Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:5926
2026-06-02
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/445506 / FA RK 26-1058
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Provo- Algehele overeenstemming (voorlopige zorgregeling).
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2014:3533 Hoge Raad 05-12-2014
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.118 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaak-/rekestnummer: C/02/445506 / FA RK 26-1058
beschikking betreffende provisionele voorziening ex artikel 223 Rv d.d. 2 juni 2026
in de zaak van
[de man]
,
wonende te [plaats 1] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M.C.M.E. Schijvenaars, kantoorhoudende te Vlissingen,
tegen
[de vrouw]
,
wonende te [plaats 2] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. drs. N. Wouters, kantoorhoudende te Middelburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 2 maart 2026 ontvangen verzoekschrift, met producties;
- het op 21 mei 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdend zelfstandig verzoek.
1.2 Bij verzoekschrift ontvangen op 3 februari 2026 is de hoofdzaak aanhangig gemaakt, welke procedure bij de rechtbank geregistreerd staat onder kenmerk C/02/444650 / FA RK 26-575. In de hoofdzaak ligt een verzoek tot vaststelling kinderalimentatie en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ter beoordeling voor.
1.3 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 27 mei 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger namens de Raad. In het kader van de pilot Piketmediation was ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, met de instemming van partijen, ook aanwezig mediator mevrouw [persoon] .
2De feiten
2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie zijn de navolgende, thans nog minderjarige, kinderen geboren:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2020 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2024 te [geboorteplaats] .
2.2.
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
2.3.
De minderjarigen verblijven bij de vrouw.
2.4.
Bij beschikking van 8 februari 2023 van deze rechtbank is, kort samengevat, bepaald dat tussen de man en de minderjarige [minderjarige 1] een opbouwende zorgregeling zal worden vastgesteld waarbij de man en voornoemde minderjarige conform het bijgevoegd ouderschapsplan, dat door beide partijen is ondertekend op 22 november 2022 en 30 november 2022, contact met elkaar hebben.
3Het verzoek
3.1.
De man heeft de rechtbank verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, met wijziging van de beschikking van 8 februari 2023 van de rechtbank:
a) bij wege van provisionele voorziening voor de duur van de bodemprocedure te bepalen dat de minderjarigen van vrijdag na school tot zaterdag 16.00 uur bij de man verblijven.
3.2.
De vrouw voert verweer tegen het provisioneel verzoek van de man en concludeert tot afwijzing van het verzoek.
Bij wijze van zelfstandig verzoek, heeft de vrouw verzocht om bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
Primair:
Per een nader te bepalen datum de man voorlopig de zorg heeft over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van maandagochtend 08.30 uur tot en met woensdag 19.00 uur, waarbij de man op woensdagavond met de kinderen eet. De man neemt [minderjarige 2] mee van het schoolplein, wanneer de vrouw [minderjarige 1] naar school brengt. Omdat de man de zorg heeft van maandag tot en met woensdag, gaat hij ook op dinsdag met [minderjarige 1] naar zwemles en op woensdag met [minderjarige 1] naar judo.
Subsidiair:
Per een nader te bepalen datum de man voorlopig de zorg heeft over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] :
Eenmaal in de veertien dagen van vrijdag 09.00 uur (of na schooltijd) tot en met zaterdag 16.00 uur, waarbij de man ervoor zorgt dat [minderjarige 1] naar zijn judowedstrijd gaat, als dat die week is. Als het weekend van de man samenvalt met een kinderkerkdienst van [kinderclub] , dan brengt de man de kinderen om 12.00 uur thuis i.p.v. 16.00 uur, zodat de kinderen met de vrouw naar de kerk kunnen (in 2026 zijn dit nog de volgende data: 27 juni, 29 augustus, 26 september, 31 oktober, 28 november);
Gedurende de dinsdag voorafgaand aan het omgangsweekend, en dan vanaf 10.00 uur tot 19.00 uur. De andere dinsdag haalt de man [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op. Hij gaat met [minderjarige 1] naar zwemles en eet hij samen met de kinderen. Ook die dinsdag zorgt de man dat de kinderen om 19.00 uur thuis zijn bij de vrouw.
3.3.
Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van de verzoeken, hierna ingegaan.
4De beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1.
Ingevolge artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat de vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.
4.2.
In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank hangen de onderhavige verzoeken van partijen samen met het verzoek tot verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de hoofdzaak, zodat partijen kunnen worden ontvangen in hun verzoeken.
Mediation
4.4.
Ter zitting was een piketmediator aanwezig, zodat partijen eventueel meteen zouden kunnen starten met een mediationtraject om hun geschillen in overleg op te lossen. Deelname aan mediation geschiedt op vrijwillige basis. Nu partijen ter gelegenheid van de zitting algehele overeenstemming hebben bereikt, bestaat geen aanleiding voor een verwijzing naar een mediationtraject.
Inhoudelijke beoordeling
4.5.
Ter zitting hebben partijen algehele overeenstemming bereikt. Zij zijn overeengekomen dat de man en de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar, als volgt:
Eén dinsdag per twee weken brengt de vrouw de minderjarigen naar school. De man haalt [minderjarige 2] om 8:45 uur op het schoolplein op. [minderjarige 1] haalt hij na schooltijd op. Om 19:00 uur brengt de man de minderjarigen terug naar de vrouw. Deze regeling gaat in op 2 juni 2026.
De andere dinsdag haalt de man de minderjarigen om 16:00 uur op bij zijn zus. Hij gaat met [minderjarige 1] naar zwemles en eet aansluitend met de minderjarigen. Om 19:00 uur brengt de man de minderjarigen terug naar de vrouw.
- Eenmaal in de veertien dagen van vrijdag 09:00 uur (of na schooltijd) tot en met zaterdag 19:00 uur verblijven de minderjarigen bij de man, waarbij de man ervoor zorgt dat [minderjarige 1] naar zijn judowedstrijd gaat, als dat die week is. Als het weekend van de man samenvalt met een kinderkerkdienst van [kinderclub] , dan brengt de man de minderjarigen op de zaterdag om 12:00 uur naar de vrouw in plaats van 19:00 uur, zodat de minderjarigen met de vrouw naar de kerk kunnen (in 2026 zijn dit nog de volgende data: 27 juni, 29 augustus, 26 september, 31 oktober, 28 november).
4.6.
Gelet op de bereikte overeenstemming van partijen, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen nu de belangen van de minderjarigen zich hiertegen niet verzetten.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
bepaalt bij wege van provisionele voorziening, totdat in de hoofdzaak definitief is beslist:
5.1.1
dat de man en de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2020 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2024 te [geboorteplaats] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar zoals weergegeven onder rechtsoverweging 4.5.;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
weigert het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. De Haard, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaak-/rekestnummer: C/02/445506 / FA RK 26-1058
beschikking betreffende provisionele voorziening ex artikel 223 Rv d.d. 2 juni 2026
in de zaak van
[de man]
,
wonende te [plaats 1] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M.C.M.E. Schijvenaars, kantoorhoudende te Vlissingen,
tegen
[de vrouw]
,
wonende te [plaats 2] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. drs. N. Wouters, kantoorhoudende te Middelburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 2 maart 2026 ontvangen verzoekschrift, met producties;
- het op 21 mei 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdend zelfstandig verzoek.
1.2 Bij verzoekschrift ontvangen op 3 februari 2026 is de hoofdzaak aanhangig gemaakt, welke procedure bij de rechtbank geregistreerd staat onder kenmerk C/02/444650 / FA RK 26-575. In de hoofdzaak ligt een verzoek tot vaststelling kinderalimentatie en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ter beoordeling voor.
1.3 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 27 mei 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger namens de Raad. In het kader van de pilot Piketmediation was ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, met de instemming van partijen, ook aanwezig mediator mevrouw [persoon] .
2De feiten
2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie zijn de navolgende, thans nog minderjarige, kinderen geboren:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2020 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2024 te [geboorteplaats] .
2.2.
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
2.3.
De minderjarigen verblijven bij de vrouw.
2.4.
Bij beschikking van 8 februari 2023 van deze rechtbank is, kort samengevat, bepaald dat tussen de man en de minderjarige [minderjarige 1] een opbouwende zorgregeling zal worden vastgesteld waarbij de man en voornoemde minderjarige conform het bijgevoegd ouderschapsplan, dat door beide partijen is ondertekend op 22 november 2022 en 30 november 2022, contact met elkaar hebben.
3Het verzoek
3.1.
De man heeft de rechtbank verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, met wijziging van de beschikking van 8 februari 2023 van de rechtbank:
a) bij wege van provisionele voorziening voor de duur van de bodemprocedure te bepalen dat de minderjarigen van vrijdag na school tot zaterdag 16.00 uur bij de man verblijven.
3.2.
De vrouw voert verweer tegen het provisioneel verzoek van de man en concludeert tot afwijzing van het verzoek.
Bij wijze van zelfstandig verzoek, heeft de vrouw verzocht om bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
Primair:
Per een nader te bepalen datum de man voorlopig de zorg heeft over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van maandagochtend 08.30 uur tot en met woensdag 19.00 uur, waarbij de man op woensdagavond met de kinderen eet. De man neemt [minderjarige 2] mee van het schoolplein, wanneer de vrouw [minderjarige 1] naar school brengt. Omdat de man de zorg heeft van maandag tot en met woensdag, gaat hij ook op dinsdag met [minderjarige 1] naar zwemles en op woensdag met [minderjarige 1] naar judo.
Subsidiair:
Per een nader te bepalen datum de man voorlopig de zorg heeft over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] :
Eenmaal in de veertien dagen van vrijdag 09.00 uur (of na schooltijd) tot en met zaterdag 16.00 uur, waarbij de man ervoor zorgt dat [minderjarige 1] naar zijn judowedstrijd gaat, als dat die week is. Als het weekend van de man samenvalt met een kinderkerkdienst van [kinderclub] , dan brengt de man de kinderen om 12.00 uur thuis i.p.v. 16.00 uur, zodat de kinderen met de vrouw naar de kerk kunnen (in 2026 zijn dit nog de volgende data: 27 juni, 29 augustus, 26 september, 31 oktober, 28 november);
Gedurende de dinsdag voorafgaand aan het omgangsweekend, en dan vanaf 10.00 uur tot 19.00 uur. De andere dinsdag haalt de man [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op. Hij gaat met [minderjarige 1] naar zwemles en eet hij samen met de kinderen. Ook die dinsdag zorgt de man dat de kinderen om 19.00 uur thuis zijn bij de vrouw.
3.3.
Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van de verzoeken, hierna ingegaan.
4De beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1.
Ingevolge artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat de vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.
4.2.
In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank hangen de onderhavige verzoeken van partijen samen met het verzoek tot verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de hoofdzaak, zodat partijen kunnen worden ontvangen in hun verzoeken.
Mediation
4.4.
Ter zitting was een piketmediator aanwezig, zodat partijen eventueel meteen zouden kunnen starten met een mediationtraject om hun geschillen in overleg op te lossen. Deelname aan mediation geschiedt op vrijwillige basis. Nu partijen ter gelegenheid van de zitting algehele overeenstemming hebben bereikt, bestaat geen aanleiding voor een verwijzing naar een mediationtraject.
Inhoudelijke beoordeling
4.5.
Ter zitting hebben partijen algehele overeenstemming bereikt. Zij zijn overeengekomen dat de man en de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar, als volgt:
Eén dinsdag per twee weken brengt de vrouw de minderjarigen naar school. De man haalt [minderjarige 2] om 8:45 uur op het schoolplein op. [minderjarige 1] haalt hij na schooltijd op. Om 19:00 uur brengt de man de minderjarigen terug naar de vrouw. Deze regeling gaat in op 2 juni 2026.
De andere dinsdag haalt de man de minderjarigen om 16:00 uur op bij zijn zus. Hij gaat met [minderjarige 1] naar zwemles en eet aansluitend met de minderjarigen. Om 19:00 uur brengt de man de minderjarigen terug naar de vrouw.
- Eenmaal in de veertien dagen van vrijdag 09:00 uur (of na schooltijd) tot en met zaterdag 19:00 uur verblijven de minderjarigen bij de man, waarbij de man ervoor zorgt dat [minderjarige 1] naar zijn judowedstrijd gaat, als dat die week is. Als het weekend van de man samenvalt met een kinderkerkdienst van [kinderclub] , dan brengt de man de minderjarigen op de zaterdag om 12:00 uur naar de vrouw in plaats van 19:00 uur, zodat de minderjarigen met de vrouw naar de kerk kunnen (in 2026 zijn dit nog de volgende data: 27 juni, 29 augustus, 26 september, 31 oktober, 28 november).
4.6.
Gelet op de bereikte overeenstemming van partijen, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen nu de belangen van de minderjarigen zich hiertegen niet verzetten.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
bepaalt bij wege van provisionele voorziening, totdat in de hoofdzaak definitief is beslist:
5.1.1
dat de man en de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2020 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2024 te [geboorteplaats] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar zoals weergegeven onder rechtsoverweging 4.5.;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.4.
weigert het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. De Haard, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.