Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6536

2026-06-16 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/448686 / JE RK 26-929
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-16
Publicatiedatum
2026-07-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/448686 / JE RK 26-929
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek verlenging ondertoezichtstelling, verzoek toegewezen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.777 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Middelburg



Zaaknummer: C/02/448686 / JE RK 26-929
Datum uitspraak: 16 juni 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI,



over





[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,





[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .



Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.





1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 mei 2026.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;


een vertegenwoordigster van de GI;


een vertegenwoordigster van de Raad.




De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.




1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hun mening kenbaar te maken.





2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .



2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.



2.3.
Bij beschikking van 22 september 2022 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is voor het laatst verlengd tot 22 juni 2026.



2.4.
Bij beschikking van 11 december 2023 is een (voorlopige) verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, inhoudende dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder verblijven en de regie over de omgang van de kinderen met hun vader wordt belegd bij de Gl, waarbij er in eerste instantie een periode van begeleide omgang met de vader zal plaatsvinden en de verdere opbouw van de omgang van de kinderen met de vader middels een faseplan onder regie van de GI zal plaatsvinden, mits er aan de zijde van de vader wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden en afspraken en een verdere opbouw ook tegemoet komt aan de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .



2.5.
Bij beschikking van 9 december 2025 is bepaald dat de vader en de kinderen eenmaal per maand twee uur begeleid contact hebben.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.
De GI handhaaft het verzoek en verwijst ter onderbouwing van het verzoek naar de overgelegde stukken. Het gaat goed met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De hulpverlening voor de kinderen is aan het afronden. De periode van de ondertoezichtstelling zal worden benut om het contact tussen de kinderen en de vader verder vorm te geven en om een borgingsplan op te stellen. Het onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel van de vader is door de Raad gestart.



4.2.
De moeder staat achter het verzoek van de GI. De samenwerking tussen de moeder en de GI verloopt goed. Er zijn in de laatste jaren veel stappen gezet.



4.3.
De Raad geeft aan de verlenging van de ondertoezichtstelling nodig te vinden om het contact tussen de vader en de kinderen vorm te geven.





5De beoordeling



Wettelijk kader




5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



Inhoudelijke beoordeling





5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.3.
Het is de kinderrechter gebleken dat het goed gaat met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De behandeling voor beide kinderen bij [hulpverlening] wordt afgerond. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben veel baat bij de hulpverlening gehad. Ook hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een kindbehartiger waarbij zij terecht kunnen. Verder ontwikkelen de kinderen zich goed op school. De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd, omdat er geen of weinig vooruitgang lijkt te komen in de situatie van de vader. Bij de vader is er al jaren sprake van alcoholproblematiek, hetgeen meermaals heeft geleid tot onvoorspelbaar en onveilig gedrag. Ondanks dat de vader het alcoholgebruik momenteel onder controle lijkt te hebben, is er geen sprake van een structurele gedragsverandering. De vader is tot op heden niet in staat om veilig en voorspelbaar ouderschap te bieden. Het contact tussen de minderjarigen en de vader is de afgelopen jaren meermaals opgebouwd, maar ook weer beperkt en stilgelegd door onveilige situaties. De vader heeft zijn medewerking aan de door de rechtbank in december 2025 bepaalde begeleide contacten aanvankelijk geweigerd. Dat is zorgelijk. De kinderen hebben namelijk behoefte aan duidelijkheid, veiligheid en voorspelbaarheid in het contact met vader. Recentelijk heeft de vader aangegeven toch mee te willen aan begeleide contacten. Voordat dit daadwerkelijk kan worden opgestart zal dit traject nog moeten worden vormgegeven. Zo moeten er gesprekken met de vader, de kinderen en de omgangsbegeleider plaatsvinden. De vader moet zich meewerkend op blijven stellen, hetgeen niet vanzelfsprekend is vanwege de moeizame samenwerking tussen de vader en de GI. Dit is echter wel van belang voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] omdat zij niet (opnieuw) teleurgesteld mogen worden in het contact met de vader. Voorts zijn de ouders nog steeds niet in staat goed met elkaar te communiceren. De Raad is inmiddels gestart met een onderzoek voor een gezagsbeëindigende maatregel van de vader. Dit brengt veel onduidelijkheid voor de toekomst met zich mee.



5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders niet samen kunnen communiceren en niet in staat zijn om gezamenlijk beslissingen te nemen in het belang van de kinderen. Het is van belang dat de GI de komende periode betrokken blijft om te onderzoeken wat mogelijk en in het belang van de kinderen is in de contacten tussen de kinderen en vader. Het is belangrijk dat de belangen en wensen van de kinderen voorop staan in dit proces. Daarnaast moet de GI een borgingsplan opstellen. Hierbij dient ook gekeken te worden naar welke hulp in het vrijwillig kader – bijvoorbeeld een casusregisseur vanuit de gemeente – nodig zal zijn na afronding van de ondertoezichtstelling. De betrokkenheid van de GI is in ieder geval nodig tot na afronding van het Raadsonderzoek.



5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.



5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 22 juni 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. Van de Merbel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Den Boer als griffier, en op schrift gesteld op 30 juni 2026.














































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.