Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6567

2026-06-17 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/445476 / FA RK 26-1040
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-17
Publicatiedatum
2026-07-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/445476 / FA RK 26-1040
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Art. 1:253n BW. Toewijzing verzoek vrouw eenhoofdig gezag. Referteverklaring man.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.498 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/445476 / FA RK 26-1040
Datum uitspraak: 17 juni 2026




Beschikking van de rechtbank betreffende wijziging gezag




in de zaak van





[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. W.G. Dictus uit Oudenbosch,



tegen





[de man]
,
hierna te noemen de man,
wonende in [woonplaats] .



over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .





1Het verloop van de procedure


1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het op 26 februari 2026 ontvangen verzoekschrift met producties;


het e-mailbericht van de man, ontvangen op 18 maart 2026;


het F6-formulier met bijlage van 10 april 2026 van mr. Dictus, betreffende een referteverklaring van de man van 10 april 2026.





1.2.
De op 15 juni 2026 geplande zitting heeft niet plaatsgevonden.





2De feiten


2.1.
Partijen zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van 21 juni 2024 is de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 21 november 2024 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.



2.2.
Uit het huwelijk van partijen is [minderjarige] geboren.



2.3.
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door partijen.



2.4.
De man en [minderjarige] hebben sinds 15 juni 2025 geen contact meer met elkaar.





3Het verzoek


3.1.
De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat het gezamenlijk gezag van partijen wordt beëindigd en te bepalen dat het gezag over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats] , voortaan alleen aan de vrouw toekomt.





4De beoordeling


4.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de referteverklaring van de man van 10 april 2026. Hij geeft daarin, kortgezegd, aan zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank, dat hij afstand doet van het recht om verweer te voeren en dat hij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.



4.2.
De rechtbank overweegt dat de zaak, gelet op voornoemde referteverklaring, op grond van de stukken kan worden afgedaan.



Wat zegt de wet?




4.3.
Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het minderjarige kind toekomt.



4.4.
Op grond van artikel 1:253n lid 2 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Op grond van laatstgenoemde bepaling kan de rechter bepalen dat het gezag over de minderjarige aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van gezamenlijk gezag van beide ouders het kind klem of verloren zou raken tussen die ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.



4.5.
Blijkens artikel 1:247 lid 1 BW houdt het ouderlijk gezag een aantal bevoegdheden in die nodig zijn voor de opvoeding en verzorging, zoals onder andere de bevoegdheid om belangrijke beslissingen in het leven van het kind (zoals de schoolkeuze en medische zaken) te nemen. Om invulling te kunnen geven aan het gezag moet een ouder belangstelling hebben voor zijn kind, bekend zijn met zijn ontwikkeling en weten wat er in de minderjarige omgaat.



Inhoudelijke beoordeling




4.6.
Uit de ingediende stukken blijkt dat [minderjarige] sinds juni 2025 geen contact meer heeft met de man. Er is daarnaast geen constructieve communicatie en samenwerking tussen de ouders. Gelet hierop staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden sinds het moment dat het gezamenlijk gezag van de ouders over de minderjarige is ontstaan.



4.7.
De rechtbank stelt bij de beoordeling van het verzoek voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat de ouders gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is echter wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over [minderjarige] in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond [minderjarige] kunnen voordoen.



4.8.
Gebleken is van feiten en omstandigheden die in het belang van [minderjarige] rechtvaardigen af te wijken van het wettelijke uitgangspunt dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen.



4.9.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de man en [minderjarige] elkaar geruime tijd niet hebben gezien. Zij hebben op geen enkele wijze contact met elkaar. De man is niet meer bij [minderjarige] betrokken. Hij houdt zich niet bezig met de opvoeding en geeft feitelijk geen uitvoering aan zijn gezag. Daarnaast is er geen enkele vorm van constructief contact tussen de ouders. Doordat de man al langere tijd geen contact heeft met [minderjarige] en er geen sprake is van contact en samenwerking tussen de ouders onderling, heeft de man geen zicht op [minderjarige] . Hij weet dus niet wat [minderjarige] nodig heeft en met welke (gezags)beslissingen hij het meest gebaat is.



4.10.
Het voorgaande leidt ertoe dat een wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag, naar het oordeel van de rechtbank, (anderszins) in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is, waardoor wordt voldaan aan de tweede grond als genoemd in artikel 1:251a lid 1 BW. Gelet op het belaste verleden tussen partijen bestaat ook niet de gerechtvaardigde verwachting dat in de hiervoor geschetste situatie binnen afzienbare tijd verbetering zal komen.



4.11.
De rechtbank is daarom van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat de vrouw met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt belast. Het onweersproken verzoek van de vrouw zal daarom worden toegewezen.



4.12.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



Uitvoerbaar bij voorraad




4.13.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.



4.14.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.





5De beslissing


De rechtbank:



5.1.
bepaalt dat het gezag over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats] , voortaan aan de vrouw alleen toekomt;


5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven door mr. Baggel, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 2 Besluit gezagsregisters.