Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6390

2026-07-08 Civiel recht; Insolventierecht C/02/440718 / HA ZA 25-553 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-08
Publicatiedatum
2026-07-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/02/440718 / HA ZA 25-553 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Inzage in e-mailcorrespondentie van de failliet. Artikel 92, 105a lid 2 en 106 Fw.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.173 tekens)
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant


Civiel recht



Zittingsplaats Breda



Zaaknummer: C/02/440718 / HA ZA 25-553




Vonnis van 8 juli 2026 (bij vervroeging)




in de zaak van




MR. [de curator] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van MAVERICK VALVES MANUFACTURING HQ B.V,
kantoorhoudende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: ‘de curator’,
advocaat: mr. E. van der Kolk,



tegen





[de bestuurder]
,
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ‘ [de bestuurder] ’,
advocaat: mr. H.J. School.






1De zaak in het kort


1.1.
De curator is als zodanig aangesteld in het faillissement van Maverick Valves Manufacturing HQ B.V. (hierna: ‘HQ’). [de bestuurder] is (indirect) bestuurder van HQ en van verschillende andere vennootschappen van het IPS-concern. In het kader van zijn taakuitoefening wil de curator de administratie van HQ onder zich nemen. Hieronder valt volgens hem ook e-mailcorrespondentie van een zevental personen die via e-mailboxen met de extensies @ [e-mailadres 1] .com en @ [e-mailadres 2] .com over HQ zijn gewisseld. In een eerdere kortgedingsprocedure heeft het hof geoordeeld dat de curator deze emailcorrespondentie gefilterd via een protocol mag veiligstellen. Dat is inmiddels gebeurd. In deze procedure vordert de curator inzage in de gefilterde e-mails. [de bestuurder] verweert zich hiertegen en stelt onder meer dat de curator de vennootschappen (en niet hem) had moeten dagvaarden en dat de vordering van de curator disproportioneel is. De rechtbank oordeelt dat de curator ontvankelijk is in zijn vordering en dat de overige verweren van [de bestuurder] niet slagen. De primaire vordering van de curator wordt toegewezen. Hieronder legt de rechtbank dit oordeel uit.





2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het tussenvonnis van 28 januari 2026 met de daarin genoemde stukken;


de op voorhand toegestuurde spreekaantekeningen van de advocaat van de curator;


de op voorhand toegestuurde spreekaantekeningen van de advocaat van [de bestuurder] ;


de mondelinge behandeling van 28 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;


de spreekaantekeningen (deel 2) van [naam] namens de curator.





2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





3De feiten


3.1.
Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 maart 2024 is HQ in staat van faillissement verklaard met aanstelling van de curator als zodanig. HQ hield zich bezig met de productie van afsluiters voor de olie- en gasindustrie.



3.2.

[de bestuurder] is samen met zijn echtgenote – via Centenario Holding & Investment B.V. – bestuurder van HQ. [de bestuurder] is verder (indirect) bestuurder en aandeelhouder van vennootschappen in het IPS-concern waaronder verschillende vennootschappen in binnen- en buitenland vallen. Een aantal van deze vennootschappen houdt zich bezig met defensie gerelateerde werkzaamheden.



3.3.
Na het uitspreken van het faillissement heeft de curator de heer [persoon 1] van Evidentium ingeschakeld om de administratie van HQ veilig te stellen. Onderdeel daarvan was het verzoek om de e-mailboxen van een zevental personen veilig te stellen, waarbij gefilterd zou worden op ‘HQ’. Dit verzoek heeft HQ geweigerd.



3.4.
De curator is vervolgens een kort geding gestart waarin hij afgifte van de e-mailbestanden heeft gevorderd. Bij vonnis in kort geding van 5 juli 2024 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de gevorderde voorziening afgewezen.



3.5.
De curator heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de voorzieningenrechter. Tijdens dit hoger beroep heeft de curator zijn eis verminderd in die zin dat hij enkel veiligstelling van de e-mails aan de hand van een protocol heeft gevorderd en geen inzage. Het protocol houdt onder meer in dat er eerst een insluiting plaatsvindt aan de hand van de zoekterm ‘HQ’ en vervolgens een uitsluiting van e-mailbestanden aan de hand van (onder meer) zoektermen, waaronder ‘defensie’, ‘NAVO’ en ‘wapen’ en de Engelse vertaling daarvan.



3.6.
Bij vonnis van 14 mei 2025 heeft deze rechtbank voor recht verklaard dat het bestuur van HQ zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van HQ. [de bestuurder] heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.



3.7.
Op 2 juli 2025 is de verificatievergadering gehouden in het faillissement van HQ. Daaruit zijn geen renvooiprocedures voortgevloeid.



3.8.
In het hoger beroep in kort geding heeft het hof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 29 juli 2025 [de bestuurder] veroordeeld tot het verlenen van medewerking aan veiligstelling en filering van de e-mailbestanden met de extensies @ [e-mailadres 1] .com en @ [e-mailadres 2] .com, conform het protocol van de curator.



3.9.
De filtering en veiligstelling heeft plaatsgevonden waarna twee identieke USB-sticks met daarop de gefilterde bestanden in bewaring zijn gegeven bij Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso (hierna: ‘Van Lith’).



3.10.
De curator heeft op 30 augustus 2025 [de bestuurder] verzocht om in te stemmen met afgifte van één van deze USB-sticks aan hem. [de bestuurder] heeft dit geweigerd, waarna de curator deze procedure is gestart.





4Het geschil


4.1.

De curator vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair


1. De curator vervangende toestemming te verlenen tot medewerking aan afgifte aan de curator van de gegevensdrager waarop de e-mailbestanden van HQ zijn veiliggesteld, te weten één van het tweetal identieke Samsung 256 usb 3.1 usb sticks, welke zich thans in gerechtelijke bewaring bevinden bij de heer [persoon 2] , Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso;

Subsidiair

2. De curator vervangende toestemming te verlenen tot inzage in de e-mailbestanden van HQ die conform het protocol zijn veiliggesteld en in gerechtelijke bewaring zijn gegeven bij de heer [persoon 2] , Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso;

Primair en subsidiair

3. [de bestuurder] te veroordelen tot alle medewerking aan deze afgifte subsidiair inzage, onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 per dag, met een maximum van € 100.000,00.

Meer subsidiair

4. Althans een zodanige beslissing te nemen als U, Edelachtbare, in goede justitie zal vermenen te behoren;
Alles met veroordeling van [de bestuurder] in de proceskosten.



4.2.
De curator legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Op grond van artikel 92 Faillissementswet (Fw) moet de curator de administratie van HQ onder zich nemen. De gefailleerde is op grond van artikel 105a lid 2 Fw verplicht tot afgifte van de administratie, met de middelen om deze leesbaar te maken. Op grond van artikel 106 Fw rust deze verplichting ook op [de bestuurder] als (indirect) bestuurder van HQ. De veiliggestelde e-mails behoren tot de administratie van HQ. Dat is gewaarborgd door de filtering op basis van het protocol. Mochten er toch e-mails tussen zitten die geen betrekking hebben op HQ, dan is dat te wijten aan het feit dat [de bestuurder] met een algemeen mailadres heeft gecommuniceerd. [de bestuurder] heeft bovendien niets bruikbaars tegenover het protocol gesteld.



4.3.

[de bestuurder] voert verweer. [de bestuurder] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de curator, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de curator, dan wel meer subsidiair tot het bepalen dat afgifte uitsluitend zal geschieden door voorafgaande selectie door een onafhankelijke derde (met voldoende bevoegdheid) met uitsluiting van enige gegevens met staatsgeheim karakter, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure.



4.4.

[de bestuurder] voert het volgende aan. De curator heeft de verkeerde persoon gedagvaard. Hij had vennootschappen in het IPS-concern als eigenaar van de administratie moeten dagvaarden. Ook is sprake van strijd met de goede procesorde. Bij de procedure bij het hof heeft de curator aanvankelijk ook inzage gevorderd, maar deze vordering heeft hij ingetrokken. Het past niet om die vordering in een nieuwe procedure weer voor te leggen. Verder is de vordering van de curator disproportioneel en zijn de belangen van derden en staatsgeheimen onvoldoende gewaarborgd. [de bestuurder] verzoekt in dat kader op grond van artikel 44 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) het Openbaar Ministerie (OM) te horen. De curator maakt bovendien niet concreet aannemelijk welke bestanden op de USB-stick tot de administratie van HQ behoren en welk doel de gevraagde informatie zou dienen.



4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling



Geen strijd met de goede procesorde




5.1.
Tussen partijen is eerder een kortgedingprocedure, in eerste aanleg en in hoger beroep, gevoerd over de e-mailbestanden waar het in deze zaak over gaat. Aanvankelijk vorderde de curator in die kortgedingprocedure ook inzage in de e-mailbestanden, maar in hoger beroep heeft hij zijn vordering beperkt tot het veiligstellen daarvan. De rechtbank ziet in het feit dat de curator in deze procedure (opnieuw) inzage vraagt in de veiliggestelde emailbestanden in de vorm van afgifte van de USB-stick, geen strijd met de goede procesorde. Die vordering is nog niet beoordeeld. Evenmin hebben partijen afspraken gemaakt over inzage. De rechtbank moet in deze procedure beoordelen of de curator een grondslag heeft voor zijn vordering. Dat zal zij in het hiernavolgende doen.



De curator is ontvankelijk





5.2.
De curator baseert zijn vordering op artikel 92 jo. 105a lid 2 jo. 106 Fw. Met andere woorden: de curator wijst op zijn taak om de administratie van de failliet, HQ, onder zich te nemen. Daarnaast wijst hij op de medewerkingsplicht die op [de bestuurder] als indirect bestuurder van HQ rust om de administratie ter beschikking te stellen aan de curator. Het is ook in die hoedanigheid, als bestuurder, dat de curator [de bestuurder] heeft gedagvaard.



5.3.

[de bestuurder] stelt dat de curator vennootschappen in het IPS-concern had moeten dagvaarden, omdat die eigenaar zijn van de administratie die is veiliggesteld en niet [de bestuurder] in privé. [de bestuurder] betwist dat sprake is van administratie van HQ. De USB-sticks bevatten gegevens van IPS Group B.V. en alle Maverick-vennootschappen, omdat de e-mailboxen met extensie @ [e-mailadres 1] .com en @ [e-mailadres 2] .com zijn gekopieerd van de zeven in het protocol genoemde personen. De eigenaren van deze administratie zijn niet in deze procedure betrokken en worden dus ook niet gehoord.



5.4.
Het verweer van [de bestuurder] slaagt niet. Tot de administratie van de failliet behoort de zakelijke e-mailcorrespondentie van de failliet, ook als die zich op een aan een derde toebehorende server bevindt. Uit artikel 105a lid 2 Fw in samenhang met artikel 106 Fw volgt dat de indirect bestuurder van de failliete rechtspersoon – in dit geval [de bestuurder] – de administratie en daarmee ook de daartoe behorende e-mailcorrespondentie aan de curator moet overdragen. Hij moet de curator zo nodig de middelen ter beschikking stellen om de inhoud leesbaar te maken. Het is dus aan [de bestuurder] als indirect bestuurder om de emailcorrespondentie over te dragen. Hij kan zich er daarbij niet achter verschuilen dat deze e-mailcorrespondentie op de server staat van andere, niet-failliete, vennootschappen. Het is in lijn met de strekking van artikel 105a Fw dat (de bestuurder van) de failliet ook de administratie van de failliet moet overdragen die op servers van andere groepsvennootschappen staat. In de toelichting op deze bepaling staat namelijk dat de verplichting ook geldt voor de administratie die zich bevindt in een externe digitale omgeving. [de bestuurder] is degene die in staat is om dit te doen. Hij is namelijk de (indirect) bestuurder van de vennootschappen in het IPS-concern. Het is ook met zijn hulp dat de e-mailbestanden zijn veiliggesteld.



5.5.
De vervolgvraag is of de veiliggestelde e-mailcorrespondentie behoort tot de administratie van HQ. De curator heeft – zoals beide partijen beamen – alleen recht op administratie van de failliet. Geen van partijen – en ook de rechtbank niet – weet wat op de USB-stick staat. Anders dan [de bestuurder] lijkt te betogen is het beoordelingskader echter niet of met zekerheid is vast te stellen dat de veiliggestelde bestanden tot de administratie van HQ behoren, maar of dit voldoende aannemelijk is. Dat is het geval. De curator heeft voldoende onderbouwd gesteld dat [de bestuurder] en andere leden van het management gebruikmaakten van algemene e-mailadressen die eindigden op de extensies @ [e-mailadres 1] .com en @ [e-mailadres 2] .com, ook waar het HQ aanging. Zo heeft de curator enkele e-mails overgelegd waaruit dit volgt. Ook het hof heeft dit aannemelijk geacht en heeft daarbij onder meer overwogen dat: ‘[de bestuurder] zelf tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft verklaard dat al zijn communicatie (het hof begrijpt: over alle vennootschappen van het concern) via het e-mailadres [e-mailadres 3] .com verloopt’. De bestanden zijn bovendien pas veiliggesteld ná filtering, waarbij eerst is gefilterd op e-mails waarin ‘HQ’ voorkomt (insluiting) en vervolgens e-mails zijn uitgesloten op basis van termen die onder meer te maken hebben met defensie gerelateerde activiteiten die door andere vennootschappen dan HQ worden verricht.




[de bestuurder] heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de filtering niet voldoet





5.6.

[de bestuurder] stelt dat deze filtering onvoldoende waarborgen biedt voor de potentieel staatsgeheime informatie die op de USB-stick staat. Er zijn namelijk vennootschappen binnen het IPS-concern die defensie gerelateerde werkzaamheden uitvoeren. [de bestuurder] stelt dat de filtering ‘veel te ruim’ is. De rechtbank acht dit onvoldoende. Waarom het protocol – dat verschillende defensie gerelateerde termen als uitsluiting bevat en is voorgelegd aan [de bestuurder] – onvoldoende waarborgen biedt, heeft hij niet toegelicht. [de bestuurder] wijst er enkel op dat ‘HQ’ een afkorting is van ‘headquarters’ en dat er in Nederland meer vennootschappen zijn met deze twee letters in hun bedrijfsnaam. Dit is echter veel te algemeen en gaat bovendien voorbij aan de verschillende uitsluitingen die hebben plaatsgevonden, onder andere met het doel om bestanden waarin de term ‘HQ’ in relatie tot defensieactiviteiten voorkomt uit te sluiten. [de bestuurder] biedt geen nadere aanknopingspunten of oplossingen om tot een filtering met naar zijn mening voldoende waarborgen te komen. [de bestuurder] stelt enkel in algemene zin dat een onafhankelijke deskundige met de juiste ‘clearance’ de inhoud van de USB-stick moet selecteren. Overigens zonder daarbij iemand aan te dragen.



5.7.
Daarbij geldt dat de kans dat er e-mails zijn veiliggesteld die niet tot de administratie van HQ behoren (‘bijvangst’) het gevolg is van het feit dat [de bestuurder] en de andere personen van wie bestanden zijn veiliggesteld gebruikmaakten van algemene e-mailadressen. Eventuele bijvangst ligt daarom in de risicosfeer van [de bestuurder] . De curator heeft het risico op een eventuele bijvangst zo klein mogelijk proberen te maken door opstelling van het protocol. Van [de bestuurder] had verwacht mogen worden dat hij – als hij dat protocol onvoldoende achtte – nadere uitsluitingsgronden zou hebben aangedragen. Temeer omdat ook het hof [de bestuurder] er al op heeft gewezen dat dit op zijn weg had gelegen, gelet op zijn medewerkingsplicht als (indirect) bestuurder van HQ (artikel 105a lid 1 en lid 2 jo artikel 106 Fw). Ook in het tussenvonnis waarin de mondelinge behandeling is bepaald, is [de bestuurder] verzocht om nadere concrete aanknopingspunten te bieden die de rechtbank in staat stellen te beoordelen (al dan niet via een derde) of bepaalde bescheiden staatsgeheime informatie bevatten. Dat heeft hij niet gedaan, terwijl de e-mailbestanden in zijn domein liggen. [de bestuurder] heeft slechts in zijn algemeenheid gewezen op wet- en regelgeving rond staatsgeheime informatie en herhaald dat (bepaalde) IPS-vennootschappen vanwege defensie gerelateerde activiteiten over staatsgeheime informatie beschikken. Dat biedt echter geen concrete aanknopingspunten om te kunnen beoordelen of de gefilterde en veiliggestelde bestanden daadwerkelijk staatsgeheime informatie bevatten of kunnen bevatten.



5.8.
Van [de bestuurder] mocht meer worden verwacht. [de bestuurder] weet namelijk op welke wijze en met welke bewoordingen er over gevoelige en geheime defensie gerelateerde werkzaamheden is gecommuniceerd. [de bestuurder] is daarom bij uitstek in staat dergelijke aanknopingspunten te bieden. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat [de bestuurder] na het arrest van het hof – toen de filtering heeft plaatsgevonden – zelf over de emailbestanden beschikte en dezelfde filtering had kunnen uitvoeren om te controleren welke bestanden daarmee gevangen zouden worden. Ook op deze wijze had hij de rechtbank nadere concrete aanknopingspunten kunnen bieden als er inderdaad e-mails tussen zitten die niet behoren tot de administratie van HQ en die niet onder ogen van de curator mogen komen. Dit heeft hij niet gedaan. [de bestuurder] stelt niet te weten wat op de USB-stick staat. Evenmin lijkt [de bestuurder] een en ander besproken te hebben met zijn contactpersoon bij defensie. Naar eigen zeggen omdat het gaat om een gevoelige relatie. Het ontbreken van dit contact (en het ontbreken van een eventuele verklaring van defensie in deze procedure)roept bij de rechtbank vragen op, gelet op de gestelde vertrouwelijkheid van de informatie waar het volgens om [de bestuurder] zou gaan en het belang dat defensie heeft bij afscherming van vertrouwelijke informatie en/of staatsgeheimen.



5.9.
Bij gebrek aan een voldoende gemotiveerde betwisting van [de bestuurder] en gelet op het protocol en de daarin vervatte uitsluitingen, acht de rechtbank het aannemelijk dat de bestanden op de USB-stick behoren tot de administratie van HQ. De rechtbank is voorts van oordeel dat voldoende gewaarborgd is dat hier geen e-mails op staan die niet voor de curator zijn bestemd, althans dat het risico daarop door de curator zo gering mogelijk is gemaakt als van hem in de omstandigheden van dit geval redelijkerwijs is te vergen. De curator heeft bovendien toegezegd zorgvuldig met de informatie om te gaan. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen reden om op de voet van artikel 44 Rv het Openbaar Ministerie te horen. De rechtbank ziet evenmin aanleiding om een deskundige te benoemen.



Nader belang van de curator is niet noodzakelijk





5.10.
De curator heeft op grond van artikel 92 Fw recht op de administratie van de failliet. Anders dan [de bestuurder] stelt, hoeft hij geen nader belang te stellen. Wel zou er sprake kunnen zijn van misbruik van recht als enig belang ontbreekt. [de bestuurder] heeft daarvoor echter onvoldoende gesteld. De curator daarentegen heeft erop gewezen dat het hoger beroep tegen het vonnis van 14 mei 2025 waarin onbehoorlijk bestuur is vastgesteld, nog loopt. Daarmee staat voldoende vast dat de curator enig belang heeft bij zijn vorderingen.



Vervangende toestemming





5.11.
De curator vordert primair ‘eiser vervangende toestemming te verlenen tot medewerking aan afgifte aan de curator van de gegevensdrager waarop de e-mailbestanden van HQ zijn veiliggesteld (…)’. Op de zitting heeft de curator toegelicht dat [de bestuurder] toestemming moet geven aan Van Lith om de USB-stick aan hem te overhandigen en dat de curator aan de rechtbank vervangende toestemming vraagt als [de bestuurder] niet zijn toestemming geeft. De rechtbank begrijpt de vordering van de curator daarom zo dat er een veroordeling wordt gevraagd dat de curator namens [de bestuurder] naar de deurwaarder mag gaan om afgifte van de USB-stick te vragen. De vordering zal gelet hierop worden toegewezen zoals in ‘de beslissing’ staat vermeld.



5.12.
Omdat de curator vervangende toestemming vordert, heeft hij geen nadere medewerking van [de bestuurder] nodig. De gevorderde dwangsom dient daarmee geen doel en zal worden afgewezen.



Proceskosten





5.13.

[de bestuurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de curator worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


120,21







- griffierecht


€


331,00







- salaris advocaat


€


1.306,00


(2 punten × € 653,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.946,21














6De beslissing


De rechtbank



6.1.
verleent de curator vervangende toestemming tot medewerking in de plaats van [de bestuurder] aan afgifte aan de curator van de gegevensdrager waarop de e-mailbestanden van HQ zijn veiliggesteld, te weten één van het tweetal identieke Samsung 256 usb 3.1 usb sticks, welke zich thans in gerechtelijke bewaring bevinden bij de heer [persoon 2] , Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,



6.2.
veroordeelt [de bestuurder] in de proceskosten van € 1.946,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de bestuurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. Van Geloven, mr. De Vlieger en mr. Hartman en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.




Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 juli 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5035.


Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 mei 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5501.


Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2106.


Vgl. Hof Den Haag 11 maart 2014, JOR 2014/218 en Kamerstukken II 2015/16, 34 253, nr. 6, p. 16.



Kamerstukken II 2014/15, 34 253, nr. 3 (MvT), p. 20.


Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2106, r.o. 4.10.2.


Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2106, r.o. 4.10.3.