Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6740

2026-04-22 Civiel recht 11660446 CV EXPL 25-1328 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-22
Publicatiedatum
2026-07-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11660446 CV EXPL 25-1328 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De (indirect) bestuurder is aansprakelijk doordat het bedrijf middels turboliquidatie is ontbonden waarbij niet is voldaan aan de wettelijke vereisten. Daarmee is betaling en verhaal van de vordering van eiser gefrustreerd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.774 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Bergen op Zoom



Zaaknummer: 11660446 \ CV EXPL 25-1328




Vonnis van 22 april 2026




in de zaak van




SMARTROUTE BV.,
te Haarlem,
eisende partij,
hierna te noemen: Smartroute,
gemachtigde: mr. S. de Groot,



tegen





1 [gedaagde partij 1] B.V.,

te [plaats] ,2. [gedaagde partij 2],
te [plaats] ,3. [gedaagde partij 3],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde partijen] , dan wel afzonderlijk [gedaagde partij 1] , [gedaagde partij 2] en [gedaagde partij 3] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de conclusie van antwoord van [gedaagde partij 1] met producties,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde partij 2] ,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde partij 3] ,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 23 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de door Smartroute tijdens de mondelinge behandeling overgelegde aanvullende stukken, die zijn toegevoegd aan het procesdossier.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.
Bij vonnis van 5 maart 2025 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is geoordeeld dat tussen Smartroute en [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) een licentieovereenkomst is gesloten op grond waarvan [bedrijf] gehouden is de facturen van Smartroute te voldoen. [bedrijf] is in dit vonnis veroordeeld tot betaling aan Smartroute van € 653,40 aan onbetaalde facturen, € 87,12 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 780,75 aan proceskosten.



2.2.
De bestuurders van [bedrijf] zijn [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] . De bestuurder van [gedaagde partij 1] is [gedaagde partij 3] .



2.3.
Per 15 augustus 2024 is [bedrijf] uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. [bedrijf] is door middel van turboliquidatie ontbonden wegens gebrek aan baten.





3Het geschil


3.1.
Smartroute vordert - samengevat - hoofdelijke veroordeling van [gedaagde partijen] tot betaling van € 3.157,36, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 maart 2025 en proces- en nakosten.



3.2.
Smartroute legt aan haar vordering - samengevat - het volgende ten grondslag. Uit hoofde van de licentieovereenkomst tussen Smartroute en [bedrijf] heeft Smartroute een vordering op [bedrijf] . Op grond van het vonnis van 5 maart 2025 moet [bedrijf] in totaal € 1.601,61 inclusief rente aan Smartroute betalen. Daarnaast heeft Smartroute nog een vordering van € 1.555,75 op [bedrijf] vanwege (vervallen) termijnen tot het einde van de licentieovereenkomst. Deze termijnen zijn niet gevorderd in de procedure die tot het vonnis van 5 maart 2025 heeft geleid, maar is [bedrijf] op grond van de licentieovereenkomst aan Smartroute verschuldigd. Smartroute voert aan dat de (indirect) bestuurders van [bedrijf] persoonlijk aansprakelijk zijn voor de vordering van Smartroute wegens ernstig verwijtbaar en onrechtmatig handelen. [gedaagde partijen] hebben de verhaalsmogelijkheden van Smartroute voor haar vordering doelbewust onmogelijk gemaakt door [bedrijf] middels turboliquidatie te ontbinden en de bedrijfsactiviteiten van [bedrijf] , met achterlating van de schulden, direct voort te zetten door [gedaagde partij 1] . Daarnaast is niet gehandeld conform de voorschriften die volgen uit artikel 2:19b BW. Ook heeft er op 9 maart 2025 nog een deelbetaling door [bedrijf] aan Smartroute plaatsgevonden, waaruit volgt dat [bedrijf] beschikt over baten.



3.3.

[gedaagde partijen] voeren verweer. [gedaagde partijen] concluderen tot afwijzing van de vordering van Smartroute, met veroordeling van Smartroute in de kosten van deze procedure.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



De vordering van Smartroute op [bedrijf] staat vast



4.1.

[bedrijf] is bij vonnis van 5 maart 2025 veroordeeld tot betaling van in totaal € 1.521,27 aan Smartroute. Door de turboliquidatie en daarmee de ontbinding van [bedrijf] als rechtspersoon, kan Smartroute haar vordering niet op [bedrijf] verhalen. In deze zaak ligt de vraag voor of de (indirect) bestuurders van [bedrijf] daarvoor aansprakelijk zijn. Voor beantwoording van deze vraag is antwoord op de vraag of [bedrijf] gehouden is de vordering van Smartroute uit hoofde van de licentieovereenkomst te voldoen, niet nodig. Die vordering staat met het vonnis van 5 maart 2025 tussen Smartroute en [bedrijf] vast. Tegen dit vonnis is namelijk geen rechtsmiddel ingesteld.



Bestuurdersaansprakelijkheid van [gedaagde partijen]




4.2.
Uitgangspunt is dat alleen de rechtspersoon, in dit geval [bedrijf] , aansprakelijk is voor de schade die wordt veroorzaakt door wanprestatie of onrechtmatige daad. Onder bijzondere omstandigheden kan een uitzondering worden gemaakt en kan naast de rechtspersoon ook de bestuurder, en op grond van artikel 2:11 BW de indirect bestuurder van die rechtspersoon, aansprakelijk zijn. Daarbij gelden hoge eisen. Vereist is dat die bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt moet kunnen worden gemaakt. Het gaat in dit geschil om de eisen die gesteld kunnen worden aan de bestuurder van een vennootschap bij een zogenoemde turboliquidatie op grond van artikel 2:19 lid 4 BW. In beginsel kan een vennootschap worden ontbonden zonder dat er een vereffening plaatsvindt, onder de voorwaarde dat er geen baten zijn of te verwachten zijn. Dat geldt ook als de vennootschap schulden heeft. Op zich leidt een turboliquidatie niet tot persoonlijke aansprakelijkheid van haar bestuurder. Alleen als de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt gemaakt kan worden van het onbetaald blijven van een schuldeiser, is er grond voor een persoonlijke aansprakelijkheid jegens die schuldeiser.



4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] - en op grond van artikel 2:11 BW ook [gedaagde partij 3] als bestuurder van [gedaagde partij 1] - ernstig verwijtbaar onrechtmatig hebben gehandeld, omdat zij wisten of hadden moeten weten dat als gevolg van hun handelen [bedrijf] geen verhaal zou bieden voor de vordering van Smartroute, terwijl niet, dan wel onvoldoende is betwist dat anders de vordering van Smartroute wel (gedeeltelijk) verhaalbaar zou zijn geweest. De kantonrechter licht dat oordeel hierna toe.



4.4.
Voorop wordt gesteld dat nadat Smartroute een gerechtelijke procedure is gestart vanwege haar vordering uit de licentieovereenkomst op [bedrijf] , [bedrijf] middels turboliquidatie is ontbonden. De vordering van Smartroute was bij [bedrijf] bekend, nu zij in de gerechtelijke procedure ook verweer heeft gevoerd. Bij de turboliquidatie hadden [gedaagde partijen] daarom rekening moeten houden met de vordering van Smartroute.



4.5.
Dat de onderneming van [bedrijf] , inclusief commerciële activiteiten, klantenbestand en activa, na ontbinding direct door [gedaagde partij 1] is voortgezet, is niet weersproken en staat daarmee vast. [gedaagde partij 2] en [gedaagde partij 3] voeren, zonder onderbouwing, enkel aan dat [bedrijf] op rechtmatige wijze is ontbonden en dat alle daaraan verbonden wettelijk vereisten correct zijn nageleefd. Dit is niet het geval. Op grond van artikel 2:19b BW moeten de bestuurders binnen veertien dagen na de ontbinding van de onderneming de in het wetsartikel genoemde stukken deponeren bij de Kamer van Koophandel. Niet gebleken is dat [gedaagde partijen] hieraan hebben voldaan. Uit het door Smartroute overgelegde uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt juist dat er geen stukken en ook geen jaarrekeningen zijn gedeponeerd. [gedaagde partijen] hebben daarmee in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 2:19b BW. Dit leidt ertoe dat Smartroute als schuldeiser van [bedrijf] informatie ontbeert die noodzakelijk is om te beoordelen of de turboliquidatie correct is toegepast en om eventuele rechtsmaatregelen te treffen. [gedaagde partijen] hebben hiermee ernstig verwijtbaar onrechtmatig gehandeld. Bovendien heeft Smartroute tijdens de zitting een betalingsbewijs overgelegd waaruit volgt dat [bedrijf] op 9 maart 2025, dus na ontbinding van de vennootschap [bedrijf] en na het vonnis van 5 maart 2025, € 379,62 aan Smartroute heeft betaald. Smartroute heeft aangevoerd dat gelet op deze betaling er - kennelijk ook na de ontbinding - nog baten zijn bij [bedrijf] , omdat er anders geen betaling had kunnen plaatsvinden. [gedaagde partijen] zijn, zonder bericht van verhindering, niet op de mondelinge behandeling verschenen, zodat deze toelichting en onderbouwing van Smartroute niet is weersproken en daarmee vaststaat. Dit betekent dat turboliquidatie van de onderneming van [bedrijf] gelet op de kennelijk aanwezige baten niet had mogen plaatsvinden en dat aannemelijk is dat de vordering van Smartroute (gedeeltelijk) verhaalbaar zou zijn als turboliquidatie niet zou hebben plaatsgevonden. In dat kader geldt ook dat de stelling van Smartroute niet is weersproken dat haar vordering (gedeeltelijk) verhaalbaar zou zijn, als [gedaagde partij 1] een vergoeding had betaald voor het overnemen van de onderneming van [bedrijf] waarmee [bedrijf] haar crediteuren had kunnen betalen.



4.6.
Gelet op het voorgaande kan niet anders geconcludeerd worden dan dat de bestuurders van [bedrijf] ernstig verwijtbaar onrechtmatig hebben gehandeld door [bedrijf] middels turboliquidatie te ontbinden waarbij niet is voldaan aan de wettelijke vereisten. Daarmee is betaling en verhaal van de vordering van Smartroute gefrustreerd. De vordering van Smartroute tot betaling van € 3.157,36, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 13 maart 2025 wordt dan ook toegewezen. [gedaagde partijen] hebben geen verweer gevoerd tegen de omvang van de vordering. Daarbij wijst de kantonrechter erop dat in het vonnis van 5 maart 2025 is geoordeeld dat er een licentieovereenkomst tussen Smartroute en [bedrijf] is gesloten op grond waarvan [bedrijf] gehouden is de facturen aan Smartroute te betalen. Tegen dit vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld, zodat dit oordeel vaststaat.



4.7.

[gedaagde partijen] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Smartroute worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


125,11







- griffierecht


€


514,00







- salaris gemachtigde


€


506,00


(2 punten × € 253,00)




- nakosten


€


126,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.271,61











4.8.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [gedaagde partijen] hoofdelijk om aan Smartroute te betalen een bedrag van € 3.157,36, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 13 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [gedaagde partijen] hoofdelijk in de proceskosten waarbij die kosten van Smartroute zijn vastgesteld op € 1.271,61, te betalen aan Smartroute binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partijen] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.