Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6795
2026-07-08
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12016958 \ CV EXPL 25-4531 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
IPR: Nederlandse rechter bevoegd, Belgisch recht van toepassing. Betreft een administratiefrechtelijke vordering, dus Rome I en Rome II nvt. Onvoldoende onderbouwd dat eiseres de brief met daarin de bezwaarmogelijkheid naar gedaagde heeft verzonden. Gedaagde reed op aanwijzing van de politie door de lage-emissiezone en hoeft ogv het Reglement daarom geen boete te betalen. Vordering afgewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.275 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 12016958 \ CV EXPL 25-4531
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
DE BUITENLANDSE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON STAD ANTWERPEN,
te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 november 2025 met producties;- het mondeling antwoord;- de conclusie van repliek;- de mondelinge toelichting van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Op 27 november 2015 heeft het Vlaams Parlement een Decreet betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2015/36551). Hierin zijn diverse bepalingen gewijzigd bij Decreet van 3 mei 2019 (C-2019/41146) (hierna: het Decreet).
2.2.
Op 26 februari 2017 heeft de Vlaamse Regering een Besluit betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2016/35312) (hierna: het Besluit). In dit besluit zijn nadere definities opgenomen voor de bepaling van emissienormen van voertuigen.
2.3.
Op 17 december 2018 heeft de gemeenteraad van Antwerpen een Besluit betreffende Retributiereglement debiteurenbeheer – Inningskosten niet fiscale vorderingen aangenomen (hierna: het Retributiereglement). Hierin zijn nadere bepalingen opgenomen voor de doorbelasting van kosten bij niet tijdige betaling van verschuldigde boetes.
2.4.
Stad Antwerpen heeft op grond van het Decreet het Gemeentelijk reglement Lage-Emissiezone Antwerpen aangenomen met de doelstellingen ter vermindering van de uitstoot van vervuilende gassen. De laatste versie is op 1 juni 2021 in werking getreden (hierna: het Reglement).
2.5.
[gedaagde] bevond zich op 19 maart 2022 om 21.10 uur in de lage-emissiezone van Stad Antwerpen met een auto die niet voldeed aan de emissienormen. Hij was niet in het bezit van een LEZ-dagpas.
3Het geschil
3.1.
Stad Antwerpen vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 228,60 aan boete en kosten, te vermeerderen met de kosten van deze procedure.
3.2.
Stad Antwerpen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft op 19 maart 2022 een lage-emissiezone betreden met een voertuig dat niet voldeed aan de emissienormen, terwijl hij niet in het bezit was van een LEZ-dagpas (die hij tot en met de kalenderdag ná het betreden van de lage-emissiezone had kunnen aanschaffen). [gedaagde] heeft hiermee in strijd gehandeld met de geldende wetgeving en is daarom een administratieve geldboete verschuldigd, vermeerderd met kosten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer tegen de vordering. Hij erkent dat hij met zijn auto in een lage-emissiezone heeft gereden, maar hij is het niet eens met de opgelegde boete. Hij heeft deze route namelijk gereden in opdracht van de politie, omdat zijn gebruikelijke route afgesloten was. [gedaagde] voert verder aan dat hij niet eerder bezwaar heeft kunnen maken tegen de boete, omdat hij hier pas na ontvangst van de brief van 5 maart 2025 kennis van heeft genomen. Eerdere brieven met betrekking tot de boete heeft hij niet ontvangen.
4De beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter. Daarom moet eerst beoordeeld worden of de kantonrechter bevoegd is om van deze zaak kennis te nemen.
4.2.
Deze zaak is een administratiefrechtelijke zaak waarop de Brussel I bis-Verordening volgens artikel 1 van die verordening niet van toepassing is. Er is ook geen ander verdrag of andere verordening van toepassing. Het gaat hier om een administratieve boete waarvoor in België een administratiefrechtelijke procedure bestaat. De burgerlijke rechter kan in administratiefrechtelijke kwesties alleen dan bevoegdheid aannemen op grond van artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) als de administratieve procedure onvoldoende bescherming biedt. De kantonrechter is er ambtshalve mee bekend dat binnen de administratieve procedure in België de beslissing van Stad Antwerpen tot het opleggen van de boete niet ter toetsing aan een rechter kan worden voorgelegd. In dat geval kan de burgerlijke rechter aanvullende rechtsbescherming bieden en is zij dus op grond van artikel 2 Rv bevoegd van het geschil kennis te nemen. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien [gedaagde] in Nederland woonachtig is.
4.3.
Vervolgens is van belang welk recht op deze zaak van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. De Rome I-Verordening en Rome II-Verordening zijn op administratiefrechtelijke zaken niet van toepassing. Nu geen aanknopingspunten zijn aangevoerd dat de vordering moet worden gezien als een vordering uit overeenkomst of onrechtmatige daad, bevat ook het conflictenrecht in boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geen specifieke regel waaruit volgt welk recht van toepassing is op de onderhavige administratiefrechtelijke vordering. Er wordt dus geen toepasselijk recht aangewezen door een wettelijke regel. Uit artikel 10:8 BW volgt het uitgangspunt dat het met de betreffende rechtsverhouding sterkst verbonden recht van toepassing is. Omdat het gaat om een door een Belgische publiekrechtelijke rechtspersoon opgelegde boete naar Belgisch recht en naar aanleiding van feiten die in België hebben plaatsgevonden, is de vordering naar het oordeel van de kantonrechter het nauwst verbonden met het Belgische recht. Nu gelet op alle omstandigheden van het geval een nauwe band met het Belgische recht moet worden veronderstelt, komt de kantonrechter tot het oordeel dat Belgisch recht van toepassing is.
Boete
4.4.
Het staat vast dat [gedaagde] op 19 maart 2022 met zijn auto in een lage-emissiezone heeft gereden ter hoogte van de Noorderlaan (nabij de IJzerlaan) in Antwerpen. Zijn auto voldeed niet aan de emissienormen en [gedaagde] was niet in het bezit van een LEZ-dagpas. Hij heeft dus gehandeld in strijd met de artikelen 2.1 t/m 2.3 van het Reglement. Volgens Stad Antwerpen is [gedaagde] daarom op grond van artikel 7.2 van het Reglement een administratieve geldboete van € 150,00 verschuldigd.
4.5.
Stad Antwerpen heeft naar eigen zeggen bij aangetekende brief van 6 april 2022 aan [gedaagde] medegedeeld dat hem een boete was opgelegd en wat de reden daarvoor was. Bij de brief was volgens Stad Antwerpen een formulier gevoegd waarmee [gedaagde] binnen dertig dagen na de verzenddatum van de brief bezwaar kon maken tegen de administratieve geldboete. [gedaagde] betwist dat hij deze brief (en de twee daaropvolgende brieven van 27 mei en 1 september 2022) heeft ontvangen. Alleen de brief van 5 maart 2025 heeft hij ontvangen. De brief van 6 april 2022 zou per aangetekende post verzonden zijn. Stad Antwerpen hoeft naar Belgisch recht weliswaar niet aan te tonen dat [gedaagde] de kennisgeving daadwerkelijk ontvangen heeft, maar gelet op de betwisting van [gedaagde] lag het wel op haar weg om de verzending daarvan nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het afgiftebewijs van de kennisgeving te overleggen. Dit heeft zij niet gedaan. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de opgelegde administratieve boete door het verstrijken van de bezwaartermijn onherroepelijk is geworden. Hierna zal de kantonrechter de opgelegde boete inhoudelijk beoordelen.
4.6.
[gedaagde] voert aan dat hij de lage-emissiezone alleen op aanwijzing van de politie heeft betreden, omdat sprake was van een wegomleiding. Stad Antwerpen heeft dit niet betwist. Op grond van artikel 7.4 van het Reglement is geen administratieve geldboete verschuldigd in het geval van een calamiteit of een bijzondere omstandigheid, waaronder een verkeersgeleiding of wegomleiding die door politie of wegbeheerder wordt opgelegd en waardoor doorgaand verkeer buiten de lage-emissiezone verplicht wordt afgeleid via de lage-emissiezone. Dit betekent dat [gedaagde] de administratieve boete niet hoeft te betalen. De vordering van Stad Antwerpen zal worden afgewezen.
Proceskosten
4.7.
Stad Antwerpen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 100,00 aan verletkosten (€ 50,00 per rolzitting).
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering van Stad Antwerpen af;
5.2.
veroordeelt Stad Antwerpen in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
HR 28 februari 1992, NJ 1992, 687 (Changoe/Staat).
Verordening (EG) nr. 593/2008 betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.
Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen.
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 12016958 \ CV EXPL 25-4531
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
DE BUITENLANDSE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON STAD ANTWERPEN,
te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 november 2025 met producties;- het mondeling antwoord;- de conclusie van repliek;- de mondelinge toelichting van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Op 27 november 2015 heeft het Vlaams Parlement een Decreet betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2015/36551). Hierin zijn diverse bepalingen gewijzigd bij Decreet van 3 mei 2019 (C-2019/41146) (hierna: het Decreet).
2.2.
Op 26 februari 2017 heeft de Vlaamse Regering een Besluit betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2016/35312) (hierna: het Besluit). In dit besluit zijn nadere definities opgenomen voor de bepaling van emissienormen van voertuigen.
2.3.
Op 17 december 2018 heeft de gemeenteraad van Antwerpen een Besluit betreffende Retributiereglement debiteurenbeheer – Inningskosten niet fiscale vorderingen aangenomen (hierna: het Retributiereglement). Hierin zijn nadere bepalingen opgenomen voor de doorbelasting van kosten bij niet tijdige betaling van verschuldigde boetes.
2.4.
Stad Antwerpen heeft op grond van het Decreet het Gemeentelijk reglement Lage-Emissiezone Antwerpen aangenomen met de doelstellingen ter vermindering van de uitstoot van vervuilende gassen. De laatste versie is op 1 juni 2021 in werking getreden (hierna: het Reglement).
2.5.
[gedaagde] bevond zich op 19 maart 2022 om 21.10 uur in de lage-emissiezone van Stad Antwerpen met een auto die niet voldeed aan de emissienormen. Hij was niet in het bezit van een LEZ-dagpas.
3Het geschil
3.1.
Stad Antwerpen vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 228,60 aan boete en kosten, te vermeerderen met de kosten van deze procedure.
3.2.
Stad Antwerpen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft op 19 maart 2022 een lage-emissiezone betreden met een voertuig dat niet voldeed aan de emissienormen, terwijl hij niet in het bezit was van een LEZ-dagpas (die hij tot en met de kalenderdag ná het betreden van de lage-emissiezone had kunnen aanschaffen). [gedaagde] heeft hiermee in strijd gehandeld met de geldende wetgeving en is daarom een administratieve geldboete verschuldigd, vermeerderd met kosten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer tegen de vordering. Hij erkent dat hij met zijn auto in een lage-emissiezone heeft gereden, maar hij is het niet eens met de opgelegde boete. Hij heeft deze route namelijk gereden in opdracht van de politie, omdat zijn gebruikelijke route afgesloten was. [gedaagde] voert verder aan dat hij niet eerder bezwaar heeft kunnen maken tegen de boete, omdat hij hier pas na ontvangst van de brief van 5 maart 2025 kennis van heeft genomen. Eerdere brieven met betrekking tot de boete heeft hij niet ontvangen.
4De beoordeling
Bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter. Daarom moet eerst beoordeeld worden of de kantonrechter bevoegd is om van deze zaak kennis te nemen.
4.2.
Deze zaak is een administratiefrechtelijke zaak waarop de Brussel I bis-Verordening volgens artikel 1 van die verordening niet van toepassing is. Er is ook geen ander verdrag of andere verordening van toepassing. Het gaat hier om een administratieve boete waarvoor in België een administratiefrechtelijke procedure bestaat. De burgerlijke rechter kan in administratiefrechtelijke kwesties alleen dan bevoegdheid aannemen op grond van artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) als de administratieve procedure onvoldoende bescherming biedt. De kantonrechter is er ambtshalve mee bekend dat binnen de administratieve procedure in België de beslissing van Stad Antwerpen tot het opleggen van de boete niet ter toetsing aan een rechter kan worden voorgelegd. In dat geval kan de burgerlijke rechter aanvullende rechtsbescherming bieden en is zij dus op grond van artikel 2 Rv bevoegd van het geschil kennis te nemen. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien [gedaagde] in Nederland woonachtig is.
4.3.
Vervolgens is van belang welk recht op deze zaak van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. De Rome I-Verordening en Rome II-Verordening zijn op administratiefrechtelijke zaken niet van toepassing. Nu geen aanknopingspunten zijn aangevoerd dat de vordering moet worden gezien als een vordering uit overeenkomst of onrechtmatige daad, bevat ook het conflictenrecht in boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geen specifieke regel waaruit volgt welk recht van toepassing is op de onderhavige administratiefrechtelijke vordering. Er wordt dus geen toepasselijk recht aangewezen door een wettelijke regel. Uit artikel 10:8 BW volgt het uitgangspunt dat het met de betreffende rechtsverhouding sterkst verbonden recht van toepassing is. Omdat het gaat om een door een Belgische publiekrechtelijke rechtspersoon opgelegde boete naar Belgisch recht en naar aanleiding van feiten die in België hebben plaatsgevonden, is de vordering naar het oordeel van de kantonrechter het nauwst verbonden met het Belgische recht. Nu gelet op alle omstandigheden van het geval een nauwe band met het Belgische recht moet worden veronderstelt, komt de kantonrechter tot het oordeel dat Belgisch recht van toepassing is.
Boete
4.4.
Het staat vast dat [gedaagde] op 19 maart 2022 met zijn auto in een lage-emissiezone heeft gereden ter hoogte van de Noorderlaan (nabij de IJzerlaan) in Antwerpen. Zijn auto voldeed niet aan de emissienormen en [gedaagde] was niet in het bezit van een LEZ-dagpas. Hij heeft dus gehandeld in strijd met de artikelen 2.1 t/m 2.3 van het Reglement. Volgens Stad Antwerpen is [gedaagde] daarom op grond van artikel 7.2 van het Reglement een administratieve geldboete van € 150,00 verschuldigd.
4.5.
Stad Antwerpen heeft naar eigen zeggen bij aangetekende brief van 6 april 2022 aan [gedaagde] medegedeeld dat hem een boete was opgelegd en wat de reden daarvoor was. Bij de brief was volgens Stad Antwerpen een formulier gevoegd waarmee [gedaagde] binnen dertig dagen na de verzenddatum van de brief bezwaar kon maken tegen de administratieve geldboete. [gedaagde] betwist dat hij deze brief (en de twee daaropvolgende brieven van 27 mei en 1 september 2022) heeft ontvangen. Alleen de brief van 5 maart 2025 heeft hij ontvangen. De brief van 6 april 2022 zou per aangetekende post verzonden zijn. Stad Antwerpen hoeft naar Belgisch recht weliswaar niet aan te tonen dat [gedaagde] de kennisgeving daadwerkelijk ontvangen heeft, maar gelet op de betwisting van [gedaagde] lag het wel op haar weg om de verzending daarvan nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het afgiftebewijs van de kennisgeving te overleggen. Dit heeft zij niet gedaan. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de opgelegde administratieve boete door het verstrijken van de bezwaartermijn onherroepelijk is geworden. Hierna zal de kantonrechter de opgelegde boete inhoudelijk beoordelen.
4.6.
[gedaagde] voert aan dat hij de lage-emissiezone alleen op aanwijzing van de politie heeft betreden, omdat sprake was van een wegomleiding. Stad Antwerpen heeft dit niet betwist. Op grond van artikel 7.4 van het Reglement is geen administratieve geldboete verschuldigd in het geval van een calamiteit of een bijzondere omstandigheid, waaronder een verkeersgeleiding of wegomleiding die door politie of wegbeheerder wordt opgelegd en waardoor doorgaand verkeer buiten de lage-emissiezone verplicht wordt afgeleid via de lage-emissiezone. Dit betekent dat [gedaagde] de administratieve boete niet hoeft te betalen. De vordering van Stad Antwerpen zal worden afgewezen.
Proceskosten
4.7.
Stad Antwerpen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 100,00 aan verletkosten (€ 50,00 per rolzitting).
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering van Stad Antwerpen af;
5.2.
veroordeelt Stad Antwerpen in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
HR 28 februari 1992, NJ 1992, 687 (Changoe/Staat).
Verordening (EG) nr. 593/2008 betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.
Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen.