Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6255

2026-06-10 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/446058 / JE RK 26-439
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-10
Publicatiedatum
2026-07-11
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/446058 / JE RK 26-439
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Herstelbeschikking

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.228 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Zaaknummer: C/02/446058 / JE RK 26-439
C/02/446579 / JE RK 26-539



Datum uitspraak: 10 juni 2026




Verbetering van een beschikking




in de zaak van




WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),



over





[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].



De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:





[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. N.A.H. Limbourg uit Breda.





1Het verzoek


1.1.
Op 9 juni 2026 heeft de rechtbank van mr. Limbourg een bericht ontvangen waarin is verzocht om een herstel van de op 10 april 2026 in deze zaak gegeven beschikking, in die zin dat de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] onjuist is opgenomen in deze beschikking. Mr. Limbourg was in de veronderstelling dat de machtiging was verleend tot 25 juni 2026 in plaats van tot 15 juni 2026, net zoals de machtiging tot uithuisplaatsing van de halfzus van [minderjarige].





2De beoordeling


2.1.
Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in een beschikking verbeteren, mits die fout zich voor eenvoudig herstel leent. Het criterium hierbij is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is.



2.2.
De kinderrechter heeft geconstateerd dat in de beschikking van 10 april 2026, tussen de partijen gewezen, sprake is van een kennelijke vergissing die zich leent voor eenvoudig herstel. In rechtsoverweging 7.11 staat: “De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen maar zal deze in duur beperken tot 25 juni 2026.” In het dictum is deze machtiging tot uithuisplaatsing evenwel niet opgenomen tot 25 juni 2026, maar tot 15 juni 2026.





3De beslissing


De kinderrechter:



3.1.
verbetert de beschikking van 10 april 2026, in dier voege dat rechtsoverweging 8.2 van het dictum als volgt komt te luiden:


‘verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie met ingang van 15 april 2026 tot 25 juni 2026’.




3.2.
handhaaft de beschikking van 10 april 2026 voor het overige.









Deze herstelbeschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier.