Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:5851

2026-06-01 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/446691 / KG ZA 26-170
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-01
Publicatiedatum
2026-07-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/446691 / KG ZA 26-170
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzet in kort geding: samenlevers, afgifte van de auto, dan wel medewerking aan wijziging tenaamstelling auto en afgifte kentekenbewijs

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.104 tekens)
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant


Team Familie- en Jeugdrecht



Zittingsplaats Breda



Zaaknummer: C/02/446691 / KG ZA 26-170




Vonnis in verzet in kort geding van 1 juni 2026




in de zaak van





[de man]
,
wonende te [plaats] ,
eiser in conventie,
gedaagde in verzet, verweerder in reconventie,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. A.E. Voorvaart-Kuik,



tegen





[de vrouw]
,
wonende te [plaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in verzet, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. J.J.F. Stoffels.





1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 25 februari 2026 met zaaknummer C/02/443293 KG ZA 25-692;
- de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie), met bijlagen;
- de door mr. Voorvaart-Kuik overgelegde producties.



1.2
De zitting is gehouden op 18 mei 2026. Daarbij zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat.



1.3
Mr. Stoffels heeft ter zitting een pleitnota overgelegd, deze is eveneens bij de beoordeling van de vorderingen betrokken.



1.4
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1
Partijen hebben een relatie met elkaar gehad en hebben samengewoond. Zij hebben geen samenlevingsovereenkomst gesloten. Hun relatie is in december 2024 geëindigd.



2.2
Uit de relatie van partijen zijn twee kinderen geboren. Tevens heeft de vrouw een zoon uit een eerdere relatie.





3Het geschil



In conventie




3.1

De man heeft in de verstekprocedure gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

I. veroordeling van de vrouw om binnen twee dagen na dagtekening van dit vonnis de auto Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] aan hem af te geven, met afgifte van alle daarbij behorende sleutels en bescheiden;
II. bepaling dat hij gerechtigd is om de auto Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] onder zich te houden of in afwachting van een nadere verdeling (bij wijze van verkoop) veilig te stellen, een en ander totdat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling of in een bodemprocedure definitief over de verdeling en/of vergoedingsrechten is beslist;
III. de vrouw te verbieden om de auto na afgifte aan de man nog te gebruiken of daarover anderszins te beschikken;

subsidiair

IV. veroordeling van de vrouw om alle verkeersboetes die vanaf 20 december 2024 zijn opgelegd met betrekking tot de auto Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] volledig aan de man te vergoeden, binnen veertien dagen na afgifte van het te wijzen vonnis;
V. verklaring voor recht dat de vrouw de man vrijwaart voor alle kosten, boetes en naheffingen die voortvloeien uit het gebruik van de auto zolang het kenteken niet is overgeschreven;

meer subsidiair

VI. de vrouw te verbieden om de auto na afgifte aan de man nog te gebruiken of daarover anderszins te beschikken, zolang het kenteken daarvan op naam van de man staat;
en voorts,
VII. te bepalen dat de vrouw aan de man een dwangsom verbeurt van € 250,= per dag of gedeelte daarvan als ze nalaat te voldoen onder het gevorderde onder I., III. en VI.;
VIII. veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de kosten van dagvaarding en griffierecht, te vermeerderen met de wettelijke rente als betaling niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis plaatsvindt.




3.2
In het verstekvonnis zijn de primaire vorderingen van de man onder I. en II. toegewezen. Tevens is de vordering onder VII. toegewezen, waarbij de dwangsom is gemaximeerd tot € 10.000,= en is de vrouw veroordeeld in de proceskosten. Daarmee is ook de vordering van de man onder VIII. toegewezen. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.



In reconventie





3.3
De vrouw vordert, uitvoerbaar bij voorraad:
1. het verzet gegrond te verklaren;
2. het op 25 februari 2026 tussen partijen gewezen verstekvonnis te vernietigen;
3. de vorderingen van de man, zoals ingesteld in de oorspronkelijke kortgedingprocedure, alsnog af te wijzen;
4. de man te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan de tenaamstelling van het voertuig, te weten een Volkswagen Polo 1.0 TSI Comfortline met kenteken [kenteken] , op naam van de vrouw;
5. de man te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het kentekenbewijs van voornoemd voertuig aan de vrouw af te geven;
6. te bepalen dat, indien de man niet binnen de gestelde termijn zoals hiervoor onder 4 en 5 gevorderd voldoet, dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring van de man, zodat de tenaamstelling van het voertuig alsnog kan worden bewerkstelligd;
7. de man te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet voldoet aan het onder 4 en 5 bepaalde;
8. de man te veroordelen in de kosten van zowel de verstekprocedure als de verzetprocedure, waaronder begrepen de kosten van dagvaarding en griffierecht, te vermeerderen met wettelijke rente, te rekenen vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.



3.4
Op de stellingen van partijen in conventie en in reconventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



In conventie en in reconventie




4.1
Voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen moet de voorzieningenrechter onderzoeken of de vrouw tijdig en op de juiste wijze verzet heeft ingesteld tegen het verstekvonnis van 25 februari 2026.



4.2
Ter zitting is gebleken dat het verzet tijdig en op de juiste wijze is ingesteld. Dit betekent dat de vrouw in haar verzet kan worden ontvangen.



4.3

De voorzieningenrechter ziet gelet op hun onderlinge samenhang aanleiding de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk te behandelen.

Spoedeisend belang





4.4
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor toewijzing is nodig dat de partijen daarbij een spoedeisend belang hebben.


4.5
Partijen verschillen van mening van wie de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) is. Ook is er is bij partijen onduidelijkheid over de betaling van (oplopen)de kosten van deze auto en de gemaakte en toekomstige verkeersboetes. Bovendien is in het verstekvonnis over de auto door de voorzieningenrechter een beslissing genomen. Uit voorgaande omstandigheden volgt, zo begrijpt de voorzieningenrechter de stellingen van partijen, een spoedeisend belang. Gelet op het over en weer gestelde en de doorlopende kosten acht de voorzieningenrechter spoedeisend belang bij het gevorderde aanwezig.



Inhoudelijke beoordeling





Vorderingen van de man onder I. tot en met III. en V. tot en met VII. en vorderingen van de vrouw onder 4. tot en met 7.: afgifte van de auto, wijziging van de tenaamstelling van de auto, afgifte van het kentekenbewijs en dwangmaatregelen





4.6
De man heeft aan het door hem primair onder I. tot en met III. gevorderde thans samengevat het volgende ten grondslag gelegd. Partijen hebben de auto tijdens hun relatie samen gekocht van gemeenschappelijke gelden, namelijk van de ontvangen compensatie in verband met de toeslagenaffaire. Deze compensatie ter hoogte van € 30.000,= is weliswaar op de rekening van de vrouw uitbetaald, maar partijen zijn daartoe samen gerechtigd. De man stelt in dat verband, onder verwijzing naar een brief van de Belastingdienst van 9 december 2021, dat zij beiden door de Belastingdienst zijn aangemerkt als gedupeerde in de toeslagenaffaire. Na ontvangst van voornoemd bedrag in 2020 hebben partijen in 2021 van dit bedrag de auto aangeschaft. De man acht in het kader van de beoordeling verder de volgende omstandigheden van belang. Hij heeft gedurende de samenleving van partijen altijd meer aan het gezin en de vaste lasten bijgedragen dan de vrouw. De auto staat op zijn naam en hij voldoet vanaf de aankoop alle kosten daarvan, zoals de verzekering en de motorrijtuigenbelasting. Uit al het voorgaande volgt, aldus de man, dat ten aanzien van de auto een eenvoudige gemeenschap is ontstaan, hetgeen ook de bedoeling was van partijen. De man wenst de auto te verdelen en vordert daarom dat de auto aan hem wordt afgegeven, zodat hij deze kan verkopen en de opbrengst tussen partijen kan verdelen. Als reden voor de afgifte aan hem noemt hij ook de vele boetes die de vrouw veroorzaakt en die nu, vanwege de tenaamstelling van de auto, bij hem terechtkomen.



4.7
De vrouw voert in het kader van verweer en ter onderbouwing van haar vorderingen kort gezegd het volgende aan. De auto behoort aan haar alleen in eigendom toe. Zij heeft de auto namelijk gekocht en geleverd gekregen. De aankoopfactuur staat op haar naam, zij heeft de auto op 31 mei 2023 betaald met haar eigen geld en heeft de auto ook geleverd gekregen. Zij heeft het aankoopbedrag zelf betaald, grotendeels van een bedrag aan compensatie van € 10.000,00 dat zij op 30 mei 2023 heeft ontvangen in het kader van de kindregeling in verband met de toeslagenaffaire. Dit bedrag kwam haar toe als kind van haar vader die, net als zij zelf, gedupeerde was van de toeslagenaffaire. Het op naam van de man stellen van de auto is verder enkel gebeurd wegens gunstigere verzekeringsvoorwaarden (meer schadevrije jaren). Daarnaast betaalt de vrouw de meeste kosten van de auto, zoals -in ieder geval tot voor kort- de verzekering en de reparatiekosten. Met betrekking tot de compensatie in het kader van de toeslagenaffaire van € 30.000,00 voert de vrouw (subsidiair) aan dat deze (ook) alleen haar toekomt. Deze ziet namelijk op de periode voordat zij samen was met de man. De man heeft weliswaar enkele voordelen genoten van haar situatie in de vorm van kwijtschelding van schulden, maar hij was niet mede-gerechtigd tot het bedrag van € 30.000,00. Los daarvan heeft te gelden dat zij de auto niet van voormeld bedrag, dat zij overigens jaren voorafgaand aan de verkrijging van de auto ontving, heeft voldaan.



4.8
De voorzieningenrechter overweegt dat voor toewijzing van vorderingen in kort geding vereist is dat de aan de vorderingen ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vorderingen in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zullen worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.



4.9
Vooropgesteld wordt dat de Nederlandse wet geen regeling kent die de juridische verhouding tussen samenwonende partners (zonder huwelijk en geregistreerd partnerschap) regelt, zoals het huwelijksvermogensrecht dat voor echtgenoten en geregistreerde partners doet. Partijen hebben ook geen afspraken gemaakt en vastgelegd in een samenlevingsovereenkomst. Er kan tussen partijen wel een (eenvoudige) gemeenschap ontstaan als partijen een goed samen verwerven.



4.10
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk geworden dat de auto in gemeenschappelijke eigendom door partijen is verworven. Daartoe wordt het volgende overwogen.


Gelet op het bepaalde in de artikelen 3:109 BW in samenhang met artikel 3:119 BW wordt de vrouw, die al ruim een jaar de feitelijke macht over de auto heeft en zich gedraagt als de rechthebbende vermoed de rechthebbende te zijn. Als de man meent dat hij sterkere rechten heeft, is het aan hem om dat aan te tonen of - in kort geding - dat voldoende aannemelijk te maken. Daarin is hij niet geslaagd.



De man stelt dat de auto in 2021 van gezamenlijke gelden, namelijk van de in 2020 ontvangen compensatie in het kader van de toeslagenaffaire, is betaald, maar in het licht van het gemotiveerde verweer van de vrouw heeft hij deze stelling onvoldoende nader toegelicht. Zo heeft de vrouw onder overlegging van stukken (productie 4) namelijk toegelicht dat de auto pas op 31 mei 2023 (en dus niet in 2021) door haar is gekocht en dat zij deze heeft betaald van door haar op 30 mei 2023 (en dus niet in 2020) ontvangen gelden in het kader van de kindregeling toeslagenaffaire. Desgevraagd heeft de man vervolgens aangegeven dat het kan kloppen dat de auto pas in 2023 door de vrouw is gekocht en dat hij niet meer precies weet hoe een en ander is gegaan. Hij heeft ook niet weersproken dat de auto destijds aan haar is geleverd. Voorshands is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat aan de vereisten voor overdracht ex artikel 3:84 BW is voldaan.



Al het voorgaande in aanmerking nemende, acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat de vrouw (als rechthebbende) eigenaar is van de auto.




4.11
Met het voorgaande passeert de voorzieningenrechter het verweer van de man met betrekking tot de tenaamstelling. Het enkele feit dat de auto en het kentekenbewijs op naam van de man staan is namelijk niet bepalend voor de eigendom van de auto en legt gelet op het voorgaande ook onvoldoende gewicht in de schaal. Dat de man meer zou hebben bijgedragen in de gezamenlijke huishouding, hetgeen de vrouw overigens betwist, kan er evenmin toe leiden dat de auto gemeenschappelijk is geworden.



4.12
Hetgeen hiervoor is overwogen leidt ertoe dat de reconventionele vorderingen van de vrouw onder 4. en 5. zullen worden toegewezen onder gelijktijdige afwijzing van de primaire vorderingen van de man in conventie. Ook de subsidiaire vordering van de man onder V. en het meer subsidiair gevorderde door de man onder VI. en VII. liggen gelet op het voorgaande voor afwijzing gereed.



4.13
Ter zitting heeft de man aangegeven niet zonder meer te zullen meewerken aan eventuele veroordelingen ter zake de wijziging van de tenaamstelling van de auto en afgifte van het kentekenbewijs, zodat de voorzieningenrechter aanleiding ziet aan die veroordelingen een dwangsom te verbinden zoals door de vrouw onder 7. is gevorderd, met dien verstande dat deze zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden. De vordering van de vrouw onder 6. zal gelet op deze aan de veroordelingen verbonden dwangsom worden afgewezen wegens gebrek aan belang.



Vordering van de man onder IV.: betaling van verkeersboetes





4.14

Omdat de primaire vordering van de man wordt afgewezen, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de subsidiaire vordering van de man onder IV. Deze vordering ziet op betaling door de vrouw aan de man van door de vrouw veroorzaakte verkeersboetes. De voorzieningenrechter zal deze vordering afwijzen. Redengevend daarvoor is dat de vordering onvoldoende bepaald is en daarnaast dat aan de toewijzing van geldvorderingen in kort geding hoge eisen worden gesteld, waaraan niet is voldaan.
De voorzieningenrechter hecht er evenwel aan te vermelden dat de vrouw ter zitting heeft aangegeven dat zij bereid is door haar veroorzaakte verkeersboetes te betalen, zodat er van uit wordt gegaan dat partijen dit in onderling overleg met elkaar zullen regelen.




Vordering van de man onder VIII. en vordering van de vrouw onder 8.: proceskosten in conventie en in reconventie





4.15
Het is gebruikelijk om bij juridische geschillen tussen ex-partners de proceskosten te compenseren, omdat dergelijke zaken met persoonlijke en interrelationele moeilijkheden gepaard gaan. De voorzieningenrechter zal gelet hierop de kosten in conventie en in reconventie compenseren aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.



Vordering van de vrouw onder 1. tot en met 3.: vernietiging verstekvonnis





4.16
Het verstekvonnis zal op grond van al het voorgaande worden vernietigd en er zal opnieuw recht worden gedaan als hiervoor vermeld.





5De beslissing


De voorzieningenrechter:




In conventie




5.1
vernietigt het verstekvonnis van 25 februari 2026 met zaaknummer C/02/443293 KG ZA 25-692 en opnieuw rechtdoende:



5.2
wijst de vorderingen af;



5.3
compenseert de kosten in conventie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt



In reconventie





5.4
veroordeelt de man om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan de tenaamstelling van het voertuig, te weten een Volkswagen Polo 1.0 TSI Comfortline met kenteken [kenteken] , op naam van de vrouw;



5.5
veroordeelt de man om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het kentekenbewijs van voornoemd voertuig aan de vrouw af te geven;



5.6
veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 250,= voor iedere dag of gedeelte van de dag dat hij niet aan de hiervoor onder 5.4. en 5.5 uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 5.000,= is bereikt;



5.7
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



5.8
compenseert de kosten in reconventie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;



5.9
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. Baggel en in aanwezigheid van mr. Reijerse, de griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026.