Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6011

2026-06-04 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/447110 / JE RK 26-651
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-04
Publicatiedatum
2026-07-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/447110 / JE RK 26-651
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek verlenging ondertoezichtstelling toegewezen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.858 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Middelburg



Zaaknummer: C/02/447110 / JE RK 26-651
Datum uitspraak: 4 juni 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI,



over





[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,





[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,





[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedag 3] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 1] ,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 2] (België),





[de stiefvader] ,

hierna te noemen: de stiefvader,
wonende in [plaats 1] .





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026;
- het bericht van de moeder, ontvangen op 10 mei 2026.



1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;


de moeder;


de stiefvader;


- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.



1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.





2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .



2.2.

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.



2.3.
Bij beschikking van 13 juni 2025 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, te weten met ingang van 13 juni 2025 en tot 13 juni 2026.



2.4.
Bij beschikking van 14 juli 2025 is in het kader van een informele rechtsingang bepaald dat er geen contact tussen [minderjarige 3] en de vader is, tenzij de GI gedurende de ondertoezichtstelling, in het kader van contactherstel, contactmogelijkheden tussen [minderjarige 3] en de vader ziet, een en ander zoals overwogen in rechtsoverweging 2.7 van die beschikking.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.

[minderjarige 1] geeft in zijn gesprek met de kinderrechter aan dat het goed gaat thuis. Hij ziet zijn vader om de twee weken in het weekend, dat vindt hij goed. Bij de vader is het soms leuk en soms niet leuk. Het is leuk als ze naar oma gaan, gamen of grasmaaien. Het is niet leuk als de vriendin van de vader rookt in huis. De moeder is strenger dan de vader. [minderjarige 1] geeft aan dat de ouders goed contact hebben met elkaar. [minderjarige 1] kan soms opschieten met zijn broers, maar heeft ook wel eens ruzie met hen. [minderjarige 1] kan goed met zijn moeder praten.



4.2.

[minderjarige 2] geeft in zijn gesprek met de kinderrechter aan dat het redelijk gaat thuis. Het is niet leuk dat de stiefvader vaak chagrijnig terugkomt van werk. [minderjarige 2] ziet zijn vader om de twee weken in het weekend. Het contact met de vriendin van zijn vader is niet goed. Ze rookt en drinkt, ook waar [minderjarige 2] bij is. [minderjarige 2] merkt een gedragsverandering als de vriendin van de vader gedronken heeft. Het contact tussen de ouders is goed, maar ze klagen wel over elkaar. [minderjarige 2] geeft aan dat er bij de moeder meer regels zijn, dit is soms ingewikkeld. [minderjarige 2] kan goed praten met de moeder.


4.3.

[minderjarige 3] geeft in zijn gesprek met de kinderrechter aan dat het goed gaat thuis. Het contact tussen hem en de moeder en de stiefvader is perfect. [minderjarige 3] heeft geen contact met zijn vader en hij wil dit ook niet. [minderjarige 3] vindt dat er bij de vader thuis te weinig discipline is en dat het huis vies is. [minderjarige 3] merkt verschil in gedrag as [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader zijn geweest. Er is nog wel contact tussen de ouders, maar dit verloopt slecht, vooral doordat de vriendin van de vader stookt. Verder kaart [minderjarige 3] aan dat het fijn zou zijn als de vader bereid is toestemming te geven voor dingen die [minderjarige 3] graag wil of nodig heeft. [minderjarige 3] denkt dat de verlenging van de ondertoezichtstelling niks gaat veranderen, er is dit jaar namelijk ook niks veranderd. [minderjarige 3] geeft aan wel open te staan voor een gesprek met de jeugdbeschermer.



4.4.
De GI handhaaft het verzoek en verwijst ter onderbouwing van het verzoek naar de overgelegde stukken. Sinds het uitspreken van de ondertoezichtstelling hebben de ouders lang op de wachtlijst gestaan waardoor er een lange tijd geen vaste jeugdbeschermer is geweest. Het gezin heeft lang moeten wachten op hulpverlening. De doelstellingen van de ondertoezichtstelling moeten daarom het komende jaar behaald worden. De vader krijgt op dit moment opvoedondersteuning. De GI merkt op dat de regels en grenzen van de ouders lijnrecht tegenover elkaar staan. Een jaar ondertoezichtstelling is nodig omdat de hulpverlening pas net is begonnen.



4.5.
De moeder geeft aan niet tegen het verzoek van de GI te zijn. Wel is er de eerste zeven maanden van de ondertoezichtstelling weinig tot niks gebeurd. De moeder heeft daarom de voorkeur om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van zes maanden zodat er meer druk komt op de GI om actie te ondernemen.



4.6.
De vader geeft aan het niet eens te zijn met het verzoek van de GI. De vader keurt het rook- en drinkgedrag van zijn vriendin af en heeft haar al meermaals hierop aangesproken.



4.7.
De stiefvader vindt de ondertoezichtstelling een zwaar middel, maar staat er wel voor open. Het afgelopen jaar zijn er weinig stappen gezet. De stiefvader vindt net als de moeder dat een verlenging van zes maanden het meest passend is.





5De beoordeling



Wettelijk kader




5.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



Inhoudelijke beoordeling





5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.3.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De zorgen in de opvoedsituaties van zowel de moeder als de vader zijn nog steeds aanwezig. Er is veel spanning en onrust – met name tussen de verschillende gezinsleden – in de thuissituaties. Dit zorgt voor grensoverschrijdend en negatief gedrag van de kinderen. De ouders hebben een eigen manier van opvoeden. De moeder heeft veel regels en grenzen, terwijl de vader deze veel minder heeft. Dit is moeilijk voor de kinderen. De omgang tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vinden sinds kort niet meer plaats bij de oma van vaderszijde, maar bij de vader thuis. Dit maakt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer contact hebben met de vriendin van de vader. Het is de kinderrechter gebleken dat de kinderen veel last hebben van het alcohol- en sigarettengebruik van de vriendin van de vader. De kinderrechter geeft de vader mee dat de kinderen hier niet aan blootgesteld dienen te worden en dat het de verantwoordelijkheid is van de vader om de kinderen hiertegen te beschermen. [minderjarige 3] heeft geen contact meer met zijn vader. Dit contactverlies is zorgelijk. De nodige hulpverlening – Coaching [hulpverlening 1] en [hulpverlening 2] – is vanwege de lange wachttijden pas recentelijk opgestart. Er zijn nog veel stappen te zetten, daarom is de verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar noodzakelijk.



5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders door de onderlinge strijd niet in staat zijn om in het belang van de kinderen afspraken te maken. De communicatie tussen de ouders is ernstig verstoord en de kinderen komen steeds meer klem te zitten tussen de ouders. In het vrijwillig kader is hulpverlening al eerder stopgezet, waardoor de angst bestaat dat dit opnieuw zou gebeuren als de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd. Het patroon tussen de ouders zal doorbroken moeten worden om de hulpverlening van de grond te krijgen. Het is daarom belangrijk dat de GI onderzoekt welke vorm en mate van samenwerking en communicatie mogelijk is tussen de ouders. De kinderen moeten niet worden belast met de strijd tussen de ouders. Ook moet de GI aandacht hebben voor de zorgen over de vriendin van de vader en haar rol ten aanzien van de kinderen.



5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van een jaar.



5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] tot 13 juni 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Den Boer als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026.














































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.