld uit Breda.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026;
de door mr. Koningsveld op 3 juni 2026 ingediende bijlagen 1 tot en met 5;
de door mr. Koningsveld op 4 juni 2026 ingediende bijlage 6.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de advocaat van de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
Daarnaast was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda (hierna: de Raad) om de kinderrechter over het verzoek in de samenhangende zaak te adviseren.
De moeder is niet in persoon verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De advocaat van de moeder heeft daartoe aangevoerd dat de moeder het op dit moment emotioneel niet aan kan om bij de zitting aanwezig te zijn. Het verzoek is wel met de moeder besproken, ook door de GI.
1.3.
De zaak is gelijktijdig behandeld met de samenhangende zaak met het nummer C/02/448892 JE RK 26-975. In de samenhangende zaak zal bij aparte beschikking worden beslist.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (hierna: de kinderen).
2.2.
De kinderen wonen bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 24 juni 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de kinderen onder toezicht gesteld met ingang van 24 juni 2025 tot 24 juni 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van een jaar en daarnaast om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
In het verzoekschrift is het verzoek en het standpunt van de GI toegelicht. Tijdens de zitting is namens de GI (in aanvulling daarop), samengevat, verklaard dat de in het kader van de ondertoezichtstelling gestelde doelen nog niet behaald zijn.
In de thuissituatie van de moeder is er opvoedingsondersteuning ingezet. Deze moest worden opgeschaald. De moeder doet haar best en zij werkt mee aan de hulpverlening maar zij heeft veel last van de gebeurtenissen uit het verleden. Deze hebben nog dagelijks impact op haar. De moeder stond op een wachtlijst voor traumabehandeling maar de hulpverlening constateert dat dit een intensief traject voor de moeder is. De moeder zet goede stappen maar die zijn nog fragiel en kwetsbaar.
Daarbij komt dat de kinderen veel nodig hebben. Voor [minderjarige 1] is speltherapie ingezet maar uit onderzoek van [hulpverlening] is gebleken dat zij een meer intensieve behandeling nodig heeft. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben driftbuien. Van belang is dat de kinderen bij de moeder kunnen blijven omdat de moeder altijd voor hen gezorgd heeft. Daarvoor is er nog meer voor de moeder nodig. Crossroads heeft daarom een gezinsopname bij [zorginstelling] geadviseerd en dat advies deelt de GI. Met de adviezen vanuit de gezinsopname kan er nader gekeken worden wat er voor de moeder en de kinderen nodig is. Binnen de gezinsopname zal ook de traumabehandeling van de moeder worden gestart. Het contact tussen de vader en de kinderen wordt onder regie van de GI opgebouwd. De vader wordt nog begeleid door de reclassering en door [begeleiding] . Van belang is dat de hulpverlening voortgezet kan worden.
4.2.
Door en namens de vader is aangevoerd dat de doelen van de ondertoezichtstelling behaald zijn. Een verlenging van de ondertoezichtstelling heeft geen toegevoegde waarde. Ook is de verzochte duur van de ondertoezichtstelling te lang. De vader verzoekt primair om het verzoek af te wijzen. Wanneer de kinderrechter toch tot de toewijzing van het verzoek komt dan verzoekt de vader subsidiair om de duur van de maatregel te beperken tot bijvoorbeeld zes maanden en om een toetsmoment van de maatregel te creëren.
4.3.
De advocaat van de moeder heeft samengevat naar voren gebracht dat de moeder het eens is met de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de verzochte duur. Er zijn nog zorgen en er is nog geen of onvoldoende structuur en stabiliteit in het gezin. De moeder vindt het prettig dat de GI bij hen betrokken is. De opvoedingsvaardigheden van de moeder zijn inmiddels vooruit gegaan maar zij is er nog niet. Er is wat de moeder betreft dan ook belang bij de verlenging van de maatregel voor de verzochte duur.
5De beoordeling
5.1.
In artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
5.2.
Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling steeds verlengen met maximaal een jaar, als nog aan artikel 1:255 lid 1 BW wordt voldaan.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Zij hebben al heel veel meegemaakt in hun nog jonge leventjes. Er is sprake geweest van ernstig huiselijk geweld en van (doods)bedreigingen van de vader naar de moeder. Vanwege de zorgen over de veiligheid hebben de moeder en de kinderen een periode op een geheime opvang doorgebracht. De vader is een contact- en locatieverbod opgelegd, dat ook nu nog geldt. De gebeurtenissen hebben een grote impact op de moeder gehad en op haar emotionele beschikbaarheid richting de kinderen.
Er zijn daarnaast zorgen over het gedrag van de kinderen. Zij hebben last van driftbuien. Uit onderzoek is gebleken dat [minderjarige 1] een meer intensieve behandeling nodig heeft dan de speltherapie die zij nu krijgt. Ook de moeder heeft nog intensieve hulp en begeleiding nodig. De nu ingezette opvoedondersteuning is nog niet voldoende. De moeder heeft nog behandeling voor haar trauma’s nodig. Daarnaast kan zij de volledige zorg voor de kinderen nog niet zonder hulpverlening dragen. Binnen een gezinsopname van de moeder en de kinderen kan de moeder traumabehandeling krijgen en kan er gekeken worden naar de gezinsdynamiek. Daarnaast zijn er zorgen over de veiligheid van de kinderen tijdens de contacten met de vader. Er is nog onvoldoende zicht op de psychische gezondheid van de vader en is er nog geen duidelijkheid over wat haalbaar is in het contact tussen de vader en de kinderen. De begeleiding van de vader vanuit [begeleiding] heeft geconstateerd dat er bij de vader sprake is van een gering ziektebesef en -inzicht, wat maakt dat de nodige behandelingen niet kunnen starten.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De vader ziet geen zorgen bij de kinderen en stemt niet in met een verlenging van de ondertoezichtstelling waardoor hij naar verwachting op eigen initiatief geen hulpverlening zal inschakelen voor de kinderen. Daarnaast lukt het de ouders, gelet op de (persoonlijke) problematiek, nu niet om een realistische inschatting te maken van wat in het belang van de ontwikkeling van de kinderen nodig is. De ouders willen daarin meedenken maar zij stellen zich daarbij niet de vraag of een en ander ook haalbaar is voor de kinderen. Het voorstel van de vader om de kinderen te laten opvangen door diens ouders in [woonplaats 2] wordt niet in het belang van de kinderen geacht. In dat scenario zouden zij veel minder bij de moeder kunnen zijn, bij wie zij nu wonen, daarnaast zou [minderjarige 1] van school moeten wisselen en tot slot zou daardoor de hulpverlening stagneren.
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de verzochte duur van een jaar. Zij ziet geen aanleiding om de duur van de maatregel te beperken. De problematiek is zodanig groot dat het creëren van een toetsmoment in deze casus niet helpend is. De kinderrechter is van oordeel dat de duur van een jaar passend is. Daarbij merkt zij op dat het de GI vrij staat om een verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling bij de rechtbank in te dienen wanneer zij dit nodig acht.
5.6.
In de komende periode dient er verder te worden gewerkt aan de eerdere binnen de ondertoezichtstelling gestelde doelen, die nog steeds actueel zijn:
1. de kinderen verblijven in een veilige, voorspelbare en stabiele opvoedomgeving;
2. de kinderen ontwikkelen zich positief binnen hun eigen mogelijkheden, waarbij zij toekomen aan de ontwikkelingstaken horende bij hun leeftijd;
3. de kinderen hebben een veilig, structureel en onbelast contact met beide ouders;
4. de kinderen hebben ouders die afspraken maken in hun belang en die deze afspraken ook nakomen.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van
24 juni 2026 tot 24 juni 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448128 / JE RK 26-834
Datum uitspraak: 23 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant,
locatie Tilburg, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedag 3] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A. Huseinovic uit Breda,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. F.J. Koningsveld uit Breda.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026;
de door mr. Koningsveld op 3 juni 2026 ingediende bijlagen 1 tot en met 5;
de door mr. Koningsveld op 4 juni 2026 ingediende bijlage 6.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de advocaat van de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
Daarnaast was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda (hierna: de Raad) om de kinderrechter over het verzoek in de samenhangende zaak te adviseren.
De moeder is niet in persoon verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De advocaat van de moeder heeft daartoe aangevoerd dat de moeder het op dit moment emotioneel niet aan kan om bij de zitting aanwezig te zijn. Het verzoek is wel met de moeder besproken, ook door de GI.
1.3.
De zaak is gelijktijdig behandeld met de samenhangende zaak met het nummer C/02/448892 JE RK 26-975. In de samenhangende zaak zal bij aparte beschikking worden beslist.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (hierna: de kinderen).
2.2.
De kinderen wonen bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 24 juni 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de kinderen onder toezicht gesteld met ingang van 24 juni 2025 tot 24 juni 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van een jaar en daarnaast om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
In het verzoekschrift is het verzoek en het standpunt van de GI toegelicht. Tijdens de zitting is namens de GI (in aanvulling daarop), samengevat, verklaard dat de in het kader van de ondertoezichtstelling gestelde doelen nog niet behaald zijn.
In de thuissituatie van de moeder is er opvoedingsondersteuning ingezet. Deze moest worden opgeschaald. De moeder doet haar best en zij werkt mee aan de hulpverlening maar zij heeft veel last van de gebeurtenissen uit het verleden. Deze hebben nog dagelijks impact op haar. De moeder stond op een wachtlijst voor traumabehandeling maar de hulpverlening constateert dat dit een intensief traject voor de moeder is. De moeder zet goede stappen maar die zijn nog fragiel en kwetsbaar.
Daarbij komt dat de kinderen veel nodig hebben. Voor [minderjarige 1] is speltherapie ingezet maar uit onderzoek van [hulpverlening] is gebleken dat zij een meer intensieve behandeling nodig heeft. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben driftbuien. Van belang is dat de kinderen bij de moeder kunnen blijven omdat de moeder altijd voor hen gezorgd heeft. Daarvoor is er nog meer voor de moeder nodig. Crossroads heeft daarom een gezinsopname bij [zorginstelling] geadviseerd en dat advies deelt de GI. Met de adviezen vanuit de gezinsopname kan er nader gekeken worden wat er voor de moeder en de kinderen nodig is. Binnen de gezinsopname zal ook de traumabehandeling van de moeder worden gestart. Het contact tussen de vader en de kinderen wordt onder regie van de GI opgebouwd. De vader wordt nog begeleid door de reclassering en door [begeleiding] . Van belang is dat de hulpverlening voortgezet kan worden.
4.2.
Door en namens de vader is aangevoerd dat de doelen van de ondertoezichtstelling behaald zijn. Een verlenging van de ondertoezichtstelling heeft geen toegevoegde waarde. Ook is de verzochte duur van de ondertoezichtstelling te lang. De vader verzoekt primair om het verzoek af te wijzen. Wanneer de kinderrechter toch tot de toewijzing van het verzoek komt dan verzoekt de vader subsidiair om de duur van de maatregel te beperken tot bijvoorbeeld zes maanden en om een toetsmoment van de maatregel te creëren.
4.3.
De advocaat van de moeder heeft samengevat naar voren gebracht dat de moeder het eens is met de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de verzochte duur. Er zijn nog zorgen en er is nog geen of onvoldoende structuur en stabiliteit in het gezin. De moeder vindt het prettig dat de GI bij hen betrokken is. De opvoedingsvaardigheden van de moeder zijn inmiddels vooruit gegaan maar zij is er nog niet. Er is wat de moeder betreft dan ook belang bij de verlenging van de maatregel voor de verzochte duur.
5De beoordeling
5.1.
In artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
5.2.
Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling steeds verlengen met maximaal een jaar, als nog aan artikel 1:255 lid 1 BW wordt voldaan.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Zij hebben al heel veel meegemaakt in hun nog jonge leventjes. Er is sprake geweest van ernstig huiselijk geweld en van (doods)bedreigingen van de vader naar de moeder. Vanwege de zorgen over de veiligheid hebben de moeder en de kinderen een periode op een geheime opvang doorgebracht. De vader is een contact- en locatieverbod opgelegd, dat ook nu nog geldt. De gebeurtenissen hebben een grote impact op de moeder gehad en op haar emotionele beschikbaarheid richting de kinderen.
Er zijn daarnaast zorgen over het gedrag van de kinderen. Zij hebben last van driftbuien. Uit onderzoek is gebleken dat [minderjarige 1] een meer intensieve behandeling nodig heeft dan de speltherapie die zij nu krijgt. Ook de moeder heeft nog intensieve hulp en begeleiding nodig. De nu ingezette opvoedondersteuning is nog niet voldoende. De moeder heeft nog behandeling voor haar trauma’s nodig. Daarnaast kan zij de volledige zorg voor de kinderen nog niet zonder hulpverlening dragen. Binnen een gezinsopname van de moeder en de kinderen kan de moeder traumabehandeling krijgen en kan er gekeken worden naar de gezinsdynamiek. Daarnaast zijn er zorgen over de veiligheid van de kinderen tijdens de contacten met de vader. Er is nog onvoldoende zicht op de psychische gezondheid van de vader en is er nog geen duidelijkheid over wat haalbaar is in het contact tussen de vader en de kinderen. De begeleiding van de vader vanuit [begeleiding] heeft geconstateerd dat er bij de vader sprake is van een gering ziektebesef en -inzicht, wat maakt dat de nodige behandelingen niet kunnen starten.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De vader ziet geen zorgen bij de kinderen en stemt niet in met een verlenging van de ondertoezichtstelling waardoor hij naar verwachting op eigen initiatief geen hulpverlening zal inschakelen voor de kinderen. Daarnaast lukt het de ouders, gelet op de (persoonlijke) problematiek, nu niet om een realistische inschatting te maken van wat in het belang van de ontwikkeling van de kinderen nodig is. De ouders willen daarin meedenken maar zij stellen zich daarbij niet de vraag of een en ander ook haalbaar is voor de kinderen. Het voorstel van de vader om de kinderen te laten opvangen door diens ouders in [woonplaats 2] wordt niet in het belang van de kinderen geacht. In dat scenario zouden zij veel minder bij de moeder kunnen zijn, bij wie zij nu wonen, daarnaast zou [minderjarige 1] van school moeten wisselen en tot slot zou daardoor de hulpverlening stagneren.
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de verzochte duur van een jaar. Zij ziet geen aanleiding om de duur van de maatregel te beperken. De problematiek is zodanig groot dat het creëren van een toetsmoment in deze casus niet helpend is. De kinderrechter is van oordeel dat de duur van een jaar passend is. Daarbij merkt zij op dat het de GI vrij staat om een verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling bij de rechtbank in te dienen wanneer zij dit nodig acht.
5.6.
In de komende periode dient er verder te worden gewerkt aan de eerdere binnen de ondertoezichtstelling gestelde doelen, die nog steeds actueel zijn:
1. de kinderen verblijven in een veilige, voorspelbare en stabiele opvoedomgeving;
2. de kinderen ontwikkelen zich positief binnen hun eigen mogelijkheden, waarbij zij toekomen aan de ontwikkelingstaken horende bij hun leeftijd;
3. de kinderen hebben een veilig, structureel en onbelast contact met beide ouders;
4. de kinderen hebben ouders die afspraken maken in hun belang en die deze afspraken ook nakomen.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van
24 juni 2026 tot 24 juni 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.