Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6330
2026-06-12
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/442200 / JE RK 25-2066
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden. Overdracht naar vrijwillig kader
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.839 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/442200 / JE RK 25-2066
Datum uitspraak: 12 juni 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A.L. Witteveen, waarnemend voor mr. M.S. Krol uit [plaats 1] .
en
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
De beschikking van 12 december 2025 en alle daarin genoemde stukken;
het bericht van de GI met bijlagen van 13 mei 2026;
het bericht van de GI met bijlage van 5 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI.
2De feiten
2.1.
De moeder en vader zijn beiden belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont met zijn moeder in de [ouder-kind setting] in [plaats 2] .
2.3.
Bij beschikking van 12 december 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 15 december 2025 tot 15 juni 2026 en de beslissing ten aanzien van het resterende deel van het verzoek aangehouden.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek voor de duur van zes maanden.
4De standpunten
4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. De GI is nog steeds van mening dat de ondertoezichtstelling bijna afgesloten kan worden aangezien de zorgen rondom [minderjarige] flink zijn afgenomen. Ook [ouder-kind setting] vindt dat er een basis is om verder te gaan binnen een vrijwillig kader. Wel is het van belang dat er een goede overdracht plaatsvindt naar het vrijwillig kader. De Raad is gevraagd de voorgenomen beëindiging van de ondertoezichtstelling te toetsen. De Raad heeft daar nog geen beslissing op genomen. Volgende week vindt er een jeugdbeschermingstafel plaats, waarbij ook de gemeente aanwezig zal zijn. De GI acht het van belang om de gemeente te betrekken en zo een zorgvuldige overdracht naar het vrijwillige kader te waarborgen, voordat de ondertoezichtstelling wordt afgesloten. Dit om de rust te bewaren in het belang van [minderjarige] . Het wijkteam van [hulpverlening] kan een belangrijke rol spelen bij de wens van de moeder om een regievoerder betrokken te houden. Daarnaast is er gekeken naar passende ambulante hulpverlening voor de moeder in de opvoeding van [minderjarige] . [zorginstelling 1] en [stichting] zijn niet geschikt gebleken. Inmiddels heeft er een intake bij [zorginstelling 2] plaatsgevonden. Binnenkort zal duidelijk worden of [zorginstelling 2] betrokken zal raken.
4.2.
Door en namens de moeder is tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder wil graag dat er een goede overdracht plaatsvindt naar het vrijwillige kader zodat alles goed geregeld is voordat de ondertoezichtstelling wordt afgesloten. Op dit moment is er nog een aantal losse eindjes. Zo moet de gemeente nog kijken of er iemand beschikbaar is als regievoerder en is het nog niet zeker of [zorginstelling 2] betrokken zal raken. De advocaat verzoekt namens de moeder de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van twee maanden en het overige deel van het verzoek aan te houden, zodat er over twee maanden gekeken kan worden of een ondertoezichtstelling nog nodig is.
4.3.
De vader heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij [minderjarige] niet meer zo vaak ziet als eerst, omdat hij geen rijbewijs meer heeft. [minderjarige] is wel altijd blij als hij de vader ziet. Verder vindt de vader het van belang dat er een goede overdracht plaatsvindt naar het vrijwillig kader. De vader is het eens met de moeder.
5De beoordeling
Wettelijk kader
5.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Hiervoor moet aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) zijn voldaan.
5.2.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:
de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en
de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
Inhoudelijke beoordeling
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er de afgelopen periode positieve stappen zijn gezet en dat de ondertoezichtstelling bijna afgesloten kan worden. De kinderrechter wil daar graag haar complimenten voor uiten aan de ouders en de GI. Hoewel de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] van de voorgrond is verdwenen en de kinderrechter er met de hulpverlening vertrouwen in heeft dat deze positieve lijn zal worden vastgehouden, acht de kinderrechter het van belang dat de ondertoezichtstelling nog wordt verlengd voor de oorspronkelijk verzochte periode. Samen met alle betrokkenen ziet de kinderrechter het belang van een warme overdracht van deze casus naar het vrijwillige kader. Zonder een zorgvuldige overdracht bestaat het risico dat de geboekte vooruitgang verloren gaat en de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weer op de voorgrond komt te staan. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat er nog geen zekerheid is over (de start van) de inzet van [zorginstelling 2] . Ook is er nog geen vaste contactpersoon vanuit het wijkteam, terwijl uit het meeste recente voortgangsverslag van [ouder-kind setting] blijkt dat dit noodzakelijk is voordat de ondertoezichtstelling wordt beëindigd. Bovendien is er nog geen reactie vanuit de Raad voor de Kinderbescherming betreffende de toetsing van de voorgenomen beëindiging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat de positieve ontwikkelingen gewaarborgd blijven en dat voorkomen wordt dat er onduidelijkheid en stress ontstaat als de ondertoezichtstelling te vroeg wordt beëindigd en nog niet alle nodig hulpverlening in het vrijwillige kader betrokken is. Het is aan de GI om de komende periode daarvoor de puntjes op de i te zetten, onder andere door te zorgen dat er een regievoerder betrokken raakt vanuit de gemeente en passende ambulante hulpverlening in te zetten voor de moeder in de opvoeding van [minderjarige] .
5.5.
Het voorgaande betekent dat de kinderrechter het resterende deel van het verzoek van de GI zal toewijzen.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 15 juni 2026 15 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/442200 / JE RK 25-2066
Datum uitspraak: 12 juni 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A.L. Witteveen, waarnemend voor mr. M.S. Krol uit [plaats 1] .
en
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
De beschikking van 12 december 2025 en alle daarin genoemde stukken;
het bericht van de GI met bijlagen van 13 mei 2026;
het bericht van de GI met bijlage van 5 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI.
2De feiten
2.1.
De moeder en vader zijn beiden belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont met zijn moeder in de [ouder-kind setting] in [plaats 2] .
2.3.
Bij beschikking van 12 december 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 15 december 2025 tot 15 juni 2026 en de beslissing ten aanzien van het resterende deel van het verzoek aangehouden.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek voor de duur van zes maanden.
4De standpunten
4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. De GI is nog steeds van mening dat de ondertoezichtstelling bijna afgesloten kan worden aangezien de zorgen rondom [minderjarige] flink zijn afgenomen. Ook [ouder-kind setting] vindt dat er een basis is om verder te gaan binnen een vrijwillig kader. Wel is het van belang dat er een goede overdracht plaatsvindt naar het vrijwillig kader. De Raad is gevraagd de voorgenomen beëindiging van de ondertoezichtstelling te toetsen. De Raad heeft daar nog geen beslissing op genomen. Volgende week vindt er een jeugdbeschermingstafel plaats, waarbij ook de gemeente aanwezig zal zijn. De GI acht het van belang om de gemeente te betrekken en zo een zorgvuldige overdracht naar het vrijwillige kader te waarborgen, voordat de ondertoezichtstelling wordt afgesloten. Dit om de rust te bewaren in het belang van [minderjarige] . Het wijkteam van [hulpverlening] kan een belangrijke rol spelen bij de wens van de moeder om een regievoerder betrokken te houden. Daarnaast is er gekeken naar passende ambulante hulpverlening voor de moeder in de opvoeding van [minderjarige] . [zorginstelling 1] en [stichting] zijn niet geschikt gebleken. Inmiddels heeft er een intake bij [zorginstelling 2] plaatsgevonden. Binnenkort zal duidelijk worden of [zorginstelling 2] betrokken zal raken.
4.2.
Door en namens de moeder is tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder wil graag dat er een goede overdracht plaatsvindt naar het vrijwillige kader zodat alles goed geregeld is voordat de ondertoezichtstelling wordt afgesloten. Op dit moment is er nog een aantal losse eindjes. Zo moet de gemeente nog kijken of er iemand beschikbaar is als regievoerder en is het nog niet zeker of [zorginstelling 2] betrokken zal raken. De advocaat verzoekt namens de moeder de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van twee maanden en het overige deel van het verzoek aan te houden, zodat er over twee maanden gekeken kan worden of een ondertoezichtstelling nog nodig is.
4.3.
De vader heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij [minderjarige] niet meer zo vaak ziet als eerst, omdat hij geen rijbewijs meer heeft. [minderjarige] is wel altijd blij als hij de vader ziet. Verder vindt de vader het van belang dat er een goede overdracht plaatsvindt naar het vrijwillig kader. De vader is het eens met de moeder.
5De beoordeling
Wettelijk kader
5.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Hiervoor moet aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) zijn voldaan.
5.2.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:
de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en
de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
Inhoudelijke beoordeling
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.4.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er de afgelopen periode positieve stappen zijn gezet en dat de ondertoezichtstelling bijna afgesloten kan worden. De kinderrechter wil daar graag haar complimenten voor uiten aan de ouders en de GI. Hoewel de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] van de voorgrond is verdwenen en de kinderrechter er met de hulpverlening vertrouwen in heeft dat deze positieve lijn zal worden vastgehouden, acht de kinderrechter het van belang dat de ondertoezichtstelling nog wordt verlengd voor de oorspronkelijk verzochte periode. Samen met alle betrokkenen ziet de kinderrechter het belang van een warme overdracht van deze casus naar het vrijwillige kader. Zonder een zorgvuldige overdracht bestaat het risico dat de geboekte vooruitgang verloren gaat en de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weer op de voorgrond komt te staan. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat er nog geen zekerheid is over (de start van) de inzet van [zorginstelling 2] . Ook is er nog geen vaste contactpersoon vanuit het wijkteam, terwijl uit het meeste recente voortgangsverslag van [ouder-kind setting] blijkt dat dit noodzakelijk is voordat de ondertoezichtstelling wordt beëindigd. Bovendien is er nog geen reactie vanuit de Raad voor de Kinderbescherming betreffende de toetsing van de voorgenomen beëindiging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat de positieve ontwikkelingen gewaarborgd blijven en dat voorkomen wordt dat er onduidelijkheid en stress ontstaat als de ondertoezichtstelling te vroeg wordt beëindigd en nog niet alle nodig hulpverlening in het vrijwillige kader betrokken is. Het is aan de GI om de komende periode daarvoor de puntjes op de i te zetten, onder andere door te zorgen dat er een regievoerder betrokken raakt vanuit de gemeente en passende ambulante hulpverlening in te zetten voor de moeder in de opvoeding van [minderjarige] .
5.5.
Het voorgaande betekent dat de kinderrechter het resterende deel van het verzoek van de GI zal toewijzen.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 15 juni 2026 15 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.