Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6805

2026-06-23 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/439430 / FA RK 25-4503
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-23
Publicatiedatum
2026-07-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/439430 / FA RK 25-4503
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Echtscheiding met nevenverzoeken over hoofdverblijf en huurrecht, IPR, rechtsgeldigheid en erkenning Syrische huwelijk, man ontvankelijk ondanks ontbreken ouderschapsplan

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.238 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Middelburg



Zaaknummer: C/02/439430 / FA RK 25-4503
Datum uitspraak: 23 juni 2026




Beschikking echtscheiding




in de zaak van





[de man]
,
hierna te noemen de man,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. S.X. Scholten uit Vlissingen,



en





[de vrouw]
,
hierna te noemen de vrouw,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift van de man met bijlage(n), ontvangen op 4 september 2025;


het betekeningsexploot;




de brief van mr. Scholten met bijlage(n) van 1 mei 2026;


de brief van mr. Scholten met bijlage(n) van 7 juni 2027.





1.2.
Op 9 juni 2026 heeft een zitting plaatsgevonden over de ontvankelijkheid van de zaak. Daarbij waren aanwezig:
- de man met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk;
- een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, als adviseur.
De vrouw was niet aanwezig op zitting, terwijl zij hiervoor wel op de juiste manier is uitgenodigd.



1.3.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.





2Wat vaststaat


2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum 1] 2019 in [plaats] , Syrië.



2.2.
De man heeft de Syrische nationaliteit en de vrouw heeft vermoedelijk ook de Syrische nationaliteit.



2.3.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:




[minderjarige 1]
, volgens het door de man overgelegde familie uittreksel en BRP geboren op [geboortedag 1] 2020 in [geboorteplaats] , Syrië;




[minderjarige 2]
, volgens het door de man overgelegde familie uittreksel en BRP geboren op [geboortedag 2] 2022 in [geboorteplaats] , Syrië.







3De beoordeling



De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is




3.1.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van de man en Nederlands recht is van toepassing.



De rechtsgeldigheid van het huwelijk en de erkenning daarvan





Rechtsgeldigheid





3.2.
Bij de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding moet een recent en gewaarmerkt afschrift van de in artikel 815 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) genoemde stukken worden overgelegd (artikel 2.2 Procesreglement Scheiding). Dit is een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding. Als er redenen zijn om aan te nemen dat de genoemde stukken redelijkerwijs niet kunnen worden overgelegd kan worden volstaan met overlegging van andere bewijsstukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, een en ander ter beoordeling door de rechter (artikel 815 lid 6 Rv).



3.3.
De rechtbank stelt vast dat de man geen recent en gewaarmerkt afschrift van de huwelijksakte en geboorteakten van de kinderen heeft overgelegd. De man is als vluchteling vanuit Syrië naar Nederland gekomen. Gelet hierop ziet de rechtbank voldoende grond om aan te nemen dat hij deze aktes niet kan overleggen.



3.4.

De man heeft (vertaalde) stukken overgelegd met betrekking het huwelijk van partijen waaronder een huwelijksverklaring, een familie uittreksel van de Burgerlijke Stand en rapport aanmeldgehoor van de IND. Uit deze stukken blijkt dat het tussen partijen op

[datum 1] 2019 gesloten religieuze huwelijk is goedgekeurd door de religieuze rechtbank te Jarablus bij besluit van 8 maart 2022. Het huwelijk is vervolgens op [datum 2] 2022 geregistreerd in [plaats] . Door deze goedkeuring en registratie is er sprake van een huwelijk dat in overeenstemming is met de voorschriften in Syrië. Dit blijkt ook uit de het familie uittreksel waarin staat vermeld dat de burgerlijke staat van partijen ‘gehuwd’ is. Uit het voorgaande blijkt volgens de rechtbank dat er sprake is van een bestaand huwelijk tussen partijen gesloten op [datum 1] 2019 in [plaats] , Syrië.




Erkenning





3.5.
Voordat de rechtbank toekomt aan de beoordeling van het echtscheidingsverzoek, zal zij gelet op artikel 10:31 BW moeten beoordelen of het tussen partijen in het buitenland gesloten huwelijk kan worden erkend. De beantwoording van deze vraag is van belang omdat een buitenlands huwelijk dat naar Nederlands recht niet wordt erkend, door de Nederlandse rechter niet kan worden ontbonden.



3.6.
Het uitgangspunt is dat een buiten Nederland gesloten huwelijk wordt erkend wanneer het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden (artikel 10:31 eerste lid van BW). Het vierde lid van artikel 10:31 BW bevat een vermoeden van rechtsgeldigheid, inhoudende dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.



3.7.
Uit artikel 10:32 BW volgt dat erkenning van een buiten Nederland gesloten huwelijk (alsnog) wordt geweigerd, als deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.



3.8.
Zoals hiervoor reeds onder 3.4. is overwogen gaat de rechtbank ervan uit dat, ondanks dat de man geen recent en gewaarmerkt afschrift van de huwelijksakte heeft overgelegd, het huwelijk in Syrië is gesloten op de aldaar voorgeschreven wijze en dat dit huwelijk naar Syrisch recht rechtsgeldig tot stand is gekomen. De rechtbank heeft daarnaast getoetst of (één van) de in artikel 10:32 BW genoemde gronden aanleiding geven om aan het buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning te onthouden. Dat is niet het geval. Naar het oordeel van de rechtbank kan het huwelijk dan ook in Nederland worden erkend.



Het ontbreken van het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)





3.9.
In de wet staat dat een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan moet bevatten dat beide partijen hebben ondertekend. In het ouderschapsplan staan de afspraken die partijen over hun kinderen hebben gemaakt. Deze afspraken moeten in ieder geval gaan over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en raadplegen en hoe zij de kosten van hun kinderen zullen delen.



3.10.
De man heeft geen ouderschapsplan ingediend.



3.11.

De rechtbank is van oordeel dat de man ontvankelijk is in zijn verzoek tot echtscheiding ondanks dat een ouderschapsplan ontbreekt. Dat wil zeggen dat de rechtbank het verzoek tot echtscheiding in behandeling neemt. Van man kan niet worden verwacht dat hij alsnog een ouderschapsplan maakt samen met de vrouw. De man heeft onweersproken gesteld dat de vrouw op 20 mei 2025 zonder dat hij dat wist naar haar ouders in Denemarken is gegaan. De man weet niet precies waar de vrouw in Denemarken verblijft. Eerst was er nog regelmatig contact tussen de man, de kinderen en de vrouw via (beeld)bellen. Sinds het Nederlandse telefoonnummer van de vrouw is afgesloten op
3 januari 2026 is er echter geen contact meer geweest. De vrouw heeft ook niet gereageerd op de berichten die de advocaat van de man aan haar gestuurd heeft.




Echtscheiding





3.12.
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De man verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De vrouw voert geen verweer.Hoofdverblijfplaats



3.13.
De man verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen. De vrouw voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe. Uit de stukken en wat er is besproken op de zitting volgt niet dat het belang van de kinderen zich verzet tegen deze beslissing.



Huurrecht echtelijke woning





3.14.
De man verzoekt te bepalen dat hij huurder van de echtelijke woning is. De vrouw voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe.



3.15.
De rechtbank bepaalt dat de man vanaf de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand huurder is van de echtelijke woning.Uitvoerbaar bij voorraad



3.16.
De man verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.





4De beslissing


De rechtbank:



4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2019 in [plaats] ;


4.2.
stelt vast dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de man hebben;


4.3.
bepaalt dat de man huurder is van de woning aan het adres [adres] vanaf de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;


4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve over de echtscheiding.









Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Krocké, griffier op 23 juni 2026.
















































Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.



Echtscheiding: art. 3 Brussel II-ter en art. 10:56 BW.
Ouderlijke verantwoordelijkheid: art. 7 Brussel II-ter en art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Woning: art. 4 Rv en het Nederlandse interne recht.