Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Overeenkomstenrecht. COVID-19. Coronapandemie. Huur bedrijfsruimte (art. 7:290 BW). Omzetdaling wegens overheidsmaatregelen. Niet of slechts in geringe mate kunnen exploiteren van gehuurde. Onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW). Huurprijsve
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 44 Rv
Genoemd in 79 uitspraken · Officiële wettekst
79 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Effectenrecht/verbintenissenrecht. Prospectusaansprakelijkheid. Volgende onderwerpen komen aan de orde: A. ontvankelijkheid Stichting; cessie en lastgeving; B. collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW; C. algemene uitgangspunten prospectusaansprakel
Auteursrecht. Auteursrecht op transcripten van achterbankgesprekken met politieambtenaren; werk; maatstaf; eigen, oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel van de maker; vereisten voor vergoeding van volledige proceskosten op de voet van art. 14 Handhavingsrichtlijn.
Arbeidsrecht. Procesrecht. Beëindiging van pensioenregeling ter zake provisie inkomsten behelst in dit geval een wijziging arbeidsovereenkomst waarvoor een nadere overeenkomst tussen werkgever en werknemer vereist is. Vraag of een dergelijke nadere overeenkomst tot stand is gekom
Procesrecht, insolventierecht. Verzoek tot schorsing cassatieprocedure op grond van art. 28 Fw nadat gefourneerd is, arrest is gevraagd en datum conclusie P-G is bepaald. Strekking art. 30 lid 1 Fw. Betekenis schriftelijk commentaar op conclusie P-G (art. 44 lid 3 Rv). Art. 25 li
Cassatieprocesrecht. Personen- en familierecht. Mag verweerder in cassatie pas in geding verschijnen nadat conclusie A-G is genomen? HR 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4709, NJ 2001/653. Aan Borgersbrief te stellen eisen; art. 44 lid 3 Rv; HR 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC36
(Appel)procesrecht. Geen verval partijperemptoirstelling of aanzegging akte niet-dienen voor memorie van grieven door vordering tot voeging wegens verknochtheid van zaken.
Art. 165 jo. art. 179 Rv. Beroep tegen het door de rechter-commissaris in een voorlopig getuigenverhoor afgewezen beroep op een geheimhoudingsplicht gegrond. Afweging van belangen. Waarheidsvinding in civiele zaken tegenover het belang van het niet moeten prijsgeven van CID-info
Arbeidsrecht. Procesrecht. Bewijsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Klokkenluidersrichtlijn. Art. 17eb Wet bescherming klokkenluiders. Bewijsvermoeden verband tussen melding en ontbindingsverzoek. Tegenbewijs. Richtlijnconforme uitleg. Borgersbrief niet door advocaat bij Hoge
Cassatieprocesrecht. Verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad (art. 407 lid 3 Rv). Gevolgen van het verval van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ (art. 9j lid 1 Advocatenwet). Schorsing geding van rechtswege, art. 226 Rv. Wijze van hervatting
Faillissementsrecht. Procesrecht. Arbeidsrecht. Procedure over kwalificatie rechtsverhouding tussen eiseres en schoonmakers die via online platform van eiseres afspraken maken over uit te voeren huishoudelijke werkzaamheden. Gevolgen faillissement eiseres. Art. 25, 27-29 en 30 Fw
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie van gespreksopnames ter beschikking van geïnterviewde personen te stellen, en (ii) h
Wet forensische zorg (Wfz), Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Kan strafrechter ambtshalve een zorgmachtiging verlenen (art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5 Wvggz) nadat officier van justitie geen gevolg heeft gegeven aan verzoek van de rechter een zorgm
1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/022HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:[De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.A.M. Perquin, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Wo
Arbeidsrecht. Insolventierecht. Procesrecht. Wat zijn de gevolgen voor de voortzetting van de procedure in cassatie, wanneer de oorspronkelijk gedaagde partij (Helpling) failliet gaat voordat conclusie is genomen en voordat de termijn voor de Borgersbrief is verstreken? Samenloop
Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid Nederlands recht i.v.m. herstructurering groep in buitenland? Oproepen belanghebbe
Onrechtmatige rechtspraak? Vordering tegen Staat, gebaseerd op de stelling dat het arrest HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3367 (waarin eisers in het ongelijk zijn gesteld) jegens eisers onrechtmatig is omdat is nagelaten prejudiciële vragen aan het HvJEU te stellen. Verplichti
Schadeverzekering. Subrogatie. Strekking art. 7:962 lid 3 BW; ook beperking verhaalsrecht verzekeraar tegen overige medeschuldenaren.
Burenrecht. Burgerlijk procesrecht. Vordering ongedaanmaking overbouw. Verzoek tot schorsing geding ex art. 225 lid 1, onder c, Rv. Misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Legalisering overbouw (art. 5:54 lid 1 BW). Grove schuld of kwade trouw ex art. 5:54 lid 3 BW.
Familierecht. Gezamenlijk ouderlijk gezag na echtscheiding; toekenning van eenhoofdig gezag; belang van het kind, (communicatie)problemen tussen ouders, onbegrijpelijk oordeel. Cassatie; Borgersbrief, terzijdestelling wegens termijnoverschrijding van art. 44 lid 3 Rv.
Onteigeningszaak. Ontvankelijkheid gemeente, rectificatie onjuiste vermelding perceel in KB; doel van deponeringsvereiste (art. 88 en 54h Ow); toetsing van het (besluit tot goedkeuring van) onteigeningsbesluit n.a.v. een in de voorperiode niet naar voren gebracht bezwaar; voorbij
Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid Nederlands recht i.v.m. herstructurering groep in buitenland? Oproepen belanghebbe
Cassatie. Herstelbeschikking. In HR 8 juli 2011, LJN BQ7302 borgersbrief ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Herbeoordeling wegens schending beginsel hoor en wederhoor. In geval als dit geen aanleiding wederpartij gelegenheid te geven voor reactie. Herbeoordeling leidt niet
Prejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de werking van een faillissementsakkoord? Art. 157 en 128 Fw. Acte clair en dus geen plaats voor behandeling?
de Staat der Nederlanden is niet ontvankelijk in het hoger beroep tegen de erkenning van een Gambiaanse adoptiebeslissing op grond van artikel 10:108 BW; de Staat is geen belanghebbende in de zin van artikel 798 Rv.