Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6532
2026-06-16
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/441680 / JE RK 25-1983
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Resterende deel verzoek verlenging ondertoezichtstelling, toegewezen
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.143 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/441680 / JE RK 25-1983
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het (verdere) verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van deze rechtbank van 17 december 2025 met de daarin genoemde stukken;
het bericht van de GI met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026;
de brief van de moeder, ontvangen op 12 juni 2026;
het bericht van de GI, ontvangen op 12 juni 2026;
de brief van [minderjarige] , overgelegd tijdens haar gesprek met de kinderrechter.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van de GI.
1.3.
De vader is met afmelding niet verschenen.
1.4.
Met bijzondere toestemming van de kinderrechter was tevens ter ondersteuning
van de moeder haar partner aanwezig, de heer [persoon 1] .
1.5.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
Bij beschikking van 21 maart 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 21 december 2024. De ondertoezichtstelling is vervolgens verlengd tot 21 december 2025.
2.4.
Bij beschikking van 17 december 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 21 juni 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Thans is ter beoordeling het resterende deel van het verzoek, strekkende tot de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 21 juni 2026 en tot 21 december 2026.
4De standpunten
4.1.
[minderjarige] geeft in haar gesprek met de kinderrechter aan dat ze het eens is met een verlenging van de ondertoezichtstelling. [minderjarige] had gehoopt dat er rust zou komen na de scheiding van de ouders. Dit is niet gebeurd. Ze zou graag willen dat de ouders niet negatief over elkaar spreken want ze heeft daar ontzettend last van. [minderjarige] vindt wel dat ze sinds kort wat minder wordt betrokken in het gedoe tussen de vader en de moeder. [minderjarige] vindt haar moeder een lieve moeder en ze krijgt nu wat vaker aandacht of een knuffel van haar. [minderjarige] maakt zich wel grote zorgen over het alcoholgebruik van de moeder en haar partner. De vader werkt niet mee met de hulpverlening, heeft weinig tijd voor haar en ze voelt zich door hem niet gezien. [minderjarige] zit op dit moment echt niet lekker in haar vel. Ze voelt zich erg somber en moegestreden. [minderjarige] heeft veel steun aan [persoon 2] (aanspreekpunt op school) en [hulpverlening] .
4.2.
De GI handhaaft het verzoek en verwijst ter onderbouwing daarvan naar de overgelegde stukken. De communicatie tussen de ouders is weliswaar wat verbeterd, maar hier moeten nog steeds stappen in worden gezet. [minderjarige] wordt nog steeds belast met volwassen zaken en de strijd tussen de ouders. Ouderschapsbemiddeling of het opstellen van een ouderschapsplan is een mogelijke volgende stap. Er zijn zorgen over het welbevinden van [minderjarige] en ook hier moet de komende tijd aandacht voor blijven.
4.3.
De moeder is het eens met het verzoek van de GI. De moeder probeert [minderjarige] zoveel mogelijk te ondersteunen. De moeder geeft aan dat zij open staat voor hulp, maar de vader hulp afhoudt. Verder stelt de moeder dat zij geen alcohol drinkt als [minderjarige] thuis is.
4.4.
De vader heeft schriftelijk laten weten niet bij de zitting aanwezig te kunnen zijn omdat hij informatie mist in de brief van de GI. In het bericht van de GI staat namelijk niet vermeld dat de politie half mei 2026 tweemaal aan de deur is geweest bij de moeder vanwege overlast en ruzies. De vader hoopt dat [minderjarige] daarover vertelt in haar gesprek met de kinderrechter.
5De (verdere) beoordeling
Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
5.2.
Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen is behandeld ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, is de kinderrechter van oordeel dat het (restant van het) verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling dient te worden toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria.
5.3.
De afgelopen periode zijn er kleine stappen gezet in de communicatie tussen de ouders. De ouders brengen elkaar op de hoogte via de mail. [minderjarige] wordt minder dan voorheen het geval was, betrokken in de strijd tussen de ouders. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] wordt nog steeds belast met de communicatie of ruzies tussen de ouders. De ouders blijven zich negatief uitlaten over de ander. De kinderrechter maakt zich zorgen over de leerbaarheid van de ouders. Het is van groot belang dat [minderjarige] geheel buiten de communicatie tussen de ouders komt te staan. Dit heeft [minderjarige] nodig om kind te kunnen zijn en zichzelf verder te ontwikkelen. Door de voortdurende strijd tussen de ouders kampt [minderjarige] nog steeds met loyaliteitsproblemen. Mede hierdoor zit [minderjarige] op dit moment niet lekker in haar vel. Het is belangrijk dat [minderjarige] de band met haar beide ouders verder kan opbouwen. [minderjarige] moet zich gesteund, gezien, erkend én geliefd voelen door beide ouders. Dat heeft zij echt nodig om het beter met haar te laten gaan. Verder is het de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] het moeilijk vindt om in gesprek te gaan met haar ouders. Ze is bang voor hun reactie. Daarnaast zijn er zorgen over de verdere emotionele gesteldheid van [minderjarige] . Het is de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] graag iedereen tevreden wil houden. Dit betreft ook haar relatie met haar vriendje en vriendinnen. Hierdoor maakt ze zich snel zorgen. [minderjarige] moet hier nog stappen in zetten. De kinderrechter geeft de GI mee om nogmaals, samen met [minderjarige] , de inzet van een JIM of een buddy voor [minderjarige] te onderzoeken.
5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ouders hebben nog onvoldoende van de hulpverlening kunnen profiteren en de zorgen over [minderjarige] zijn nog niet weggenomen. Bovendien is de samenwerking met de hulpverlening wisselend verlopen. De GI moet de komende periode de regie blijven voeren en onderzoeken welke verdere stappen er in de samenwerking tussen de ouders kunnen worden gezet. Ook moet er zicht komen op het alcoholgebruik van de moeder en haar partner en indien mogelijk moet hierover met [minderjarige] worden gesproken. Verder dient de GI [minderjarige] verder te ondersteunen in haar ontwikkeling en haar emotionele gezondheid.
5.5.
De kinderrechter drukt de ouders op het hart om [minderjarige] niet te confronteren met wat zij tegen de kinderrechter heeft verteld en wat door de kinderrechter, met instemming van [minderjarige] , op de zitting kort is weergegeven. Zij heeft zich open geuit in het gesprek met de kinderrechter en hiervoor verdient zij juist een compliment, ook van de ouders. Als zij daarbij iets heeft gezegd dat door de ouders als vervelend is ervaren of iets juist niet heeft verteld wat zij volgens de ouders wel had moeten vertellen, dan mag haar dat niet voor de voeten geworpen worden. De kinderrechter vraagt de jeugdbeschermer om bij [minderjarige] op de lijn te komen en met haar te bespreken hoe de dagen na de zitting voor haar verlopen zijn.
5.6.
Gelet op het voorgaande wijst de kinderrechter het resterende verzoek van de GI, te weten de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 21 december 2026, toe.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 21 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. Van de Merbel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Den Boer als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/441680 / JE RK 25-1983
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het (verdere) verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van deze rechtbank van 17 december 2025 met de daarin genoemde stukken;
het bericht van de GI met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026;
de brief van de moeder, ontvangen op 12 juni 2026;
het bericht van de GI, ontvangen op 12 juni 2026;
de brief van [minderjarige] , overgelegd tijdens haar gesprek met de kinderrechter.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van de GI.
1.3.
De vader is met afmelding niet verschenen.
1.4.
Met bijzondere toestemming van de kinderrechter was tevens ter ondersteuning
van de moeder haar partner aanwezig, de heer [persoon 1] .
1.5.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
Bij beschikking van 21 maart 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 21 december 2024. De ondertoezichtstelling is vervolgens verlengd tot 21 december 2025.
2.4.
Bij beschikking van 17 december 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 21 juni 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Thans is ter beoordeling het resterende deel van het verzoek, strekkende tot de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 21 juni 2026 en tot 21 december 2026.
4De standpunten
4.1.
[minderjarige] geeft in haar gesprek met de kinderrechter aan dat ze het eens is met een verlenging van de ondertoezichtstelling. [minderjarige] had gehoopt dat er rust zou komen na de scheiding van de ouders. Dit is niet gebeurd. Ze zou graag willen dat de ouders niet negatief over elkaar spreken want ze heeft daar ontzettend last van. [minderjarige] vindt wel dat ze sinds kort wat minder wordt betrokken in het gedoe tussen de vader en de moeder. [minderjarige] vindt haar moeder een lieve moeder en ze krijgt nu wat vaker aandacht of een knuffel van haar. [minderjarige] maakt zich wel grote zorgen over het alcoholgebruik van de moeder en haar partner. De vader werkt niet mee met de hulpverlening, heeft weinig tijd voor haar en ze voelt zich door hem niet gezien. [minderjarige] zit op dit moment echt niet lekker in haar vel. Ze voelt zich erg somber en moegestreden. [minderjarige] heeft veel steun aan [persoon 2] (aanspreekpunt op school) en [hulpverlening] .
4.2.
De GI handhaaft het verzoek en verwijst ter onderbouwing daarvan naar de overgelegde stukken. De communicatie tussen de ouders is weliswaar wat verbeterd, maar hier moeten nog steeds stappen in worden gezet. [minderjarige] wordt nog steeds belast met volwassen zaken en de strijd tussen de ouders. Ouderschapsbemiddeling of het opstellen van een ouderschapsplan is een mogelijke volgende stap. Er zijn zorgen over het welbevinden van [minderjarige] en ook hier moet de komende tijd aandacht voor blijven.
4.3.
De moeder is het eens met het verzoek van de GI. De moeder probeert [minderjarige] zoveel mogelijk te ondersteunen. De moeder geeft aan dat zij open staat voor hulp, maar de vader hulp afhoudt. Verder stelt de moeder dat zij geen alcohol drinkt als [minderjarige] thuis is.
4.4.
De vader heeft schriftelijk laten weten niet bij de zitting aanwezig te kunnen zijn omdat hij informatie mist in de brief van de GI. In het bericht van de GI staat namelijk niet vermeld dat de politie half mei 2026 tweemaal aan de deur is geweest bij de moeder vanwege overlast en ruzies. De vader hoopt dat [minderjarige] daarover vertelt in haar gesprek met de kinderrechter.
5De (verdere) beoordeling
Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
5.2.
Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen is behandeld ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, is de kinderrechter van oordeel dat het (restant van het) verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling dient te worden toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria.
5.3.
De afgelopen periode zijn er kleine stappen gezet in de communicatie tussen de ouders. De ouders brengen elkaar op de hoogte via de mail. [minderjarige] wordt minder dan voorheen het geval was, betrokken in de strijd tussen de ouders. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt echter nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] wordt nog steeds belast met de communicatie of ruzies tussen de ouders. De ouders blijven zich negatief uitlaten over de ander. De kinderrechter maakt zich zorgen over de leerbaarheid van de ouders. Het is van groot belang dat [minderjarige] geheel buiten de communicatie tussen de ouders komt te staan. Dit heeft [minderjarige] nodig om kind te kunnen zijn en zichzelf verder te ontwikkelen. Door de voortdurende strijd tussen de ouders kampt [minderjarige] nog steeds met loyaliteitsproblemen. Mede hierdoor zit [minderjarige] op dit moment niet lekker in haar vel. Het is belangrijk dat [minderjarige] de band met haar beide ouders verder kan opbouwen. [minderjarige] moet zich gesteund, gezien, erkend én geliefd voelen door beide ouders. Dat heeft zij echt nodig om het beter met haar te laten gaan. Verder is het de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] het moeilijk vindt om in gesprek te gaan met haar ouders. Ze is bang voor hun reactie. Daarnaast zijn er zorgen over de verdere emotionele gesteldheid van [minderjarige] . Het is de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] graag iedereen tevreden wil houden. Dit betreft ook haar relatie met haar vriendje en vriendinnen. Hierdoor maakt ze zich snel zorgen. [minderjarige] moet hier nog stappen in zetten. De kinderrechter geeft de GI mee om nogmaals, samen met [minderjarige] , de inzet van een JIM of een buddy voor [minderjarige] te onderzoeken.
5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ouders hebben nog onvoldoende van de hulpverlening kunnen profiteren en de zorgen over [minderjarige] zijn nog niet weggenomen. Bovendien is de samenwerking met de hulpverlening wisselend verlopen. De GI moet de komende periode de regie blijven voeren en onderzoeken welke verdere stappen er in de samenwerking tussen de ouders kunnen worden gezet. Ook moet er zicht komen op het alcoholgebruik van de moeder en haar partner en indien mogelijk moet hierover met [minderjarige] worden gesproken. Verder dient de GI [minderjarige] verder te ondersteunen in haar ontwikkeling en haar emotionele gezondheid.
5.5.
De kinderrechter drukt de ouders op het hart om [minderjarige] niet te confronteren met wat zij tegen de kinderrechter heeft verteld en wat door de kinderrechter, met instemming van [minderjarige] , op de zitting kort is weergegeven. Zij heeft zich open geuit in het gesprek met de kinderrechter en hiervoor verdient zij juist een compliment, ook van de ouders. Als zij daarbij iets heeft gezegd dat door de ouders als vervelend is ervaren of iets juist niet heeft verteld wat zij volgens de ouders wel had moeten vertellen, dan mag haar dat niet voor de voeten geworpen worden. De kinderrechter vraagt de jeugdbeschermer om bij [minderjarige] op de lijn te komen en met haar te bespreken hoe de dagen na de zitting voor haar verlopen zijn.
5.6.
Gelet op het voorgaande wijst de kinderrechter het resterende verzoek van de GI, te weten de verlenging van de ondertoezichtstelling tot 21 december 2026, toe.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 21 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. Van de Merbel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Den Boer als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.